Hieronder lees je hoe je Rummikub speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Goliath. Rummikub is een abstract legspel voor 2 tot 4 spelers, waarin je met genummerde stenen in vier kleuren series en rijtjes op tafel legt. Het spel werd in de jaren dertig bedacht door Ephraim Hertzano en is uitgegroeid tot een van de bekendste familiespellen ter wereld.
Doel van het spel
Je probeert als eerste al je stenen kwijt te raken. Dat doe je door series en rijtjes op tafel te leggen, stenen aan te leggen bij wat er al ligt en de tafel zo te verbouwen dat jouw stenen erin passen. Wie als eerste een leeg plankje heeft, wint het potje. Meestal speel je meerdere potjes achter elkaar en houd je de score bij.
Wat zit er in de doos?
- 104 genummerde stenen, van 1 tot en met 13 in de kleuren zwart, rood, blauw en geel. Elke steen komt twee keer voor.
- 2 jokers
- 4 opzetplankjes met voetjes
- Spelregels
Voorbereiding
- Leg alle stenen met de cijfers naar beneden op tafel en schud ze goed door elkaar.
- Verdeel de stenen in willekeurige stapeltjes van 7. Deze stapeltjes vormen samen de pot, waaruit je tijdens het spel stenen trekt.
- Iedere speler pakt één steen uit de pot. De speler met het hoogste cijfer wordt de startspeler. Leg de getrokken stenen daarna terug in de pot.
- Iedere speler neemt 14 stenen uit de pot en zet die op zijn of haar plankje. Zet ze zo neer dat de andere spelers ze niet kunnen zien.
- Sorteer je stenen alvast in mogelijke series en rijtjes. Dat maakt het overzicht makkelijker.
De startspeler begint. Daarna gaat de beurt met de klok mee.

Series en rijtjes
Alle stenen die je op tafel legt, moeten deel uitmaken van een geldige serie of een geldig rijtje.
Serie
Een serie bestaat uit minimaal 3 stenen van dezelfde kleur met opeenvolgende cijfers, bijvoorbeeld een blauwe 4, 5 en 6. Een serie mag zo lang zijn als je wilt, tot maximaal 13 stenen. De 13 is altijd het einde van een serie. Je mag na een 13 dus geen 1 aanleggen.
Rijtje
Een rijtje bestaat uit minimaal 3 stenen met hetzelfde cijfer, elk in een andere kleur, bijvoorbeeld een rode, gele en zwarte 9. Omdat er vier kleuren zijn en elke kleur maar één keer in een rijtje mag voorkomen, bestaat een rijtje uit 3 of 4 stenen.

Spelverloop
De beginserie
Voordat je mag meespelen op tafel, moet je eerst een beginserie leggen. Dat is een of meer series en/of rijtjes uit je eigen plankje met een gezamenlijke waarde van minstens 30 punten. Je telt daarvoor de cijfers van de stenen bij elkaar op. Een joker telt als de steen die hij vervangt. Zo is een rode 10, 11 en 12 samen 33 punten en dus voldoende.
Voor je beginserie mag je alleen stenen van je eigen plankje gebruiken. Je mag nog niets aanleggen bij combinaties die andere spelers al hebben neergelegd en je mag de tafel nog niet verbouwen.
Kun je geen beginserie leggen, dan trek je een steen uit de pot. Daarmee is je beurt voorbij.
Een gewone beurt
Heb je je beginserie eenmaal gelegd, dan mag je in elke volgende beurt zoveel stenen kwijt als je kunt. Dat kan op drie manieren, die je ook mag combineren in dezelfde beurt.
- Je legt een nieuwe serie of een nieuw rijtje van je plankje op tafel.
- Je legt een of meer stenen aan bij een serie of rijtje dat al op tafel ligt.
- Je verbouwt de combinaties op tafel zodat jouw stenen erin passen. Dat heet manipuleren en wordt hieronder verder uitgelegd.
Kun of wil je niets kwijt, dan trek je een steen uit de pot en is de volgende speler aan de beurt. Je mag in een beurt niet zowel stenen leggen als een steen trekken.
Aan het einde van je beurt moet alles op tafel weer kloppen. Elke steen moet deel uitmaken van een serie of rijtje van minstens 3 stenen. Lukt dat niet, dan zet je de tafel terug zoals hij was en trek je een steen.
Belangrijk om te weten is dat alle combinaties op tafel gemeenschappelijk zijn. Er is geen onderscheid tussen jouw stenen en die van een ander. Zodra een steen op tafel ligt, mag iedereen ermee werken.
Manipuleren
Manipuleren betekent dat je de combinaties op tafel uit elkaar haalt en opnieuw samenstelt, zolang het eindresultaat uit geldige series en rijtjes bestaat. Je mag daarbij zoveel stenen verplaatsen als je wilt en meerdere combinaties tegelijk aanpakken. De spelregels beschrijven drie basisvormen.
Aanleggen
Je voegt een of meer stenen van je plankje toe aan een bestaande combinatie. Bij een serie leg je een steen ervoor of erachter. Bij een rijtje van drie stenen voeg je de vierde kleur toe.
Combineren
Je haalt een steen uit een combinatie op tafel en gebruikt die samen met stenen van je plankje voor een nieuwe combinatie. Ligt er bijvoorbeeld een blauwe serie van 8, 9 en 10 en heb je zelf een blauwe 11, een zwarte 8 en een gele 8, dan leg je de blauwe 11 aan de serie, neem je de blauwe 8 weg en vorm je met die 8 en je twee andere achten een nieuw rijtje. De serie van 9, 10 en 11 blijft geldig.
Splitsen
Je breekt een lange serie in twee kortere series met een steen van je plankje. Ligt er een rode serie van 4 tot en met 8 en heb je zelf een rode 6, dan splits je de serie in een serie van 4, 5, 6 en een serie van 6, 7, 8.
Een groter voorbeeld
Op tafel liggen een gele serie van 5, 6 en 7, een rode serie van 5, 6 en 7 en een zwarte serie van 5 tot en met 9. Jij hebt een zwarte 10 en een blauwe 5. Je kunt nu de drie series uit elkaar halen en er drie rijtjes van maken, met alle vijven, alle zessen en alle zevens bij elkaar. Je blauwe 5 leg je bij het rijtje vijven. De zwarte 8 en 9 blijven over en daar leg je je zwarte 10 bij. Zo ben je in één beurt twee stenen kwijt.
De joker
Het spel bevat twee jokers. Een joker mag in elke serie of elk rijtje de plaats innemen van een ontbrekende steen. Hij neemt dan de kleur en het cijfer aan van die steen. Ook in de beginserie mag je een joker gebruiken. Hij telt dan mee voor de waarde van de steen die hij vervangt.
Een joker inwisselen
Ligt er een joker op tafel, dan mag elke speler die zijn beginserie al heeft gelegd, hem inwisselen. Je legt de steen neer die de joker op dat moment voorstelt en je neemt de joker weg. De joker moet je in dezelfde beurt weer ergens op tafel inzetten. Je mag hem niet op je plankje bewaren voor een latere beurt. Bij het inzetten neemt de joker opnieuw elke gewenste kleur en waarde aan.
Bij een rijtje van drie stenen met een joker kun je de joker inwisselen voor een van de twee ontbrekende kleuren. Bij een serie is de joker altijd één specifieke steen en heb je precies die steen nodig.
Een joker vrijspelen
Je kunt een joker ook vrij krijgen zonder hem in te wisselen, door de combinatie eromheen zo te verbouwen dat de joker overbodig wordt. Een paar voorbeelden uit de spelregels.
- Op tafel ligt een rijtje van een blauwe 3, een rode 3 en een joker. Leg je een gele 3 neer, dan blijft er een geldig rijtje over en komt de joker vrij.
- Op tafel ligt een rode serie van 2, 3, joker, 5 en 6. Leg je een rode 1 vooraan en een rode 7 achteraan, dan kun je de serie splitsen in 1, 2, 3 en 5, 6, 7. De joker is dan vrij.
- Op tafel ligt een blauwe serie van 6, 7 en een joker als blauwe 8. Je mag de joker naar voren verplaatsen, zodat hij een blauwe 5 voorstelt, en er dan een blauwe 4 voor leggen.
- Op tafel liggen een zwarte serie van 1, 2 en een joker, plus twee rijtjes van drie enen en drie tweeën. Je neemt de zwarte 1 en de zwarte 2 uit de serie en legt die bij de rijtjes. De joker is dan vrij.
Ook een vrijgespeelde joker moet je in dezelfde beurt weer inzetten.

Spelen met een tijdslimiet
Wil je het tempo hoog houden, dan spreek je een tijdslimiet af van 2 minuten per beurt. Je kunt daarvoor een zandloper of een timer gebruiken. Binnen die tijd moet je klaar zijn met leggen en manipuleren, en moet de tafel weer uit geldige combinaties bestaan.
Ben je niet op tijd klaar, dan neem je alle losse stenen die geen deel uitmaken van een geldige serie of geldig rijtje terug op je plankje. Bovendien trek je 3 strafstenen uit de pot.
Einde van het spel en puntentelling
Het potje eindigt zodra een speler zijn of haar laatste steen heeft neergelegd. Die speler wint.
De andere spelers tellen de cijferwaarde van de stenen op hun plankje bij elkaar op. Dat totaal noteren zij als minpunten. Een joker die nog op je plankje ligt, telt voor 25 minpunten. De winnaar krijgt de som van alle minpunten van de andere spelers als pluspunten.
Een voorbeeld. Na een potje heeft speler B nog 5 punten op het plankje, speler C 16 en speler D 3. Speler A heeft gewonnen en krijgt 24 pluspunten. B, C en D noteren respectievelijk min 5, min 16 en min 3.
Je speelt zoveel potjes als je vooraf hebt afgesproken. Wie aan het einde het hoogste totaal heeft, wint.
Rummikub 6 spelers
Van Rummikub bestaat ook een uitgebreide versie voor 5 of 6 spelers. Die bevat 52 extra stenen, 2 extra jokers en 2 extra plankjes, in totaal 160 stenen. Met 5 of 6 spelers gebruik je alle stenen en gelden dezelfde regels als hierboven.
Speel je die versie met 4 spelers of minder, dan heb je drie mogelijkheden.
- Je haalt van elke kleur één set stenen van 1 tot en met 13 uit het spel, plus 2 jokers. Je speelt dan met de standaard 106 stenen.
- Je speelt met alle 160 stenen. Het potje duurt dan langer.
- Je haalt alleen de 52 extra stenen uit het spel en houdt alle 4 jokers erin. Dat zorgt voor een vlot potje met veel jokers.