Hieronder lees je hoe je Audition speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. Audition is een kaartspel voor 2 tot 6 spelers waarin je als dirigent muzikanten verzamelt voor je orkest. Het spel is ontworpen door Robert Brouwer en geïllustreerd door Julia Körner.
Doel van het spel
Je verzamelt muzikantenkaarten met verschillende nummers. Aan het einde van het spel leveren alleen solisten en kwartetten punten op. Een solist is precies één kaart van een bepaald nummer, een kwartet bestaat uit precies vier kaarten van hetzelfde nummer. Alle andere aantallen zijn niets waard. De speler met de meeste punten wint.
Voorbereiding
- Haal muzikantenkaarten uit het spel op basis van het aantal spelers. Bij 2 spelers verwijder je alle kaarten met de nummers 13, 12, 11 en 10. Bij 3 spelers verwijder je de nummers 13, 12 en 11. Bij 4 spelers verwijder je de nummers 13 en 12. Bij 5 spelers verwijder je alleen nummer 13. Bij 6 spelers gebruik je alle muzikantenkaarten.
- Schud de overgebleven muzikantenkaarten en leg ze als gedekte stapel op tafel.
- Leg net zoveel dirigentkaarten onder elkaar op tafel als er spelers meedoen. De dirigentkaarten die je niet nodig hebt, gaan terug in de doos.
- De speler die als laatste een muziekinstrument heeft bespeeld, begint.

Spelverloop
Het spel bestaat uit meerdere ronden. De startspeler begint en daarna volgen de andere spelers met de klok mee. Ben je aan de beurt, dan moet je één van de twee onderstaande acties kiezen.
Actie A: een muzikantenkaart trekken en neerleggen
Je trekt de bovenste kaart van de gedekte stapel, bekijkt deze en legt hem open bij een dirigentkaart naar keuze. Bij één dirigentkaart mogen nooit meer dan vier muzikantenkaarten liggen. Daarna is de volgende speler aan de beurt.
Actie B: een dirigentkaart nemen
Je neemt een dirigentkaart met alle muzikantenkaarten die erbij liggen. Een dirigentkaart waar geen enkele muzikant bij ligt, mag je niet nemen. De genomen muzikantenkaarten leg je open en gesorteerd op nummer voor je neer, zodat alle spelers kunnen zien welke kaarten je hebt en hoeveel je er van elk nummer bezit. Je doet deze ronde verder niet meer mee en de volgende speler is aan de beurt.
Einde van een ronde
Zodra alle spelers een dirigentkaart hebben genomen, is de ronde voorbij. Iedereen legt zijn dirigentkaart weer midden op tafel. De speler die als laatste een dirigentkaart nam, begint de nieuwe ronde.
Ligt er nog maar één dirigentkaart op tafel, dan heeft de laatste overgebleven speler extra vrijheid. Hij mag die dirigentkaart meteen nemen, of eerst nog kaarten van de gedekte stapel trekken en erbij leggen tot er ten hoogste vier kaarten liggen. Ligt er helemaal geen muzikantenkaart bij die dirigentkaart, dan moet hij eerst minstens één muzikantenkaart van de gedekte stapel erbij leggen.

Varianten
Met de onderstaande varianten maak je het spel uitdagender. Je kunt ze los van elkaar gebruiken of met elkaar combineren.
Variant 1: actiekaarten
Vervang één of meer dirigentkaarten door actiekaarten. Daarvoor gebruik je de achterkant van de dirigentkaart. Je mag de actiekaarten willekeurig trekken of gericht uitkiezen. Leg zoals gebruikelijk één actie- of dirigentkaart per speler op tafel. Alle regels van het basisspel blijven gelden. Kies je een actiekaart, dan neem je de bijbehorende muzikanten en voer je daarnaast de actie uit die op de kaart staat.
Afgelegde kaarten leg je open in een rij aan de rand van de tafel. Deze kaarten doen niet meer mee, maar iedereen kan wel zien welke muzikanten uit het spel zijn.
Max. 2 kaarten Bij deze actiekaart mogen ten hoogste twee muzikanten liggen.
Geef 1 kaart naar links door Je moet één van de bijbehorende muzikantenkaarten naar keuze aan je linkerbuurman geven. Hij moet die kaart aan zijn eigen collectie toevoegen.
1 kaart afleggen Je moet één van de bijbehorende muzikantenkaarten open afleggen.
1 van je muzikanten afleggen Je mag één van de muzikantenkaarten die al voor je liggen open afleggen. Dat mag geen muzikant zijn die bij de zojuist gepakte actiekaart lag.
1 kaart van de gedekte stapel Naast de bijbehorende muzikantenkaarten moet je ook de bovenste kaart van de gedekte stapel trekken en aan je collectie toevoegen. Is de gedekte stapel leeg, dan vervalt deze actie.
Kaarten direct nemen Leg je een muzikant bij deze actiekaart, dan mag je ervoor kiezen om de actiekaart inclusief alle muzikantenkaarten die erbij liggen direct te nemen. Je hoeft dus niet een ronde te wachten met het risico dat een andere speler de kaart voor je neus wegkaapt.
Variant 2: onzekere aantallen
Bereid het spel eerst op de gebruikelijke manier voor, afgestemd op het aantal spelers. Verwijder daarna vijf willekeurige muzikantenkaarten uit het spel en leg ze zonder ze te bekijken gedekt in de doos. Deze kaarten doen dit spel niet mee, zodat niemand precies weet welke muzikanten nog beschikbaar zijn.

Einde van het spel
Zodra een speler de laatste kaart van de gedekte stapel heeft getrokken en neergelegd, nadert het spel zijn einde. De eerstvolgende speler die nog geen dirigentkaart heeft genomen, heeft twee mogelijkheden. Hij neemt een dirigentkaart met de bijbehorende muzikantenkaarten, of hij neemt helemaal geen dirigentkaart.
Daarna maken de overige spelers zonder dirigentkaart dezelfde keuze. De speler die de laatste kaart van de gedekte stapel trok, is als laatste aan de beurt. Daarna eindigt het spel. Dirigentkaarten en muzikanten die niemand heeft genomen, blijven gewoon liggen.
Puntentelling
Iedere speler telt per nummer hoeveel muzikantenkaarten hij voor zich heeft liggen.
- Eén kaart van een bepaald nummer levert 1 punt op.
- Vier kaarten met hetzelfde nummer leveren 5 punten op.
- Twee, drie, vijf of meer kaarten met hetzelfde nummer leveren geen punten op.
Let op dat je grotere aantallen niet mag opsplitsen. Vijf muzikanten met hetzelfde nummer gelden dus niet als één solist plus een kwartet, en acht muzikanten met hetzelfde nummer gelden niet als twee kwartetten.
De speler met de meeste punten wint het spel. Bij een gelijke stand wint van hen de speler met het hoogste aantal scorende kwartetten.