Hieronder lees je hoe je Stratego Card Clash speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Jumbo. Het is een snel kaartspel voor twee tot zes spelers waarin je de bekende rangen uit Stratego gebruikt om als eerste een stuk land in jouw kleur te claimen. Je legt kaarten naast elkaar of stapelt ze bovenop kaarten die al op tafel liggen.
Doel van het spel
Je wint een ronde door als eerste vier kaarten in jouw kleur in een vierkant van twee bij twee neer te leggen. Wie dat lukt, krijgt een vlaggenkaart. Spelen jullie meerdere rondes, dan is de speler met de meeste vlaggen aan het eind de winnaar.
Voorbereiding
- Spreek af hoeveel rondes jullie gaan spelen. Bij één ronde leg je één vlaggenkaart open op tafel. Bij meerdere rondes leg je alle vlaggen op één open stapel.
- Iedere speler kiest een kleur en pakt de bijbehorende set van 17 legerkaarten.
- Schud je eigen kaarten en leg ze gedekt voor je neer. Dit is je trekstapel.
- Trek de bovenste vier kaarten van je trekstapel en houd ze zo vast dat de andere spelers ze niet kunnen zien.
De tafel bakent het speelgebied af. Het slagveld mag niet verder groeien dan de tafelranden.

De kaarten
Elke kleur bevat dezelfde 17 legerkaarten. De cijfers geven de rang aan, waarbij 6 de hoogste is.
| Kaart | Waarde | Aantal per kleur |
| Maarschalk | 6 | 1x |
| Generaal | 5 | 1x |
| Majoor | 4 | 2x |
| Sergeant | 3 | 3x |
| Verkenner | 2 | 4x |
| Spion | 1 | 1x |
| Bom | B | 3x |
| Mineur | X | 2x |
Daarnaast zitten er acht vlaggenkaarten in de doos. Die zijn alleen de beloning voor het winnen van een ronde en spelen verder geen rol op het slagveld.
Spelverloop
De ronde beginnen
Een van de spelers begint door een kaart uit zijn hand open in het midden van de tafel te leggen. Daarna trekt hij de bovenste kaart van zijn eigen trekstapel en is zijn beurt voorbij. Het spel gaat met de klok mee verder, dus de speler links van hem is als volgende aan de beurt.
Wat je in je beurt doet
In je beurt speel je altijd precies één kaart uit je hand. Dat kan op twee manieren.
A. Een kaart naast een andere kaart leggen
Je mag elke kaart uit je hand naast een kaart leggen die al op tafel ligt. De kaart moet met minstens één volledige zijde aansluiten op een andere kaart. Alleen met een hoek aansluiten is niet toegestaan, dus diagonaal aanleggen mag niet.
B. Een kaart op een andere kaart stapelen
Je mag een kaart bovenop een kaart leggen die al op tafel ligt, zolang je je aan de rangorde houdt. De regels daarvoor staan hieronder beschreven. Je mag ook op je eigen kaarten stapelen, mits die regels worden gevolgd.
De stapelregels per kaart
- Genummerde kaarten (1 tot en met 6): je stapelt een genummerde kaart alleen op een kaart met een lagere waarde. Een kaart met dezelfde of een hogere waarde eronder is niet toegestaan, met de spion als enige uitzondering.
- Spion (1): deze kaart mag uitsluitend op een maarschalk (6) worden gelegd.
- Bom (B): een bom mag alleen op een genummerde kaart (1 tot en met 6) worden gelegd. Alleen de mineur kan een bom nog onschadelijk maken.
- Mineur (X): een mineur mag alleen op een bom worden gelegd. Daarmee sluit je de stapel, want er kunnen geen kaarten meer bovenop.
Je beurt beëindigen
Nadat je je kaart hebt gespeeld, trek je de bovenste kaart van je trekstapel en voeg je die toe aan je hand. Daarna is de speler links van je aan de beurt.
Einde van de ronde
De ronde eindigt op een van deze twee manieren.
A. Iemand legt een vierkant. Zodra een speler tijdens het spel minstens één vierkant van twee bij twee kaarten in de eigen kleur op tafel heeft liggen, wint die speler de ronde en pakt een vlaggenkaart.
B. Alle kaarten zijn op. Hebben alle spelers hun kaarten gespeeld zonder dat er een vierkant in één kleur ligt, dan tel je punten. Elke zichtbare kaart in jouw kleur is één punt waard. Kaarten die onder een andere kaart liggen tellen dus niet mee.
Gelijkspel
Staan er meerdere spelers gelijk, dan gebruik je de volgende regels in deze volgorde.
- De gelijk staande spelers tellen de getallen op hun zichtbare kaarten (1 tot en met 6) bij elkaar op. Mineurs en bommen tellen hierbij niet mee.
- Is het daarna nog steeds gelijk, dan wint de speler met de hoogste rang op tafel.
- Blijft het ook dan gelijk, dan winnen alle gelijk staande spelers samen.
Wie wint het spel?
Spelen jullie één ronde, dan is de winnaar van die ronde ook meteen de winnaar van het spel. Bij meerdere rondes krijgt iedere winnaar van een ronde één vlaggenkaart. Het spel gaat door totdat alle vlaggen uit de stapel verdeeld zijn. De speler of spelers met de meeste vlaggenkaarten winnen.
Variant: een strategischer spel
Wil je meer diepgang, dan speel je met alle bovenstaande regels en deze drie aanvullingen.
- Je mag een kaart leggen op een kaart met dezelfde waarde. Beide kaarten heffen elkaar op en worden weggelegd, waardoor de kaart eronder weer zichtbaar wordt.
- Ook een mineur en een bom heffen elkaar op. Ze worden allebei weggelegd.
- Je mag in je beurt de eerste kaart bekijken die direct onder de bovenste kaart van elke stapel ligt.
Voorbeeld: een paarse maarschalk (6) wordt op een gele verkenner (2) gelegd, met daarbovenop een groene bom (B). Vervolgens legt iemand een paarse bom (B) op de groene bom. Beide bommen verdwijnen en de paarse maarschalk komt weer bovenop te liggen. De gele speler speelt daarna een gele maarschalk (6), waardoor beide maarschalken worden weggelegd en de gele verkenner weer zichtbaar is.
Doordat er kaarten van tafel verdwijnen, kan het gebeuren dat sommige kaarten niet meer aansluiten op de rest van het slagveld. Die kaarten blijven gewoon liggen waar ze liggen.