Hieronder lees je hoe je Eigenwijs speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. Eigenwijs is een snel reactiespel van Jacques Zeimet voor 2 tot 6 spelers vanaf 8 jaar, waarin je eieren telt, direct het juiste woord roept en bij een gelijke stand zo snel mogelijk op het spiegelei slaat. Een potje duurt ongeveer een kwartier.
Doel van het spel
Je probeert als eerste al je kaarten kwijt te raken. In je beurt draai je een kaart om en zeg je meteen wie op dat moment de meeste eieren op tafel heeft. Wie een fout maakt of te laat op het spiegelei slaat, moet alle gespeelde kaarten bij zijn eigen stapel voegen. De speler die als eerste zijn laatste kaart speelt, wint.
Voorbereiding
- Leg het spiegelei midden op tafel.
- Speel je voor het eerst, gebruik dan de instapversie. Haal de 8 kuikenkaarten (Cali) uit het spel en speel met maximaal 4 spelers.
- Schud alle overige kaarten en verdeel ze gedekt, zodat iedere speler evenveel kaarten heeft. Kaarten die overblijven leg je terug in de doos.
- Leg je kaarten als gedekte stapel voor je neer.
- De speler die als laatste een kip heeft gezien, begint.

Spelverloop
Je speelt met de klok mee. Iedere speler krijgt in de loop van het spel een eigen aflegstapel naast het spiegelei. Met 2 spelers ontstaan er dus 2 aflegstapels, met 3 spelers 3, en zo verder.
Je beurt
Ben je aan de beurt, dan draai je in één beweging de bovenste kaart van je stapel om en leg je die open op je eigen aflegstapel. Direct daarna beantwoord je de vraag wie de meeste eieren heeft. Je kijkt daarvoor naar alle kaarten die open op tafel liggen, dus de bovenste kaart van elke aflegstapel. Eieren van kippen met dezelfde kleur tel je bij elkaar op. De kleur met het hoogste totaal is de meerderheidskleur.
Vervolgens roep je één van deze woorden:
- Niemand: alle open kaarten tonen een gebroken ei. Er is dan geen enkel ei te tellen.
- Ik: alle eieren van de meerderheidskleur staan op de kaart die jij zojuist hebt gespeeld.
- Jij: alle eieren van de meerderheidskleur staan op één andere open kaart.
- Wij: jouw kaart vormt samen met één of twee andere kaarten van dezelfde kleur de meerderheid.
- Jullie: twee of meer andere kaarten van dezelfde kleur hebben samen de meeste eieren, zonder dat jouw kaart daarbij hoort. Deze situatie kan met 2 spelers niet voorkomen.
Na je antwoord is de volgende speler aan de beurt.
Gelijke stand
Hebben twee of meer kleuren evenveel eieren en delen zij samen de meerderheid, dan roept niemand een woord. In plaats daarvan moet iedereen zo snel mogelijk op het spiegelei slaan. De speler die als laatste slaat, neemt alle kaarten die tot dan toe gespeeld zijn en schuift ze onder zijn eigen gedekte stapel. Diezelfde speler start de volgende ronde. Woorden die tijdens het slaan worden geroepen, tellen niet als fout.
Fouten
Als fout geldt:
- een verkeerd woord roepen;
- op het spiegelei slaan terwijl er geen gelijke stand is;
- langer dan 3 seconden aarzelen met je antwoord.
De speler die de fout maakt, neemt alle tot dan toe gespeelde kaarten en legt ze onder zijn eigen stapel. Hij begint de volgende ronde.
De kuikens
Wil je het spel moeilijker maken, dan voeg je de 8 kuikenkaarten met Cali toe. Zolang er minstens één kuiken open op tafel ligt, roep je geen persoonlijk voornaamwoord meer. In plaats daarvan noem je het aantal eieren van de meerderheidskleur.
Ligt er bijvoorbeeld een rode kaart met 3 eieren naast een blauwe kaart met 2 eieren en draai jij Cali om, dan zeg je “Drie”. Liggen er alleen gebroken eieren naast een zichtbare Cali, dan zeg je “Nul”. Zodra alle kuikens weer bedekt zijn door nieuwe kaarten, gelden de gewone regels met “Ik”, “Jij”, “Wij”, “Jullie” en “Niemand”.
Variant voor gevorderden: “Precies”
Deze extra regel gebruik je zodra ook de kuikens geen probleem meer vormen. Je mag het antwoord van de speler vóór je niet herhalen. Zou jij hetzelfde woord moeten roepen als je voorganger, dan zeg je in plaats daarvan “Precies”. Ook “Precies” mag niet twee keer achter elkaar klinken. Zou je opnieuw “Precies” moeten zeggen, dan geef je gewoon weer het oorspronkelijke antwoord.
Een voorbeeld. De eerste speler legt een groene kaart met 1 ei en zegt “Ik”. De tweede speler legt een blauwe kaart met 2 eieren en zou ook “Ik” moeten zeggen, maar zegt daarom “Precies”. De derde speler legt een rode kaart met 3 eieren en zegt opnieuw gewoon “Ik”.
Variant voor 2 tot 6 spelers
Ken je de basisregels goed en wil je met meer spelers spelen, dan gebruik je wisselende aflegstapels. Ongeacht het aantal spelers liggen er dan altijd precies 3 aflegstapels op tafel. Alleen met 3 spelers gebruik je 4 aflegstapels. Je legt je kaart niet meer op een eigen stapel, maar altijd met de klok mee op de aflegstapel die volgt op de stapel waarop de vorige speler zijn kaart legde. Verder blijven alle regels gelijk.
Einde van het spel
Het spel eindigt zodra een speler zijn laatste kaart heeft gespeeld. Die speler wint direct. Er wordt niet met punten gerekend.