De speler met de kroon roept de Dief op en jij houdt je adem in. Je hebt vijf goud gespaard voor de Kathedraal en iedereen kan zien hoeveel munten er voor je liggen. In Machiavelli bouw je een middeleeuwse stad, al gaat het meeste denkwerk naar je tegenspelers. Elke ronde kies je in het geheim een karakter en probeer je te raden welke rol de anderen achter hun kaart verstoppen.
Machiavelli is een kaartspel van de Franse ontwerper Bruno Faidutti dat in 2000 voor het eerst verscheen. De Nederlandse editie is van 999 Games. Deze vernieuwde uitgave is gebaseerd op de internationale editie uit 2016 en bevat 27 karakters en 33 unieke gebouwen, zodat je per spel maar een deel ervan gebruikt. In deze review lees je hoe een potje verloopt en voor welke spelers het geschikt is.
Een hofhouding vol dubbele bodems
Je speelt een bouwmeester die met de mooiste stad de gunst van de Koning probeert te winnen. In je eigen stad blijft dat thema vrij dun, want die bestaat uit een rij gebouwenkaarten waarvan vooral de kosten en de kleur ertoe doen. Of je een Taveerne of een Markt neerlegt, merk je in de praktijk alleen aan het aantal munten in de hoek. Het hof met de karakters leeft des te meer. Bij elk karakter past de vaardigheid bij de naam, zodat je die vaardigheden snel onthoudt. De Dief steelt het goud van het karakter dat hij noemt en de Bisschop houdt de Condottiere weg bij jouw gebouwen. Daardoor begrijp je ook zonder uitleg waarom je buurman onrustig wordt als jij net vijf gebouwen hebt staan en hij weet dat de Condottiere nog niet is opgeroepen.
Die karakters zijn getekend door Andrew Bosley in een warme, schilderachtige stijl. Elke figuur is in één oogopslag herkenbaar en het nummer linksboven is groot genoeg om het vanaf de overkant van de tafel te lezen. De gebouwen komen van een flinke groep illustratoren, maar ze passen toch bij elkaar, zodat je stad aan het eind van het spel op een reeks kleine schilderijtjes lijkt. De kroon en de munten zijn van hout en goudkleurig gelakt, wat prettiger in de hand ligt dan karton. Handig is de rij herinneringskaarten die je midden op tafel legt. Zo zie je tijdens het hele potje welke karakters meedoen en in welke volgorde ze worden opgeroepen. Voor de Magistraat en de Chanteuse zitten er aparte kaartjes in de doos, de onteigeningen en de dreigementen, die je met de afbeelding naar beneden aan andere karakters toekent.
Spelmateriaal
- 27 karakterkaarten
- 27 herinneringskaarten
- 8 overzichtskaarten
- 87 gebouwenkaarten (12 adellijke, 11 religieuze, 20 handels-, 11 militaire en 33 unieke gebouwen)
- 3 onteigeningen
- 2 dreigementen
- 1 houten kroon
- 25 houten goudkleurige munten
- Spelregels
Opzet van het spel
Voor je eerste potje gebruik je het basisscenario. De karakters en unieke gebouwen daarvan zijn gemarkeerd met een rond symbool.
- Leg de herinneringskaarten van de acht karakters uit het basisscenario in nummervolgorde naast elkaar midden op tafel. Speel je met 3 of 8 spelers, voeg dan ook de Kunstenares (9) toe.
- Schud de 14 unieke gebouwen uit het basisscenario door de 54 basisgebouwen en geef iedere speler gedekt 4 gebouwenkaarten.
- Leg de overige gebouwenkaarten als gedekte gebouwenstapel op tafel.
- Leg het goud als bank op tafel. Iedere speler krijgt 2 goud en 1 overzichtskaart.
- Bepaal door loting wie de kroon krijgt. Die speler neemt ook de karakterkaarten van de gekozen karakters.
Bij volgende potjes kies je zelf acht of negen karakters (één per nummer) en 14 unieke gebouwen met uiteenlopende bouwkosten. Het spelregelboek geeft daarvoor drie kant-en-klare scenario’s. De oudste speler krijgt dan de kroon.

Hoe speel je Machiavelli?
Je wilt aan het eind de meeste punten hebben. Die punten haal je vooral uit de gebouwen in je stad. Elk gebouw levert evenveel punten op als het kost. Een ronde bestaat uit twee fasen. In de kiesfase schudt de speler met de kroon de karakterkaarten en legt hij er een paar weg, afhankelijk van het aantal spelers. Bij vier spelers gaan er bijvoorbeeld twee open en één gedekt opzij. Het karakter met nummer 4 mag nooit open weggelegd worden. Daarna kiest de speler met de kroon in het geheim één karakter en geeft hij de rest door naar links, tot iedereen een karakter voor zich heeft liggen.
In de actiefase roept de speler met de kroon de karakters op in nummervolgorde, te beginnen bij de Moordenares. Heb jij het opgeroepen karakter, dan draai je je kaart om en ben je aan de beurt. Je moet eerst inkomen nemen. Dat zijn 2 goud uit de bank of 2 gebouwenkaarten, waarvan je er één houdt en de andere onder de stapel schuift. Daarna mag je één gebouw uit je hand bouwen door de kosten te betalen. Twee gebouwen met dezelfde naam mag je niet in je stad hebben. Op een moment naar keuze gebruik je ook eenmaal de eigenschap van je karakter. De Koopvrouw krijgt bijvoorbeeld goud voor elk handelsgebouw en 1 goud extra, terwijl de Bouwmeester 2 kaarten extra trekt en tot drie gebouwen mag bouwen.
Veel karakters richten zich op een ander karakter en niet op een speler. De Moordenares noemt een karakter dat deze ronde zijn beurt overslaat en de Dief noemt een karakter waarvan hij al het goud pakt zodra het wordt omgedraaid. Je weet dus nooit zeker wie je raakt. Er zijn vijf soorten gebouwen (adellijk, religieus, handel, militair en uniek). Sommige karakters leveren extra inkomen op voor een bepaalde soort en de unieke gebouwen hebben elk een eigen functie.
Zodra iemand zijn zevende gebouw bouwt, speel je de ronde nog uit. Dan krijg je 1 punt per munt aan bouwkosten, 3 punten als je van elke soort minstens één gebouw hebt en 4 punten als je je stad als eerste hebt voltooid. Voltooide je je stad later, dan krijg je er 2. De unieke gebouwen kunnen nog extra punten opleveren. Met 2 of 3 spelers heeft iedereen per ronde twee karakters en eindigt het spel bij acht gebouwen.
De volledige speluitleg is terug te lezen in de spelregels. Of bekijk de video met speluitleg hieronder.
Raden wat de ander nodig heeft
Op de doos staat 2 tot 8 spelers en hoe groter de groep, hoe meer het spel verandert. Met vier of vijf spelers liggen er nog karakters open op tafel, waardoor je weet welke rollen deze ronde niet meedoen en je gerichter kunt raden. Met zeven of acht spelers is dat houvast weg en wacht je ook langer op je beurt, omdat alle lagere nummers eerst gaan. Met 2 of 3 spelers neem je zelf twee karakters. Dat speelt prima, al raad je dan minder en reken je meer, omdat je beter weet welke karakters er nog over zijn.
Die wachttijd bepaalt ook hoe lang een potje duurt. De doos noemt 30 tot 60 minuten en dat haal je met vier spelers die de karakters kennen. Met een volle tafel of een paar nieuwkomers loopt het een stuk uit. Karakters die meer dan één gebouw per beurt laten bouwen, zoals de Bouwmeester en de Zieneres, houden de vaart er wel in.
Een beurt zelf is snel uitgelegd, waardoor de minimumleeftijd van 10 jaar goed gekozen is. Het leerwerk zit in de acht karakters. In het eerste potje pakt iedereen bij het kiezen nog de kaarten erbij om te lezen wat elk karakter doet. Het duurt een paar rondes voordat je doorziet waarom de Moordenares juist de Koopvrouw noemt.
Zodra je dat doorziet, begint het tactische deel. Je kijkt naar wat er bij de anderen ligt. Ligt er bij een tegenspeler een stapel goud, dan neemt waarschijnlijk iemand de Dief. Heb jij drie militaire gebouwen, dan ligt de Condottiere voor de hand en dat weten de anderen ook. Vaak kies je daarom het karakter dat niemand bij jou verwacht, ook als een ander karakter meer zou opleveren. De volgorde van kiezen speelt daarbij mee, want de speler met de kroon kiest als eerste en de laatste speler moet het doen met wat er overblijft. Zo is de Koning soms interessanter om de kroon dan om het goud.
Geluk speelt een flinke rol. Welke gebouwen je trekt en welke karakters aan het begin van de ronde opzij gaan, heb je niet in de hand. Noemt de Moordenares toevallig twee rondes achter elkaar jouw karakter, dan raak je flink achter.
Tegelijk is het die onzekerheid die iedereen bij de les houdt, ook als het niet jouw beurt is. Bij elk nummer dat de speler met de kroon oproept, kijkt de hele tafel wie zijn kaart omdraait. Het moment dat de Moordenares een karakter heeft genoemd en er bij dat nummer niemand reageert, levert steevast blikken over en weer op. De interactie is direct en soms gemeen. De speler die voorstaat, krijgt de meeste aanvallen te verduren, waardoor het potje meestal spannend blijft tot het eind.
Om te blijven variëren zit er genoeg in de doos. Met 27 karakters en 33 unieke gebouwen kun je talloze combinaties maken. De Magistraat met zijn onteigeningen of de Chanteuse met haar dreigementen brengen een heel ander soort bluf in dan de Moordenares en de Dief. De drie scenario’s in het spelregelboek helpen je om zonder veel uitzoekwerk zo’n andere combinatie te proberen.



Voor wie is Machiavelli geschikt?
Machiavelli past goed bij een groep die het leuk vindt om elkaar in de gaten te houden en die kan lachen als een zorgvuldig plan in één beurt mislukt. Dat geldt voor een vaste spelgroep, maar ook voor gezinnen met kinderen vanaf een jaar of tien, zolang niemand het persoonlijk opvat als zijn gebouw wordt gesloopt. Doordat de regels voor een beurt zo eenvoudig zijn, kun je het spel goed meenemen naar mensen die nog weinig spellen kennen.
Ergert het je als een ander je plannen in de war stuurt, dan is dit spel minder geschikt voor jou. Hetzelfde geldt als je liever rustig aan je eigen stad werkt. Je kunt hier weinig plannen zonder rekening te houden met de anderen. Het beste speelt het met vier of vijf spelers, omdat je dan genoeg tegenspelers hebt om te misleiden en de wachttijd tussen je beurten kort blijft.
Vergelijkbare spellen
Houd je van de karakters met geheime rollen, dan is Coup een goed alternatief. Ook daar beweer je een bepaald karakter te zijn en komt er een moordenaar aan te pas, maar een potje duurt maar een kwartier en je bouwt niets op. Coup is in Nederland vooral verkrijgbaar in de Engelstalige editie. Mascarade is eveneens van Bruno Faidutti en draait om karakters met een eigen vaardigheid, al wisselen de spelers daar hun kaart steeds met elkaar en weet je soms zelf niet meer wie je bent. Dat spel ligt in Nederland in een Engelstalige editie in de winkel. Wil je vooral het opbouwen van een stad uit kaarten, dan is 7 Wonders een goede keuze. Daar kies je ook kaarten uit een stapel die rondgaat, maar iedereen speelt tegelijk en je zit elkaar veel minder dwars.
Conclusie
Machiavelli is na ruim twintig jaar nog steeds een spel dat de hele tafel bezighoudt. De regels voor een beurt leg je in een paar minuten uit, terwijl het raden naar elkaars karakters elke ronde opnieuw spannend is. Deze editie haalt daar veel uit, met 27 karakters, 33 unieke gebouwen en houten munten en kroon. Het spel is wel direct en soms gemeen. Daarbij hebben de kaarten die je trekt veel invloed op je kansen. Met zeven of acht spelers loopt de wachttijd bovendien flink op. Speel je met vier of vijf spelers die het leuk vinden om elkaar te misleiden, dan is Machiavelli een aanrader.

Toegankelijkheid: ★★★★☆
Een beurt is snel uitgelegd, alleen de karakters vragen om wat aandacht in het eerste potje.
Tactiek: ★★★★☆
Je karakter kies je op basis van wat de anderen nodig hebben en wat ze van jou verwachten.
Geluk: ★★★☆☆
De gebouwen die je trekt en de karakters die opzij gaan, heb je niet in de hand.
Interactie: ★★★★★
Bijna elk karakter steelt, sloopt of blokkeert iets bij een ander.
BRDGMZ ontving van de uitgever een recensie-exemplaar van Machiavelli. Dit heeft geen invloed op ons oordeel. Lees er meer over in ons reviewbeleid.