Hieronder lees je hoe je Tricky Treats speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. Tricky Treats is een familiespel van ontwerper Pedro Ometto voor twee tot vier spelers, waarin je met doorzichtige kostuumkaarten een groepje kinderen aankleedt en de buurt in stuurt om snoep op te halen.
Doel van het spel
Je wilt aan het einde van het spel de meeste pompoenpunten hebben. Die verdien je door huizen in de buurt te bezoeken, door snoep te verzamelen dat past bij je plaagtegels en door je kinderen in complete kostuums te steken.
Voorbereiding
- Schud de tien huiskaarten van de aardige buren. Leg er negen open in een raster van drie bij drie in het midden van de tafel. De tiende huiskaart gaat ongebruikt terug in de doos.
- Leg op elke huiskaart een willekeurig huissnoepfiche in de rechterbovenhoek.
- Leg aan het einde van elke rij en elke kolom een willekeurig straatbonusfiche neer, met de kant met twee snoepjes naar boven.
- Leg de drie huiskaarten van de gemene buren naast het raster. Leg op elk van deze kaarten een willekeurige plaagtegel, open, op het aangegeven vak bij de voordeur.
- Leg op alle twaalf huiskaarten een pompoenfiche.
- Schud de doorzichtige kostuumkaarten en leg er vijf open naast elkaar. Dit is de markt. De rest van de kaarten vormt een gesloten trekstapel naast de markt.
- Elke speler neemt een spelerstableau, drie snoepmarkeerstenen en acht voetafdrukfiches in dezelfde kleur. Zet de snoepmarkeerstenen op vak 0 van de drie snoepsporen op je tableau.
- Elke speler krijgt bovendien één willekeurige plaagtegel. Dit is je geheime doel voor de rest van het spel.
- De speler die als laatste iets zoets heeft gegeten, krijgt het startspelerfiche.

Spelverloop
De startspeler begint, daarna gaat het spel met de klok mee. In je beurt voer je precies één van twee acties uit. Je pakt een kostuumkaart of je bezoekt een huis.
Een kostuumkaart pakken
Kies één van de vijf kostuumkaarten uit de markt en leg die meteen op een kind van je spelerstableau. De kaart komt altijd bovenop de kostuumkaarten die al op dat kind liggen. Kaarten die je eenmaal hebt gelegd, verschuif of verwissel je niet meer.
Een kind draagt maximaal drie kostuumkaarten tegelijk en die moeten alle drie van een ander type zijn. Ligt er al een hoofddeksel op een kind, dan kun je daar geen tweede hoofddeksel bij leggen.
Vul de markt na je actie weer aan tot vijf open kaarten.
Zijn de vijf kaarten in de markt allemaal van hetzelfde type, hetzelfde thema of dezelfde kleur, dan mag je in je beurt de hele markt afleggen en vijf nieuwe kaarten omdraaien.
De opbouw van een kostuumkaart
Elke kostuumkaart heeft twee pictogrammen aan de linkerkant. Linksboven staat het kostuumpictogram, dat de kleur, het thema en het type van het kostuum aangeeft. Linksonder staat het plaagsymbool.
Kleur. Kostuumkaarten hebben één van drie kleuren, namelijk paars, rood of groen.
Type. Er zijn drie types kostuumkaarten, namelijk hoofddeksel, bovenstuk en broek. Op de kaart zelf staat geen apart pictogram voor het type. Je herkent het type aan de hoogte waarop het kostuumpictogram staat afgedrukt.
Thema. Kostuumkaarten hebben één van vier thema’s, namelijk dieren, horror, sprookjes of ruimte.
Plaagsymbool. Elke kostuumkaart draagt daarnaast één van drie plaagsymbolen, namelijk een spinnenweb, een wc-rol of een kapot ei. Het plaagsymbool staat op elke kaart op dezelfde plek. Daardoor is bij elk kind alleen het plaagsymbool zichtbaar van de kaart die je er als laatste op hebt gelegd.

Een aardige buur bezoeken
Elke huiskaart van een aardige buur laat zien welke kostuums die buur graag wil zien. Dat kan een kleur zijn, een thema of een type kostuum. Voldoen je kinderen aan die wens, dan mag je aanbellen en krijg je snoep.
Tel daarvoor hoeveel kostuumkaarten met dat kenmerk er in totaal op je kinderen liggen, verdeeld over je hele groep. De huiskaart geeft aan hoeveel kaarten je minimaal nodig hebt en hoeveel snoep de verschillende aantallen opleveren. Haal je dat minimum niet, dan mag je het huis niet bezoeken.
Het huissnoepfiche in de rechterbovenhoek bepaalt welke snoepsoort je krijgt. Schuif de bijbehorende snoepmarkeersteen het juiste aantal vakjes vooruit op het snoepspoor van je spelerstableau.
Let op het onderscheid tussen kleur, thema en type. Voor het type kijk je naar de positie van het kostuumpictogram op de kaart, omdat daar geen apart pictogram voor bestaat.
Een gemene buur bezoeken
Bij de gemene buren haal je geen snoep op, maar haal je een streek uit. Dat mag zodra er bij je kinderen drie keer hetzelfde plaagsymbool zichtbaar is. Omdat alleen de bovenste kaart van elk kind zijn plaagsymbool laat zien, tellen alleen die kaarten mee.
Bezoek je een gemene buur, dan leg je een voetafdrukfiche op die huiskaart. De plaagtegel die op dat huis ligt, telt aan het einde van het spel voor jou mee bij de puntentelling.

Voetafdrukken en pompoenfiches
Elk huis dat je bezoekt, of het nu een aardige of een gemene buur is, dek je af met één van je voetafdrukfiches. Ben je de eerste speler die dit huis bezoekt, dan pak je bovendien het pompoenfiche van die kaart en leg je dat bij je spelerstableau.
Je mag elk huis maar één keer bezoeken. Verschillende spelers mogen wel hetzelfde huis bezoeken.
Straatbonus
Ben je de eerste speler die alle drie de huizen van dezelfde rij of dezelfde kolom in het raster hebt bezocht, dan pak je de bonus van het straatbonusfiche aan het einde van die rij of kolom. Dat levert twee snoepjes op. Draai het fiche daarna om. Spelers die later dezelfde rij of kolom compleet maken, krijgen de bonus van de omgedraaide kant, wat neerkomt op één snoepje.
Einde van het spel
Het einde van het spel wordt in gang gezet zodra één van deze drie situaties zich voordoet.
- Een speler legt zijn laatste voetafdrukfiche neer.
- Een speler heeft alle vijf zijn kinderen voorzien van een compleet kostuum van drie kaarten.
- De trekstapel met kostuumkaarten is op.
Maak daarna de ronde af, zodat alle spelers evenveel beurten hebben gehad. Tel vervolgens de punten.

Puntentelling
Gebruik het scorespoor aan de binnenkant van de doos en zet er een van je voetafdrukfiches op. Je scoort punten op drie manieren.
Pompoenfiches. Elk pompoenfiche dat je hebt verzameld, is twee punten waard.
Complete kostuums. Elk kind dat alle drie de kostuumkaarten draagt, levert punten op. Hoeveel hangt af van de combinatie van kleur en thema.
- Verschillende kleuren en verschillende thema’s leveren 2 punten op.
- Dezelfde kleur met verschillende thema’s levert 4 punten op.
- Hetzelfde thema met verschillende kleuren levert 6 punten op.
- Dezelfde kleur en hetzelfde thema leveren 8 punten op.
Kinderen zonder compleet kostuum leveren niets op.
Snoep via plaagtegels. Elke plaagtegel waar je toegang toe hebt, geeft punten voor bepaalde sets snoep die je tijdens het spel hebt verzameld. Het gaat om je eigen geheime plaagtegel en om alle plaagtegels van de gemene buren die je hebt bezocht. Kijk op elke tegel welke set snoep wordt gevraagd en hoeveel punten die oplevert, en tel na hoe vaak je die set kunt maken met het snoep op je snoepsporen.
De speler met de meeste punten wint. Bij een gelijke stand wint de speler met de meeste punten uit snoep. Blijft het gelijk, dan delen die spelers de overwinning.