Hieronder lees je hoe je Presidenten speelt. Presidenten is een traditioneel kaartspel, dus er bestaat geen officieel spelregelboek of vaste uitgever. Deze uitleg volgt de regels die in Nederland het meest gespeeld worden. Je speelt met vier tot acht spelers en een gewoon spel van 52 kaarten. Je probeert zo snel mogelijk van je kaarten af te komen. De volgorde waarin dat lukt, bepaalt je rang in de volgende ronde. Het spel heet ook wel Kees, Klootzakken of internationaal President.
Bijna elke groep heeft eigen huisregels. Spreek daarom voor het eerste potje af welke regels jullie aanhouden. Onderaan deze pagina vind je de bekendste varianten.
Doel van het spel
In elke ronde probeer je als eerste al je kaarten kwijt te raken. Lukt dat, dan word je president. De speler die als laatste nog kaarten heeft, wordt bedelaar. In de volgende ronde ruilen de president en de bedelaar kaarten, waardoor de president in het voordeel is.
De kaarten
Je speelt met 52 kaarten zonder jokers. De 2 is de hoogste kaart en de 3 de laagste. Van laag naar hoog is de volgorde:
3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, boer, vrouw, heer, aas, 2
De kleur van een kaart maakt niet uit. Een hartenacht is even sterk als een schoppenacht.
De rangen
Na elke ronde krijgt iedere speler een rang. Die hangt af van de volgorde waarin de spelers hun kaarten kwijt waren.
| Plek | Rang |
|---|---|
| Eerste | President |
| Tweede | Vicepresident |
| Middelste plekken | Burger |
| Een na laatste | Vicebedelaar |
| Laatste | Bedelaar |
Speel je met vier spelers, dan zijn er geen burgers.
Voorbereiding
- Kies een deler. De deler schudt en verdeelt alle kaarten een voor een over de spelers. Het geeft niet als sommige spelers een kaart meer hebben.
- Iedereen bekijkt zijn kaarten en sorteert ze van laag naar hoog.
- In de eerste ronde heeft nog niemand een rang. De speler met klaveren 3 begint.
Een ronde spelen
Uitkomen
De speler die begint, legt een of meer kaarten met dezelfde waarde open in het midden. Dat kan een losse kaart zijn, maar ook twee, drie of vier gelijke kaarten, zoals twee vijven of drie boeren.
Overgaan
Daarna is de volgende speler met de klok mee aan de beurt. Hij moet hetzelfde aantal kaarten opgooien als er net gelegd is, met een hogere waarde. Ligt er een enkele 7, dan mag je een enkele 8 of hoger leggen. Liggen er twee boeren, dan mag je twee vrouwen of hoger leggen.
Kun of wil je niet hoger gaan, dan pas je. Passen mag ook als je wel hogere kaarten hebt. Je kunt ze dan sparen voor later. Heb je gepast, dan mag je later in dezelfde slag gewoon weer meedoen.
Een slag sluiten
Passen alle andere spelers na elkaar, dan is de slag voorbij. De kaarten in het midden gaan van tafel. De speler die als laatste kaarten legde, komt opnieuw uit met een nieuwe combinatie naar keuze.
Is de speler die de slag won zijn kaarten al kwijt, dan komt de eerstvolgende speler links van hem uit die nog kaarten heeft.
Kaarten kwijt
Ben je al je kaarten kwijt, dan ben je klaar voor deze ronde. De anderen spelen verder tot er nog maar een speler kaarten heeft. Die speler wordt bedelaar.
Kaarten ruilen
Vanaf de tweede ronde ruil je kaarten voordat je gaat spelen. Daarbij heeft de president het voordeel.
- De deler deelt alle kaarten.
- De bedelaar geeft zijn twee hoogste kaarten aan de president. De president geeft daarvoor twee kaarten naar keuze terug.
- De vicebedelaar geeft zijn hoogste kaart aan de vicepresident. De vicepresident geeft daarvoor een kaart naar keuze terug.
- Burgers ruilen niet.
Na het ruilen komt de bedelaar als eerste uit.
Rang en zitplaats
In veel groepen wissel je na elke ronde van plaats, zodat iedereen volgens zijn rang aan tafel zit. De president zit dan links van de bedelaar. Zo komt na de bedelaar meteen de president aan de beurt. Is dat te omslachtig, dan blijf je gewoon zitten.
Einde van het spel
Presidenten heeft geen vast einde. Je speelt zoveel rondes als jullie willen. Wil je toch een winnaar, dan kun je punten geven. De president krijgt bijvoorbeeld 2 punten, de vicepresident 1 punt en de rest niets. Na het afgesproken aantal rondes wint de speler met de meeste punten.
Bekende varianten
De regels hierboven vormen de meest gespeelde basis. Hieronder staan huisregels die je vaak tegenkomt. Kies er vooraf een paar uit, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.
Met jokers
Je speelt met twee jokers erbij. Een joker is hoger dan een 2. In sommige groepen mag je een joker ook gebruiken als vervanging voor elke andere kaart.
Gelijke kaart slaat over
Leg je dezelfde waarde als de vorige speler, dan slaat de volgende speler een beurt over. Ligt er een 9 en leg jij ook een 9, dan wordt de speler na jou overgeslagen.
Een 2 sluit de slag
Leg je een of meer tweeën, dan is de slag meteen voorbij en kom je zelf opnieuw uit. Je hoeft dan het aantal kaarten niet te volgen.
Niet uitgaan op een 2
Je mag je laatste kaart niet kwijtraken met een 2. Doe je dat toch, dan word je in die ronde automatisch bedelaar.
Revolutie
Leg je vier gelijke kaarten, dan draait de volgorde om. Vanaf dat moment is de 3 de hoogste kaart en de 2 de laagste. Speel je een tweede keer vier gelijke kaarten, dan draait het weer terug.
Een gepaste speler blijft uit
Pas je, dan mag je in dezelfde slag niet meer meedoen. Je wacht tot de volgende slag begint.
Andere namen
Veel groepen gebruiken andere namen voor de rangen, zoals koning en slaaf of baas en kees. De regels blijven gelijk.