Je hebt al een 4 en een 5 uit de hand van je buurvrouw getrokken. Stop je nu, dan gaan ze allebei naar je verzameling. Toch blijft je hand boven haar kaarten hangen, want ergens daartussen zit misschien die 6 die je zo hard nodig hebt. In Jatten sta je steeds weer voor die keuze tussen nog één keer graaien of je buit veilig binnenhalen.
Jatten is een klein kaartspel van Alexander Pfister, de ontwerper van onder meer Port Royal en Great Western Trail. De Nederlandse editie is van 999 Games. Met twee tot vijf spelers probeer je als eerste zes kaarten met hetzelfde cijfer te verzamelen. Die kaarten steel je vooral uit de handen van je tegenspelers. In deze review lees je hoeveel tactiek er achter al dat graaien zit en voor wie dit kleine doosje een goede aankoop is.
Vingerafdrukken en een grijnzende boef
Het thema van Jatten zit vooral in de naam en in de vingerafdrukken. Elke cijferkaart heeft een eigen kleur met een grote vingerafdruk als achtergrond, alsof iemand met vieze handen aan je kaarten heeft gezeten. Midden op de kaart staat het cijfer in grote witte letters, met kleine cijfers in de hoeken zodat je je kaarten makkelijk in een waaier kunt vasthouden. Een deel van de kaarten heeft bovenaan nog een symbool voor een speciale actie. Die symbolen zijn zo eenvoudig dat je na één potje niet meer in de spelregels hoeft te kijken.
Herkenbaar wordt het thema pas met de oplichter. Die getekende boef met pet, oorbel en grote handschoen grijnst je toe vanaf de enige kaart die nooit in een verzameling terechtkomt. Trek je hem uit iemands hand, dan mag je ook nog een kaart uit diens verzameling pakken. Dat moment past precies bij de naam van het spel, al speelt de rest vooral als een abstract spel met cijfers. Je zou de vingerafdrukken door sterretjes kunnen vervangen zonder dat er aan het spel iets verandert. Erg is dat niet, want door de duidelijke kleuren zie je in één oogopslag welke cijfers iedereen verzamelt. Een leuk detail is dat er zeven extra oplichters in de doos zitten. Die kaart gaat zo vaak door je handen dat hij sneller slijt dan de rest.
Spelmateriaal
- 98 cijferkaarten met de cijfers 1 tot en met 7
- 12 oplichters (waarvan 7 als reserve)
- Spelregels
Opzet van het spel
- Iedere speler krijgt één oplichter. De overige oplichters gaan terug in de doos.
- Schud de cijferkaarten en geef iedere speler er zeven. Iedere speler neemt zijn cijferkaarten samen met zijn oplichter gedekt in de hand.
- Leg de overige cijferkaarten als gedekte stapel op tafel en houd ernaast ruimte vrij voor een aflegstapel.
- De hebberigste speler is startspeler. Hij krijgt één kaart van de gedekte stapel en legt die open voor zich neer.
- De speler links van hem krijgt twee kaarten, de speler daarna drie kaarten, enzovoort tot iedereen open kaarten voor zich heeft liggen. Deze open kaarten zijn je verzameling. Sorteer je verzameling altijd op cijfer.

Hoe speel je Jatten?
Je wint Jatten als je aan het einde van je beurt minstens zes kaarten met hetzelfde cijfer in je verzameling hebt liggen. Om daar te komen doorloop je in je beurt steeds drie fasen in dezelfde volgorde.
Je begint met het spelen van één kaart uit je hand, die je open in je verzameling legt. Daarna kies je een tegenspeler en trek je blind een kaart uit diens hand. Die kaart leg je open in het midden van de tafel. Zolang je geen cijfer twee keer hebt getrokken, mag je bij dezelfde speler doorgaan. Stop je vrijwillig, dan gaan alle cijferkaarten uit het midden naar je verzameling. Zat de oplichter ertussen, dan kies je daarnaast één kaart uit de verzameling van die speler. De oplichter gaat daarna terug naar zijn eigenaar. Trek je toch een cijfer voor de tweede keer, dan ben je te hebberig geweest. De bestolen speler neemt dan alle kaarten uit het midden terug in zijn hand en jij krijgt niets.
Sommige cijferkaarten hebben een speciale actie, maar die werkt alleen als je de kaart uit de hand van een andere speler trekt. Bij het plusje (+1) krijgt iedere speler die al minstens één kaart van dat cijfer in zijn verzameling heeft er een kaart van de gedekte stapel bij. Met het oog mag je de handkaarten van een speler naar keuze bekijken, waarna die speler zijn hand schudt. De actie 2→3 laat je twee kaarten met hetzelfde cijfer uit je verzameling afleggen om er drie nieuwe kaarten van de gedekte stapel voor in je verzameling te leggen. Is de kaart met de actie meteen de kaart waarmee je een cijfer dubbel trekt, dan gaat de actie niet door.
Tot slot vul je eventueel je hand aan. Heb je alleen je oplichter nog over, dan trek je direct zeven nieuwe kaarten. Dat geldt ook voor de speler die je deze beurt hebt bestolen. Heb je meer kaarten in je hand, dan mag je alle kaarten van één cijfer uit je verzameling afleggen en je hand weer aanvullen tot acht kaarten. Met twee spelers mag je in plaats van bij je tegenspeler ook van de gedekte stapel trekken. Wil je meerdere potjes achter elkaar spelen, dan vind je in de spelregels nog een kleine toernooivariant met punten.
De volledige speluitleg is terug te lezen in de spelregels.
Graaien met je ogen open
Jatten is te spelen met twee tot vijf spelers, maar met drie tot vijf spelers komt het spel het best tot zijn recht. Met z’n tweeën steel je steeds bij dezelfde persoon. Daarom mag je dan ook van de gedekte stapel trekken, maar de afweging bij wie je toeslaat valt weg. Met meer spelers blijft een potje toch kort. De doos noemt een kwartier en daar zit je meestal dicht bij, al loopt een potje met vijf spelers wat uit als iedereen elkaars verzameling blijft leegroven met de oplichter.
Die korte speelduur past bij de minimumleeftijd van acht jaar. Kinderen van die leeftijd snappen de regels zonder moeite, omdat je alleen cijfers hoeft te herkennen en te tellen tot zes. De drie symbolen zijn na één keer uitleggen duidelijk, zodat na een paar beurten iedereen zonder vragen meespeelt.
Achter die eenvoud zit meer denkwerk dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Elke kaart die na een mislukte poging teruggaat naar de hand van de bestolen speler, heeft iedereen gezien. Trekt je linkerbuurman twee keer een 4 uit de hand van je overbuurvrouw, dan weet je dat daar nu minstens twee vieren in zitten. Voor iedereen is dat een val, maar als je zelf vieren spaart is het juist een buitenkansje. Je pakt er dan één, stopt meteen en gaat er met je buit vandoor. Net zo goed denk je na over wie je wilt bestelen. In een kleine hand is de kans op de oplichter groter, terwijl je een volle hand zo ver kunt uitdunnen dat die speler een stapel uit zijn verzameling moet opgeven om weer kaarten te krijgen. Met je eigen hand doe je hetzelfde rekenwerk. Na het afleggen van een cijfer zit je oplichter weer veilig verstopt tussen acht kaarten. Toch kan een kleine hand ook handig zijn. Heb je naast je oplichter alleen nog twee zevens, dan loopt iedereen die bij jou komt stelen al na twee kaarten een flink risico.
Je wint pas aan het einde van je eigen beurt, wat het slot van een potje extra spannend maakt. Bezorgt het plusje een tegenspeler zijn zesde kaart van een cijfer, dan hebben de spelers die eerder aan de beurt zijn nog de kans om met de oplichter een kaart uit die stapel weg te halen.
Hoeveel je ook onthoudt, geluk speelt een flinke rol, want je trekt altijd blind. Een vroege dubbele 3 kan je beurt in één keer waardeloos maken. Doordat je zelf beslist wanneer je stopt, voelt zo’n mislukte beurt zelden als pure pech. Meestal wist je best dat die vierde kaart er eentje te veel was.
Daarbij ben je nooit alleen met je eigen kaarten bezig. Je steelt uit iemands hand en de oplichter plukt kaarten uit andermans verzameling. Zelfs het plusje kan tegen je werken, omdat iedereen die dat cijfer spaart er ook een kaart bij krijgt. Je kijkt dus ook buiten je eigen beurt goed mee, want elke kaart die ergens open op tafel komt, zegt iets over wat er nog in de handen zit.
Van potje tot potje verandert er weinig aan het materiaal, want je speelt altijd met dezelfde zeven cijfers en drie acties. De afwisseling komt van de mensen met wie je speelt. Een voorzichtige speler is een heel ander doelwit dan iemand die tot de laatste kaart doorgraait. Met de toernooivariant speel je een reeks potjes achter elkaar, waardoor ook een verloren potje nog punten oplevert.
Een spel voor graaiers en twijfelaars
Jatten werkt het best in een gezin met kinderen vanaf een jaar of acht en in een groep vrienden die een kwartiertje samen wil lachen. De regels leg je in een paar minuten uit. Omdat je steeds kaarten uit elkaars handen trekt, wordt er al snel gejoeld als iemand met een dubbele 6 de mist in gaat. Ook als je zelden spellen speelt, pik je het meteen op, want de vraag of je nog een kaart durft te pakken kent iedereen.
Zoek je een kaartspel waarin je met goed plannen het verschil maakt, dan is Jatten te eenvoudig. Je kunt opletten en onthouden wat er in de handen zit, maar vaak beslist een blinde trek het potje. Heb je een hekel aan gemene acties, houd dan rekening met de oplichter, die zonder pardon een kaart uit je verzameling haalt. Het spel speelt het lekkerst met drie tot vijf spelers.
Meer spellen over op tijd stoppen



Het bekendste spel met dezelfde spanning is Flip 7, ook van 999 Games. Ook daar ben je alles kwijt zodra je een cijfer voor de tweede keer omdraait. In Flip 7 trek je echter van een gezamenlijke stapel en verzamel je punten, terwijl je in Jatten uit de hand van een tegenspeler graait die zijn kaarten terugkrijgt als het misgaat. Daardoor is Jatten gemener en heb je meer om te onthouden.
Alexander Pfister gebruikte een vergelijkbaar idee al eerder in Port Royal. Daar draai je kaarten van de stapel om totdat een schip opduikt dat al in de haven ligt, waarna je beurt mislukt. Port Royal duurt langer en je bouwt met munten en personages een steeds sterkere positie op. Het is daarmee een prima volgende stap als je na Jatten meer zoekt.
In Regenwormen van 999 Games gooi je dobbelstenen door tot je durft te stoppen. Daarbij kun je ook tegels afpakken van je tegenspelers. Het heeft dezelfde mix van gokken en pesten, alleen met dobbelstenen in plaats van kaarten.
Conclusie
Jatten is een klein kaartspel dat met heel weinig regels spannende potjes oplevert. Telkens als je een kaart uit iemands hand trekt, moet je opnieuw kiezen tussen doorgaan en binnenhalen. Doordat kaarten na een mislukte poging zichtbaar teruggaan naar de hand van hun eigenaar, loont het om goed op te letten bij wie je toeslaat. Het thema is weinig meer dan een grijnzende boef en een paar vingerafdrukken en de geluksfactor is groot. Voor een potje van een kwartier is dat geen probleem. Met kinderen vanaf acht jaar en met een groep die van een beetje pesten houdt, haal je dit doosje vaak uit de kast.

Toegankelijkheid: ★★★★★
Cijfers herkennen en drie eenvoudige symbolen, meer hoef je niet te weten.
Tactiek: ★★☆☆☆
Onthouden wat er in de handen zit en kiezen bij wie je steelt maakt verschil, maar het blijft licht.
Geluk: ★★★★☆
Je trekt altijd blind, dus één verkeerde kaart kan je hele beurt kosten.
Interactie: ★★★★★
Bijna alles wat je doet, gaat ten koste van een tegenspeler.