Hieronder lees je hoe je Jatten speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. Jatten is een kaartspel voor twee tot vijf spelers van Alexander Pfister, waarin je kaarten uit de handen van je tegenspelers steelt en op tijd moet stoppen voordat je te hebberig wordt.
De uitgever biedt de officiële Nederlandse spelregels niet online aan. Daarom leggen we hieronder uit hoe je Jatten speelt. Wil je toch de officiële regels erbij, dan vind je de Engelse versie als PDF onderaan deze pagina. Of bekijk hierboven de video met de speluitleg.
Doel van het spel
Je probeert als eerste zes kaarten met hetzelfde cijfer in je verzameling te krijgen. De meeste kaarten verzamel je door ze één voor één uit de hand van een tegenspeler te trekken. Stop je op tijd, dan mag je ze houden. Trek je een cijfer twee keer, dan krijg je niets.
Speelmateriaal
- 98 cijferkaarten met de cijfers 1 tot en met 7
- 12 oplichters
Voorbereiding
- Iedere speler krijgt één oplichter. De overige oplichters gaan terug in de doos. Die zitten erbij als reserve, omdat de oplichters sneller slijten dan de cijferkaarten.
- Schud de cijferkaarten en geef iedere speler er zeven. Iedere speler neemt zijn cijferkaarten samen met zijn oplichter in de hand, zonder ze aan de anderen te laten zien.
- Leg de overige cijferkaarten als gedekte stapel midden op tafel. Houd ernaast ruimte vrij voor een aflegstapel.
- De hebberigste speler wordt startspeler. Hij trekt één kaart van de gedekte stapel en legt die open voor zich neer.
- De speler links van de startspeler trekt twee kaarten en legt die open voor zich neer. De speler daarna trekt drie kaarten, enzovoort tot iedere speler open kaarten voor zich heeft liggen.
- De open kaarten voor een speler vormen zijn verzameling. Sorteer de kaarten in je verzameling altijd op cijfer, zodat iedereen kan zien wat je hebt.

Spelverloop
De startspeler begint en daarna gaat het spel met de klok mee. In je beurt doorloop je drie fasen, altijd in deze volgorde.
- Eén kaart spelen
- Kaarten stelen
- Handkaarten aanvullen
1. Eén kaart spelen
Kies één cijferkaart uit je hand en leg die open in je verzameling.
2. Kaarten stelen
Kies een andere speler. Trek zonder te kijken een kaart uit diens hand en leg die open midden op tafel. Daarna beslis je of je doorgaat of stopt. Ga je door, dan trek je opnieuw een kaart uit de hand van dezelfde speler en leg je die er ook open bij. Dit herhaal je tot je vrijwillig stopt of tot je een cijfer voor de tweede keer trekt. Je mag in een beurt maar bij één speler stelen.
Je stopt vrijwillig
Neem alle cijferkaarten uit het midden en leg ze in je verzameling. Zat de oplichter van de andere speler ertussen, dan mag je bovendien één kaart naar keuze uit diens verzameling pakken en in je eigen verzameling leggen. De andere speler krijgt zijn oplichter daarna terug in zijn hand.
Voorbeeld: je steelt bij Patricia en trekt eerst een 2, daarna haar oplichter en dan een 7. Je stopt. De 2 en de 7 gaan naar je verzameling. Omdat je ook de oplichter trok, pak je een 3 uit de verzameling van Patricia. Patricia neemt haar oplichter weer in haar hand.
Je trekt een cijfer twee keer
Van elk cijfer mag je in een beurt maar één kaart trekken. Trek je een cijfer voor de tweede keer, dan was je te hebberig. De andere speler neemt alle kaarten uit het midden terug in zijn hand, ook een eventuele oplichter. Jij krijgt deze beurt niets en de fase Kaarten stelen is voorbij.
Voorbeeld: Niki steelt bij Sandra en trekt een 4, daarna een 5 en dan weer een 4. Omdat ze twee keer een 4 trok, krijgt Niki niets. Sandra neemt de 4, de 5 en de andere 4 terug in haar hand.
3. Handkaarten aanvullen
Heb je alleen je oplichter nog in je hand, dan moet je direct zeven nieuwe cijferkaarten van de gedekte stapel trekken. Hetzelfde geldt voor de speler bij wie je deze beurt hebt gestolen. Heeft die speler alleen zijn oplichter nog over, dan trekt ook hij zeven kaarten.
Heb je meer dan één kaart in je hand, dan mag je kiezen om je hand aan te vullen. Leg dan alle kaarten van één cijfer naar keuze uit je verzameling op de aflegstapel. Daarna trek je kaarten van de gedekte stapel tot je weer acht kaarten in je hand hebt. Doe je dit niet, dan houd je je hand zoals hij is.
Raakt de gedekte stapel op enig moment op, schud dan de aflegstapel en gebruik die als nieuwe gedekte stapel.
Speciale acties
Een deel van de cijferkaarten heeft bovenaan een symbool. Zo’n speciale actie gaat alleen af als je de kaart in de fase Kaarten stelen uit de hand van een andere speler trekt. Speel je de kaart zelf uit je hand of trek je hem van de gedekte stapel, dan gebeurt er niets.
+1 Iedere speler die al minstens één kaart met hetzelfde cijfer als de getrokken kaart in zijn verzameling heeft, trekt direct een kaart van de gedekte stapel en legt die in zijn verzameling.
Oog Je mag direct de handkaarten van een andere speler naar keuze bekijken. Dat mag ook de speler zijn bij wie je op dat moment steelt. Die speler schudt daarna zijn handkaarten. Vervolgens beslis je of je doorgaat met stelen of stopt.
2→3 Je mag direct twee kaarten met hetzelfde cijfer uit je verzameling op de aflegstapel leggen. In ruil daarvoor trek je drie nieuwe kaarten van de gedekte stapel en leg je die in je verzameling.
Uitzondering Trek je een kaart met een speciale actie en is dat het cijfer dat je voor de tweede keer trekt, dan gaat de actie niet door. Je fase Kaarten stelen eindigt direct.
Einde van het spel
Heb je aan het einde van je beurt minstens zes kaarten met hetzelfde cijfer in je verzameling, dan win je direct. Je controleert dit alleen aan het einde van je eigen beurt. Krijgt een speler tijdens de beurt van een ander zijn zesde kaart, bijvoorbeeld door een +1, dan wint hij pas als hij die zes kaarten aan het einde van zijn eigen beurt nog heeft.
Toernooivariant
Wil je meerdere potjes achter elkaar spelen, dan speel je evenveel potjes als er spelers zijn. Aan het begin van elk nieuw potje wordt de speler links van de vorige startspeler de nieuwe startspeler.
Na elk potje krijgt de winnaar 7 punten. Iedere andere speler kijkt van welk cijfer hij de meeste kaarten in zijn verzameling heeft en krijgt 1 punt per kaart van dat cijfer. Na het laatste potje wint de speler met de meeste punten.
Spelen met twee spelers
Met twee spelers mag je in de fase Kaarten stelen ook kiezen om van de gedekte stapel te trekken in plaats van uit de hand van je tegenspeler. De getrokken kaarten leg je zoals gewoonlijk open in het midden. Stop je vrijwillig, dan leg je ze in je verzameling. Trek je een cijfer twee keer, dan gaan alle kaarten uit het midden op de aflegstapel en ga je verder met de fase Handkaarten aanvullen.
