Hieronder lees je hoe je Flower Shower! speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Nürnberger-Spielkarten-Verlag (NSV). Flower Shower! is een roll-and-write-dobbelspel van Sven M. Kübler voor 1 tot 4 spelers vanaf 8 jaar. Je gooit met waterdobbelstenen en schrijft de uitkomsten op je eigen tuinvel, zodat elke rij bloemen precies genoeg water krijgt. Een potje duurt ongeveer 20 minuten.
Doel van het spel
Elke bloemenrij op je vel heeft een vaste hoeveelheid water nodig. Geef je precies genoeg, dan levert dat punten op. Geef je te veel of te weinig, dan verlies je punten. Daarnaast vraagt een klavertje vier om zoveel mogelijk water en wil een rij cactussen juist zo weinig mogelijk krijgen. De speler met de meeste punten aan het einde van het potje wint.
Spelmateriaal
- 1 dubbelzijdig scoreblok (tuin A en tuin B)
- 4 lichtblauwe waterdobbelstenen
- 1 donkerblauwe waterdobbelsteen
Je hebt ook voor elke speler een potlood nodig. Die zitten niet in de doos.
Voorbereiding
- Elke speler neemt een vel van het scoreblok en een lichtblauwe waterdobbelsteen.
- Spreek af met welke tuin jullie spelen. Iedereen legt zijn vel met dezelfde kant naar boven. Rechtsboven op het vel staat een A of een B. Speel je voor het eerst, begin dan met tuin A.
- De speler met de groenste vingers begint en krijgt ook de donkerblauwe waterdobbelsteen.

Zo ziet je tuinvel eruit
Op je vel staan rijen bloemen. Naast elke rij zie je een gieter met een getal. Dat getal is de hoeveelheid water die de bloemen in die rij nodig hebben. In elke rij staan één of meer vierkante druppelvakjes waarin je getallen schrijft. Aan het einde van de rij staat een rond puntenvakje en daarnaast een klein dobbelsteensymbooltje.
De bloemenrijen zijn verdeeld in drie secties van elk drie rijen. Naast elke sectie staat een dobbelsteenbonus. Onder de bloemen vind je het klavertje vier en de cactussen. Helemaal onderaan staan de scoretabel en een vak voor het solospel.
Spelverloop
Een potje bestaat uit een reeks beurten. In elke beurt schrijft iedereen precies één getal in een leeg druppelvakje naar keuze.
De speler met de donkerblauwe dobbelsteen is die beurt de actieve speler. Alle spelers gooien tegelijk met hun eigen lichtblauwe dobbelsteen. De actieve speler gooit daarbij ook de donkerblauwe dobbelsteen en mag daarna één van zijn twee dobbelstenen opnieuw gooien.
Zodra de dobbelstenen gerold zijn, telt iedere speler zijn eigen lichtblauwe dobbelsteen op bij de donkerblauwe dobbelsteen. De donkerblauwe dobbelsteen geldt dus voor iedereen. De som schrijf je in een leeg druppelvakje op je vel. Je bepaalt zelf in welke rij je hem zet.
Heeft iedereen een getal ingevuld, dan geeft de actieve speler de donkerblauwe dobbelsteen door aan zijn linkerbuurman. Die is in de volgende beurt de actieve speler. Zo gaat het door tot iedereen al zijn druppelvakjes heeft gevuld.
Voorbeeld: Alex gooit een 4 met haar lichtblauwe dobbelsteen. Tom is de actieve speler en gooit een 3 met de donkerblauwe en een 2 met zijn lichtblauwe dobbelsteen. Alex telt haar 4 op bij de 3 van de donkerblauwe dobbelsteen en schrijft een 7 op. Tom schrijft een 5 op.
Actieve en passieve beurten
Een beurt waarin je de donkerblauwe dobbelsteen gooit, is een actieve beurt. Gooi je alleen je eigen lichtblauwe dobbelsteen, dan is het een passieve beurt. Dat onderscheid is belangrijk voor de dobbelsteenbonussen.
Tuin A
Gekleurde bloemen
Hoeveel getallen je in een rij moet schrijven, zie je aan het aantal druppelvakjes. In de bovenste sectie heeft elke rij één vakje, in de middelste sectie twee en in de onderste sectie drie. Zodra alle vakjes van een rij gevuld zijn, tel je de getallen bij elkaar op en vergelijk je de som met het getal op de gieter.
- Precies goed: schrijf +5 in het ronde puntenvakje van die rij en omcirkel het dobbelsteensymbooltje ernaast.
- Te veel of te weinig: schrijf het verschil tussen de som en het getal op de gieter als minpunten in het puntenvakje. Het maakt niet uit of je te veel of te weinig water hebt gegeven.
Voorbeeld: de rij van Alex vraagt om 14 water. Ze heeft een 7 en een 6 ingevuld, samen 13. Ze zit er dus 1 naast en schrijft -1 in het puntenvakje. Het dobbelsteensymbooltje mag ze niet omcirkelen.
Dobbelsteenbonussen
Heb je in een sectie alle drie de dobbelsteensymbooltjes omcirkeld, dan ontgrendel je de bonus naast die sectie. Elke bonus kun je één keer gebruiken. Dat mag alleen in een passieve beurt. Heb je een bonus gebruikt, streep hem dan door. Je mag in één beurt ook meerdere bonussen tegelijk inzetten.
- ±1: je mag de som van de twee dobbelstenen met 1 verhogen of verlagen. Van 12 maak je dan 11 of 13.
- Dobbelsteen negeren: je mag één van de twee dobbelstenen negeren, de lichtblauwe of de donkerblauwe. Bij een 5 en een 2 schrijf je dan geen 7 op maar een 5 of een 2.
- Opnieuw gooien: je mag je eigen lichtblauwe dobbelsteen één keer opnieuw gooien.
Klavertje vier
Het klavertje vier heeft drie druppelvakjes en wil zoveel mogelijk water. Vul je alle drie de vakjes, dan krijg je de som van de drie getallen als pluspunten. Schrijf je drie keer hetzelfde getal in, dan krijg je in plaats daarvan 36 punten.
Cactussen
Ook de cactussen hebben drie druppelvakjes, maar hier werkt het andersom. De som van de drie getallen telt als minpunten. Die minpunten ontloop je alleen als je drie keer hetzelfde getal invult. Dan scoren de cactussen 0 punten.
Voorbeeld: Tom heeft in de middelste sectie alle drie de rijen precies goed. Hij heeft de bonus van die sectie ontgrendeld en in een passieve beurt al gebruikt, dus is die doorgestreept. In de onderste sectie vraagt één rij om 25 water. Tom komt op 23 en schrijft daar -2 op. Voor het klavertje vier vulde hij 10, 11 en 5 in, goed voor 26 punten. Bij de cactussen schreef hij drie keer een 6 op, zodat hij daar geen minpunten krijgt.
Tuin B
Tuin B heeft dezelfde gekleurde bloemen, dobbelsteenbonussen, het klavertje vier en de cactussen als tuin A. Die werken op precies dezelfde manier. Daarnaast heeft tuin B twee bloemstengels, een oranje en een blauwe.
Bloemstengels
Op elke stengel schrijf je vier getallen in willekeurige volgorde. De twee stengels kruisen elkaar en het druppelvakje op het kruispunt telt voor allebei. Samen hebben de stengels dus zeven vakjes.
De oranje stengel mag maximaal 20 water krijgen. De blauwe stengel heeft minimaal 36 water nodig. Zodra alle vakjes van een stengel gevuld zijn, tel je de vier getallen op en vergelijk je de som met de eis op de gieter.
- Eis gehaald: schrijf +5 in het ronde puntenvakje van de stengel. Kom je bij de oranje stengel onder de 20 uit of bij de blauwe stengel boven de 36, dan schrijf je het verschil ook nog als extra pluspunten in het puntenvakje helemaal rechts.
- Eis niet gehaald: je krijgt geen pluspunten en streept het +5-vakje door. Het verschil tussen de eis en je som schrijf je als minpunten in het puntenvakje helemaal rechts.
Voorbeeld: Alex komt op haar blauwe stengel uit op 40. Ze haalt de eis van minimaal 36 en krijgt +5 plus 4 extra punten. Op de oranje stengel komt ze uit op 22. Daarmee zit ze boven de 20, dus krijgt ze daar geen +5 maar -2.
Solospel
Speel je alleen, dan ben je altijd de actieve speler. Je gooit dus elke beurt met een lichtblauwe en de donkerblauwe dobbelsteen. Opnieuw gooien mag in het hele potje maar drie keer, telkens met één van de twee dobbelstenen. Elke keer dat je dat doet, streep je een dobbelsteentje door in het solovak rechtsonder op je vel. Een ontgrendelde dobbelsteenbonus mag je in het solospel in elke beurt gebruiken. Alle andere regels blijven gelijk.
Aan het einde kijk je in de tabel in de spelregels hoe groen je vingers zijn. Met 75 punten of meer haal je de hoogste trede en met 29 punten of minder de laagste.
Einde van het spel en puntentelling
Het potje is afgelopen zodra iedereen al zijn druppelvakjes heeft gevuld. Iedere speler telt dan zijn punten op en vult de scoretabel onderaan zijn vel in. De kleuren van de vakjes in de tabel laten zien welke punten waar horen. Je telt de punten van de bloemen en het klavertje vier bij elkaar op en trekt de minpunten van de cactussen ervan af.
Voorbeeld: Tom scoort in totaal 30 punten met de gekleurde bloemen, 26 punten met het klavertje vier en 0 minpunten met de cactussen. Hij eindigt op 56 punten.
De speler met de meeste punten wint.