Hieronder lees je hoe je Compile: Main 2 speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Asmodee. Compile: Main 2 is een kaartspel voor precies twee spelers, ontworpen door Michael Yang en geïllustreerd door Allen Panakal. Je speelt een kunstmatige intelligentie die drie protocollen probeert te compileren voordat je tegenstander dat doet. Het spel is zelfstandig te spelen en de protocollen zijn ook te combineren met die uit Compile: Main 1.
Doel van het spel
Elke speler heeft drie protocolkaarten die aan de ene kant “Laden…” tonen en aan de andere kant “Gecompileerd”. Je wint zodra al je drie protocolkaarten op de zijde “Gecompileerd” liggen. Een protocol compileer je door in de bijbehorende kolom genoeg waarde te verzamelen met je commandokaarten en daarbij je tegenstander voor te blijven.
Voorbereiding
- Leg alle twaalf protocolkaarten open op tafel. Dit is het aanbod.
- De jongste speler kiest 1 protocolkaart uit het aanbod en legt die voor zich neer.
- De tweede speler kiest 2 protocolkaarten en legt die voor zich neer.
- De eerste speler kiest opnieuw 2 protocolkaarten en legt die naast de eerste.
- De tweede speler kiest tot slot nog 1 protocolkaart. Beide spelers hebben nu drie protocollen. De zes overgebleven protocolkaarten gaan terug in de doos.
- Beide spelers leggen hun drie protocolkaarten met “Laden…” naar boven in een rij, van links naar rechts in de volgorde waarin ze gekozen zijn. De rijen liggen tegenover elkaar in het midden van de tafel. Zo ontstaan drie kolommen waar telkens twee rivaliserende protocollen doorheen lopen.
- Elke speler pakt de zes commandokaarten die bij elk van zijn drie protocollen horen en schudt die achttien kaarten door elkaar. Dit is je trekstapel. Leg die naast het speelveld en houd ernaast ruimte vrij voor je aflegstapel.
- Beide spelers trekken 5 commandokaarten.
- Leg de besturingselementkaart in een neutrale positie tussen de spelers in. Speel je Compile voor het eerst, dan laat je deze kaart in de doos en negeer je alle regels met het bijbehorende symbool.
De speler die als eerste een protocol koos, begint het spel.

Beurtverloop
In je beurt doorloop je altijd dezelfde zes stappen in deze volgorde.
Start
Voer alle “Start”-effecten uit van kaarten die open liggen aan jouw kant van het speelveld.
Check controle
Heb je in minstens twee van de drie kolommen een hogere totale waarde dan je tegenstander, dan krijg je de besturingselementkaart. Deze stap sla je over als je zonder besturingselement speelt.
Check compilatie
Heb je in een kolom een totale waarde van 10 of meer, en is die waarde hoger dan de totale waarde van je tegenstander in diezelfde kolom, dan moet je die kolom compileren. Compileren is dan je enige actie in deze beurt. Je gaat daarna direct door naar “Check cache”. Voldoe je in meerdere kolommen aan de voorwaarden, dan mag je er toch maar één compileren.
Actie
Voldoe je niet aan de voorwaarden voor compileren, dan kies je tussen twee acties. Je speelt 1 commandokaart uit je hand, of je vult je hand aan. Kun je geen enkele kaart spelen, dan moet je aanvullen.
Check cache
Heb je meer dan 5 kaarten in je hand, dan leg je af tot je er weer 5 hebt.
Einde
Voer alle “Einde”-effecten uit van kaarten die open liggen aan jouw kant van het speelveld. Daarna is je tegenstander aan de beurt.

De acties
Een kaart spelen
Je speelt één commandokaart uit je hand in een kolom aan jouw kant van het speelveld. Dat kan op twee manieren.
Leg je de kaart open neer, dan moet je haar in de kolom leggen van het protocol dat op de kaart staat. Je voert direct het effect uit dat in het middelste tekstkader staat. De passieve effecten in het bovenste en onderste tekstkader worden actief zolang de kaart open ligt.
Leg je de kaart gedekt neer, dan mag je haar in elke kolom naar keuze leggen. Een gedekte kaart heeft geen protocol en geen tekst, en telt altijd voor een waarde van 2.
Je hand aanvullen
Trek kaarten van je trekstapel tot je weer 5 kaarten in je hand hebt. Is je trekstapel leeg voordat je klaar bent, trek dan wat je kan, schud je aflegstapel tot een nieuwe trekstapel en trek de resterende kaarten. Je mag niet aanvullen als je al 5 of meer kaarten in je hand hebt.
Kaarten en clusters
De kaarten in één kolom aan één kant van het speelveld vormen samen een cluster. Speel je een kaart in een kolom waar al kaarten liggen, dan bedekt die nieuwe kaart de kaart die er lag. Leg de kaarten zo versprongen neer dat van elke kaart de waarde en het bovenste tekstkader zichtbaar blijven.
De bovenste kaart van een cluster, die het verst van de protocolkaart ligt, is de onbedekte kaart. Alleen die kaart kun je normaal gesproken beïnvloeden met effecten. Bedekte kaarten kun je alleen raken met effecten die uitdrukkelijk spreken over “bedekte kaarten” of “alle kaarten”.
De drie tekstkaders
Elke commandokaart heeft ruimte voor drie tekstkaders, elk met een eigen werking.
- Bovenste kader, permanent effect. Zolang de kaart open ligt, blijft dit effect actief. Het wordt nooit bedekt, ook niet als er kaarten bovenop komen.
- Middelste kader, onmiddellijk effect. Dit effect voer je meteen uit op het moment dat je de kaart speelt, opendraait of onbedekt maakt.
- Onderste kader, hulpeffect. Dit effect werkt alleen zolang de kaart onbedekt is. Vaak gaat het om een effect dat afgaat bij een bepaalde gebeurtenis.
Naast de tekstkaders staan op elke kaart de naam van het protocol, het protocolsymbool en de waarde die de kaart toevoegt aan de totale waarde van de kolom.
Compileren
Compileer je een kolom, dan verwijder je alle commandokaarten aan jouw kant van die kolom naar je eigen aflegstapel. Je tegenstander doet hetzelfde aan zijn kant. Daarna draai je jouw protocolkaart in die kolom om naar de zijde “Gecompileerd”.
Compileer je een kolom waarvan jouw protocolkaart al op de zijde “Gecompileerd” ligt, dan spreek je van hercompileren. Alle commandokaarten in de kolom verdwijnen op dezelfde manier, maar je draait niets om. In plaats daarvan pak je de bovenste kaart van de trekstapel van je tegenstander. Die kaart is vanaf dat moment van jou en blijft van jou tot het einde van het potje.
Het besturingselement
De besturingselementkaart ligt aan het begin van het spel neutraal tussen de spelers in. Zodra je in minstens twee van de drie kolommen een hogere totale waarde hebt dan je tegenstander, komt de kaart bij jou te liggen.
Ga je compileren of je hand aanvullen terwijl je het besturingselement hebt, dan leg je de kaart eerst terug in de neutrale positie. Daarna mag je de protocolkaarten van één speler herschikken, dus die van jezelf of die van je tegenstander. Je verandert alleen de volgorde, niet de kant van het speelveld en niet de zijde van de kaart. De commandokaarten blijven liggen waar ze lagen, dus een cluster kan onder een ander protocol terechtkomen.
Herschik je protocolkaarten, dan moet er echt iets veranderen. Je mag de kaarten niet op dezelfde plek terugleggen.

Algemene regels
Deze regels gelden in elk potje.
- Wordt een effect actief doordat een kaart gespeeld, opengedraaid of onbedekt wordt, dan voer je dat effect meteen uit. Het onderbreekt tijdelijk alle andere effecten. Wat als laatste begint, wordt als eerste afgerond.
- Tenzij anders vermeld, kan een effect elke onbedekte kaart aan beide kanten van het speelveld raken. De eigenaar van de kaart bepaalt hoe het effect precies wordt toegepast. Moeten meerdere effecten tegelijk afgehandeld worden, dan kiest de speler die aan de beurt is in welke volgorde dat gebeurt.
- Een actief effect dat wordt bedekt, omgedraaid of verwijderd, is niet langer actief.
- Je mag altijd je eigen gedekte kaarten bekijken. De open kaarten op het speelveld, de inhoud van beide aflegstapels en het aantal kaarten in elke hand, trekstapel en aflegstapel zijn openbare informatie. Afgelegde en verwijderde kaarten gaan altijd open op de aflegstapel van hun eigenaar.
- Verandert een kaart van eigenaar, dan blijft die kaart bij de nieuwe eigenaar tot het einde van het spel of tot de eigenaar opnieuw verandert.
- Is je trekstapel leeg op het moment dat je kaarten moet trekken, dan schud je je aflegstapel tot een nieuwe trekstapel. Alleen het trekken van kaarten zet dit schudden in gang. Zolang je trekstapel leeg is, kun je geen effecten uitvoeren die verwijzen naar de bovenste kaart van je trekstapel.
- Verplaatst een effect protocolkaarten, dan verplaatst het alleen die protocolkaarten en niet de commandokaarten die eronder in de kolom liggen.
- Staat er op een kaart iets dat botst met deze algemene regels, dan heeft de kaart gelijk.

De twaalf protocollen
Elk protocol bestaat uit zes commandokaarten met een eigen karakter. Op elke protocolkaart staan de sleutelwoorden die aangeven waar het protocol om draait.
- Chaos. Trekken, herschikken en werken met bedekte kaarten.
- Helderheid. Trekken en informatie bekendmaken.
- Corruptie. Kaarten omdraaien en laten afleggen.
- Moed. Trekken en waardes met elkaar vergelijken.
- Angst. Kaarten verschuiven en laten afleggen.
- IJs. Kaarten verschuiven en effecten van de tegenstander voorkomen.
- Geluk. Willekeur, kaarten verwijderen en extra kaarten spelen.
- Spiegel. Kaarten verschuiven en effecten herhalen.
- Vrede. Beide spelers tegelijk laten afleggen en trekken.
- Rook. Werken met gedekte kaarten en kaarten verschuiven.
- Tijd. Afleggen en kaarten uit de aflegstapel gebruiken.
- Oorlog. Reageren op wat je tegenstander doet en laten afleggen.
Omdat er per potje maar zes protocollen op tafel komen, verdeeld over twee spelers, verschilt de wisselwerking tussen de kaarten elk potje. Wil je meer variatie, dan kun je de protocollen uit Compile: Main 2 mengen met die uit Compile: Main 1.
Sleutelwoorden
- Aanvullen. Commandokaarten trekken tot je weer 5 handkaarten hebt.
- Afleggen. Een kaart uit je hand naar je aflegstapel verplaatsen.
- Aflegstapel. De stapel waar afgelegde en verwijderde kaarten open op komen te liggen.
- Bedekt. Een commandokaart waar een andere kaart op ligt.
- Bekendmaken. Verborgen informatie laten zien zonder verder effect, waarna je die weer verbergt.
- Cache wissen. Afleggen tot je weer 5 handkaarten hebt.
- Cluster. Alle kaarten in één kolom aan de kant van één speler.
- Compileren. Alle commandokaarten van beide spelers in een kolom verwijderen en je protocolkaart omdraaien.
- Herschikken. De plek van protocolkaarten wijzigen.
- Kolom. Het deel van het speelveld dat door twee tegenover elkaar liggende protocolkaarten loopt.
- Omdraaien. Een kaart van open naar gedekt draaien, of andersom.
- Onbedekt. De kaart aan het einde van een cluster, het verst van de protocolkaart.
- Protocol. De categorie die bepaalt in welke kolom je een kaart open mag spelen.
- Terugbrengen. Een kaart van het speelveld terug naar de hand van de eigenaar verplaatsen.
- Verschuiven. Een commandokaart naar een andere kolom aan dezelfde kant van het speelveld verplaatsen.
- Verwijderen. Een kaart van het speelveld naar de aflegstapel verplaatsen.
Einde van het spel
Het spel eindigt op het moment dat een speler zijn derde protocolkaart omdraait naar de zijde “Gecompileerd”. Die speler wint direct. Er is geen puntentelling, want alleen het aantal gecompileerde protocollen telt.