Carcassonne Labyrinth – Spelregels en Speluitleg

Carcassonne Labyrinth

Koop Spel
8

Erg goed

7.5

Gebruikers Gemiddelde

Carcassonne Labyrinth – Spelregels en Speluitleg

Hieronder lees je hoe je Carcassonne Labyrinth speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Ravensburger. Het spel is ontworpen door Max J. Kobbert en Klaus-Jürgen Wrede en combineert het schuiven van Het Betoverde Doolhof met het aanleggen van tegels uit Carcassonne. Je speelt het met één tot vier spelers. Onderaan vind je ook de regels voor de promo Drakenschat.

Doel van het spel

Je schuift tegels door een doolhof om je meeple naar schatten te leiden. De tegels die daarbij uit het doolhof vallen en de schatten die je vindt, gebruik je om je eigen landschap met steden en wegen te bouwen. Voor elke stad of weg die je afmaakt krijg je markers. Aan het einde stapel je al je tegels en markers op elkaar en de speler met de hoogste toren wint.

Voorbereiding

  1. Leg het spelbord in het midden. Schud de 56 landschapstegels met de lichte achterkant en leg er zestien open in de lege vakken van het bord. De richting van de tegels maakt niet uit en de wegen hoeven niet op elkaar aan te sluiten.
  2. Neem van de overige landschapstegels tien tegels per speler. Solo zijn dat er tien, met twee spelers twintig, met drie dertig en met vier veertig. Leg ze gedekt naast het bord als trekstapel. De rest gaat ongezien terug in de doos.
  3. Kies elk een kleur en zet je meeple op de drakentegel in het midden van het bord.
  4. Schud de acht schattegels van jouw kleur en leg ze gedekt voor je neer. Dit is je schattegelstapel.
  5. Zet de kroon van je kleur ernaast. De kroon is je tegelhouder. Pak de bovenste schattegel van je stapel en zet die zo in de kroon dat alleen jij de schat ziet.
  6. Neem een starttegel met de donkere achterkant en leg die open voor je neer. Hier begint je eigen landschap.
  7. Leg de wapenschildkaart naast het bord met alle wapenschildmarkers erop. Leg de schatkaart ernaast met alle schatmarkers erop. Dit zijn de twee voorraden.
  8. Leg de kroonopdracht ‘Meeste wapenschilden’ (1A) naast het bord, met de kant voor twee tot vier spelers naar boven. Leg de spelhulp klaar.

De speler die als laatste is verdwaald, begint. Daarna gaat de beurt met de klok mee.

Spelverloop

Aan het begin van je beurt kijk je welke schat er op de schattegel in je kroon staat. Dat is de schat die je zoekt. Daarna voer je vier acties uit, altijd in deze volgorde:

  1. Een landschapstegel inschuiven (verplicht)
  2. Lopen en een schat zoeken (mag)
  3. Je landschap uitbreiden (verplicht)
  4. Steden en wegen voltooien (mag)

Daarna is de volgende speler aan de beurt.

1. Een landschapstegel inschuiven

Je pakt de bovenste tegel van de trekstapel en schuift die het doolhof in. Je kiest zelf bij welke blauwe pijl aan de rand van het bord je dat doet en je mag de tegel vooraf draaien zoals je wilt. Je duwt de rij door tot er aan de overkant precies één tegel uit het doolhof valt. Die tegel is voor jou.

Stond er een meeple op de tegel die eruit valt, van jezelf of van een andere speler, dan zet je die meeple meteen aan de andere kant op de weg van de tegel die je net hebt ingeschoven. Dit verplaatsen telt niet als lopen.

Je moet altijd een tegel inschuiven, ook als je schat al bereikbaar is zonder dat het doolhof verandert. Je mag de tegel inschuiven op dezelfde plek waar in de vorige beurt een tegel uit het doolhof viel. Zo kun je de schuif van je voorganger ongedaan maken.

2. Lopen en een schat zoeken

Na het inschuiven mag je je meeple verplaatsen. Je loopt over de wegen van het doolhof naar elke tegel die je via aaneengesloten wegen kunt bereiken. Door bossen mag je heen lopen, bijvoorbeeld op een kruispunt. Door steden en weilanden mag je niet.

Je loopt zo ver als je wilt en je mag langs andere meeples lopen. Je stopt op een tegel naar keuze, ook als daar al een andere meeple staat. Je mag ook gewoon blijven staan. Zodra je stopt, mag je in deze beurt niet meer verder lopen.

Sta je na het lopen op de tegel waarop de schat uit je kroon staat afgebeeld, dan heb je die schat gevonden. Je moet op die tegel eindigen, want erlangs lopen telt niet. Je haalt de schattegel uit je kroon en legt hem open voor je neer. In de volgende actie voeg je hem aan je landschap toe. Daarna zet je de bovenste tegel van je schattegelstapel in je kroon. Dat is je nieuwe schat.

3. Je landschap uitbreiden

Je moet de tegel die uit het doolhof viel aan je landschap leggen. Heb je deze beurt een schat gevonden, dan leg je ook die schattegel aan. De volgorde bepaal je zelf.

Bij het aanleggen gelden deze regels:

  • Je mag de tegel draaien zoals je wilt.
  • De tegel moet naast minstens één tegel liggen die al in je landschap ligt.
  • Aan elke zijde die een andere tegel raakt, moet het landschap aansluiten. Een weg sluit aan op een weg, een weiland op een weiland en een stad op een stad.

Past een tegel nergens in je landschap, dan leg je hem terug in de doos. Je krijgt er geen andere tegel voor in de plaats.

Bijna alle tegels hebben een weg. Houd daar rekening mee als je je landschap opbouwt.

4. Steden en wegen voltooien

Door tegels aan te leggen maak je steden en wegen in je landschap af.

  • Een stad is voltooid als de stadsmuur helemaal rondom gesloten is en er geen gat in het midden zit.
  • Een weg is voltooid als hij aan beide uiteinden bij een stad of een bos eindigt. Een weg die een gesloten ring vormt, is ook voltooid.

Zodra je een stad of weg voltooit, kijk je welke wapenschilden en schatten erin of erlangs staan afgebeeld. Op elk wapenschild leg je één wapenschildmarker uit de voorraad. Op elke schat leg je de bijbehorende schatmarker. Op een afgebeeld wapenschild of een afgebeelde schat ligt altijd maar één marker.

Let goed op bij welke stad of weg een wapenschild hoort. Een tegel kan twee losse stadsdelen tonen die elk een eigen stad vormen. Loopt er een weg langs een stad zonder die stad af te sluiten, dan hoort een wapenschild in die stad bij de stad en niet bij de weg. Wordt een weg op een tegel door een bos onderbroken, dan telt een wapenschild langs die weg alleen voor het weggedeelte waar het naast staat. Je krijgt de marker dus pas als juist dat deel voltooid is.

Je mag in één beurt meerdere steden en wegen voltooien.

Einde van het spel en puntentelling

Het spel eindigt na de beurt waarin de trekstapel leeg raakt. Iedereen is dan precies tien keer aan de beurt geweest. Je bepaalt de winnaar in drie stappen.

Kroonopdracht

Tel eerst wie de meeste wapenschildmarkers in zijn landschap heeft. Die speler heeft de kroonopdracht gewonnen. Bij een gelijke stand winnen alle betrokken spelers de kroonopdracht.

Stapelen

Iedereen stapelt nu alle tegels uit zijn landschap op elkaar tot een toren. Je begint met je starttegel, landschapstegels en schattegels. Daarbovenop leg je alle wapenschild- en schatmarkers die je hebt verzameld. Schattegels die nog op je stapel of in je kroon liggen, leg je opzij. Die tellen niet mee.

Meeple of kroon plaatsen

Je zet je meeple boven op je toren. Heb je de kroonopdracht gewonnen, dan zet je in plaats daarvan je kroon op je toren. Vergelijk daarna de hoogte van alle torens, inclusief meeple of kroon. De speler met de hoogste toren wint. Bij een gelijke stand winnen alle betrokken spelers samen.

Solo tutorial

Wil je de regels eerst alleen leren, dan speel je de solo tutorial. De regels van het basisspel blijven gelden, met deze wijzigingen:

  • In stap 8 van de voorbereiding leg je de kroonopdracht ‘Meeste wapenschilden’ (1B) neer met de solokant naar boven.
  • Aan het einde mag je je kroon op je toren zetten als je minstens zeven wapenschildmarkers in je landschap hebt.
  • Na het stapelen zet je de meetlat met het solosymbool tegen je toren. De schaal laat zien hoe goed je het hebt gedaan.

Spel voor gevorderden

Heb je een paar potjes gespeeld, dan kun je het spel voor gevorderden proberen. De regels van het basisspel blijven gelden, met de wijzigingen hieronder.

Wijzigingen bij de voorbereiding

Je kiest eerst een scenario. Elk scenario bestaat uit één kroonopdracht en twee of drie opdrachten.

ScenarioKroonopdrachtOpdrachten
1. Steden en wegen1A: Meeste wapenschilden4A + 5B
2. Krachtig centrum2A: Meeste steden4B + 6A + 7A
3. Lange afstanden3A: Meeste wegen7B + 8A + 9A
4. Vierkante cirkels1A: Meeste wapenschilden6B + 9B + 10A
  1. Leg in stap 8 de kroonopdracht van het scenario neer, met de kant voor twee tot vier spelers naar boven.
  2. Leg de opdrachtkaarten van het scenario ernaast.
  3. Leg op elk vak van de opdrachtkaarten het aantal wapenschildmarkers uit de voorraad dat op dat vak staat aangegeven.

Wil je zelf variëren, dan speel je een vrij scenario. Je kiest één kroonopdracht en drie opdrachten, zelf of willekeurig.

Wijzigingen bij het spelverloop

Na de vier gewone acties voer je een vijfde actie uit.

5. Opdrachten voltooien

Je kijkt of je deze beurt een of meer opdrachten hebt voltooid. Is dat zo, dan neem je van één vak van die opdrachtkaart alle wapenschildmarkers. Liggen er op de vakken verschillende aantallen, dan kies je het vak met de meeste markers. Je legt die markers op het vak onder het standbeeld op je starttegel. Liggen er geen markers meer op de opdrachtkaart, dan levert de opdracht niets meer op.

Je mag een opdracht meerdere keren voltooien. Je moet dan wel opnieuw volledig aan de voorwaarden voldoen. Een stad of weg die je al voor een opdracht hebt gebruikt, telt niet opnieuw mee voor dezelfde opdracht. Vraagt een opdracht om vijf voltooide wegen, dan heb je er in totaal tien nodig om hem twee keer te voltooien. Voor de opdrachten 9A, 9B en 10B mag je geen enkele tegel twee keer gebruiken.

Raakt de voorraad wapenschildmarkers op en voltooi je daarna een stad of weg met een wapenschild, dan neem je de marker van een vak naar keuze op een van de opdrachtkaarten. Je neemt dan niet het hele vak leeg, maar alleen het aantal markers dat je voor die stad of weg krijgt.

Wijzigingen bij het einde van het spel

Speel je met de kroonopdracht ‘Meeste steden’ (2A) of ‘Meeste wegen’ (3A), dan gaat de kroon naar de speler met de meeste voltooide steden of wegen in plaats van de meeste wapenschilden. Je bepaalt dat voordat je gaat stapelen. Bij een gelijke stand zetten alle betrokken spelers hun kroon op hun toren.

Solospel voor gevorderden

Solo speel je de regels van het spel voor gevorderden, met deze wijzigingen:

  • In stap 8 leg je de kroonopdracht ‘Meeste wapenschilden’ neer met de solokant naar boven. Dat is kaart 1B.
  • Voltooi je een opdracht, dan kies je eerst een vak en neem je de markers van het vak met de minste wapenschildmarkers. Voltooi je dezelfde opdracht later opnieuw, dan neem je weer het vak met het minste aantal. Om meer markers te krijgen, moet je een opdracht dus vaker voltooien.
  • Bij de kroonopdracht ‘Meeste wapenschilden’ (1B) heb je minstens twaalf wapenschildmarkers nodig om je kroon te plaatsen.
  • Na het stapelen zet je de meetlat met de zijkant tegen je toren om je resultaat af te lezen.

Promo: Drakenschat

Met de promo Drakenschat krijgt elke speler een extra schat om te zoeken. De regels van het spel blijven gelden, met deze aanvullingen.

Wijzigingen bij de voorbereiding

  1. Schud na stap 5 de drakenschattegel van jouw kleur door je schattegelstapel. Je stapel telt dan negen schattegels.
  2. Leg in stap 7 de schatmarkers met een draak bij de andere schatmarkers op de schatkaart.

Wijzigingen bij het spelverloop

Zit de drakenschattegel in je kroon, dan is je doel de drakentegel in het midden van het doolhof. Beëindig je je beurt daar, dan heb je de drakenschat gevonden. Je voegt de tegel zoals gewoonlijk aan je landschap toe en zet de volgende schattegel in je kroon.

Op de drakenschattegel staat een stad met een draak. Voltooi je die stad, dan leg je zoals gewoonlijk de bijbehorende schatmarker op de draak. Deze drakenmarker is dikker dan alle andere markers en maakt je toren aan het einde dus extra hoog.

Alle opdrachtkaarten

Kroonopdrachten

Kroonopdrachten gaan altijd over je eigen landschap. Gaat het om steden of wegen, dan tellen alleen voltooide steden en wegen mee.

  • Meeste wapenschilden (1A): je hebt de meeste wapenschildmarkers.
  • Solo: 7+ / 12+ wapenschilden (1B): je hebt minstens zeven wapenschildmarkers in de solo tutorial of minstens twaalf in het solospel voor gevorderden.
  • Meeste steden (2A): je hebt de meeste steden.
  • Solo: 5+ steden (2B): je hebt minstens vijf steden.
  • Meeste wegen (3A): je hebt de meeste wegen.
  • Solo: 5+ wegen (3B): je hebt minstens vijf wegen.

Opdrachten

  • Stadsgrootte 3 (4A): voltooi een stad van precies drie tegels.
  • Stadsgrootte 4 (4B): voltooi een stad van precies vier tegels.
  • Weglengte 3 (5A): voltooi een weg van precies drie tegels.
  • Weglengte 4 (5B): voltooi een weg van precies vier tegels.
  • Pas je starttegel aan (6A): alle acht plekken rondom je starttegel zijn bezet met tegels.
  • 4×4-raster (6B): leg in je landschap een raster van vier bij vier tegels zonder gaten.
  • Loop naar de draak (7A): loop met je meeple vanaf een andere tegel naar de drakentegel in het midden van het doolhof en eindig daar je beurt.
  • Schuif je meeple naar buiten (7B): schuif je eigen meeple uit het doolhof en zet hem zoals gewoonlijk op de nieuw ingeschoven tegel.
  • Stad zonder schatten, grootte 5+ (8A): voltooi een stad van minstens vijf tegels waarin geen schat staat afgebeeld.
  • Weg zonder schatten, lengte 5+ (8B): voltooi een weg van minstens vijf tegels waarop geen schat staat afgebeeld.
  • 4 tegels met wapenschilden op een rij (9A): leg vier tegels met een wapenschild op een rij, horizontaal of verticaal. Of er markers op liggen, maakt niet uit.
  • 4 tegels met wapenschilden in een vierkant (9B): leg vier tegels met een wapenschild in een vierkant van twee bij twee. Of er markers op liggen, maakt niet uit.
  • Rotonde (10A): bouw een rotonde van wegen. Bossen mogen de rotonde onderbreken en het aantal tegels is vrij.
  • 6 tegels op een rij (10B): leg zes tegels op een rij, horizontaal of verticaal. Voltooi je deze opdracht een tweede keer, dan mag je geen tegel dubbel gebruiken.
  • 5 steden (11A): heb vijf voltooide steden in je landschap.
  • 3 steden zonder schatten (11B): heb drie voltooide steden in je landschap waarin geen schat staat afgebeeld.
  • 5 wegen (12A): heb vijf voltooide wegen in je landschap.
  • 3 wegen zonder schatten (12B): heb drie voltooide wegen in je landschap waarop geen schat staat afgebeeld.
Avatar foto
Pieter-Jan van Zwieten is het gezicht achter BRDGMZ en werkt als Communications & Media Professional. Als gepassioneerde bordspelliefhebber verdiept hij zich graag in slimme spelmechanieken, verrassende thema’s en de verhalen die spellen kunnen vertellen. Zijn liefde voor wetenschap en geschiedenis voeden die nieuwsgierigheid, waardoor hij bordspellen niet alleen als ontspanning ziet, maar ook als een middel om mensen te verbinden en de geest te scherpen. Dankzij zijn achtergrond in communicatie weet hij complexe ideeën helder te verwoorden en toegankelijk te maken. In zijn reviews combineert hij spelplezier met inhoud — scherp, eerlijk en altijd met oog voor detail.

Laat een Reactie Achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Lost Password

Meld je aan voor de BRDGMZ nieuwsbrief en ontvang elke maand een compact overzicht van de nieuwste spellen en reviews in je mailbox. Als abonnee blijf je gelijk ook op de hoogte van het laatste nieuws en exclusieve winacties!