Ergens in het doolhof ligt een sleutel, drie tegels verderop. Je schuift een landschapstegel in de rij, de gangen draaien mee en plots loopt er een weg recht naar je schat. Aan de andere kant valt een tegel uit het doolhof. Die neem je mee naar huis, want daar bouw je er je eigen stadje mee. In Carcassonne Labyrinth zoek je schatten en bouw je steden in één en dezelfde beurt.
Ravensburger en Hans im Glück brengen hiermee twee klassiekers samen. Max J. Kobbert (Het Betoverde Doolhof) en Klaus-Jürgen Wrede (Carcassonne) ontwierpen samen een zelfstandig spel voor één tot vier spelers. Marcel Gröber tekende de tegels en het bord. In deze review lees je hoe de twee spellen in elkaar grijpen, hoe een potje verloopt en of dit meer is dan een marketingzet van twee jubilerende titels.
Een doolhof met een draak in het midden
Het thema is een mengeling van middeleeuws landschap en lichte fantasy. Op de doos kijkt een rode draak dreigend over de stad Carcassonne vol blauwe torentjes, een muis loopt over gouden schatten die voor het oprapen liggen en een jongen rijdt op de rug van een varken, een knipoog naar het logo van Hans im Glück. Diezelfde draak staat op de vaste tegel in het midden van het bord, waar alle meeples beginnen. De schatten die je zoekt zijn herkenbare dingen als een sleutel, een kat of een zwaard en ze staan als kleine tekeningen op de landschapstegels. Het geheel oogt vriendelijker dan het klassieke Carcassonne en past bij een spel dat je met kinderen van acht speelt.
Het bord is kleiner dan dat van Het Betoverde Doolhof, met een raster van vijf bij vijf tegels. Negen daarvan zitten vast, de overige zestien schuiven. Blauwe pijlen aan de rand geven aan waar je een tegel mag inschuiven. Het slimme zit in de tegels zelf. Elke landschapstegel toont wegen, stadsdelen, bossen en weilanden zoals je die uit Carcassonne kent. In het doolhof gebruik je alleen de wegen om te lopen. Zodra de tegel uit het doolhof valt, bekijk je hem opnieuw en telt de hele tekening mee voor je eigen landschap. Eén tegel doet dus dubbel dienst.
De kroon in je kleur is meer dan versiering. Je klemt er je huidige schattegel in, zodat alleen jij ziet welke schat je zoekt. Aan het einde van het potje zet de speler met de meeste wapenschilden die kroon boven op zijn stapel tegels. Die stapel is meteen ook je score, want een scorespoor ontbreekt. Je stapelt alle tegels en markers uit je landschap op elkaar en wie de hoogste toren heeft wint. De wapenschild- en schatmarkers zijn van dik karton, zodat elke marker ongeveer een halve tegel hoog is. Voor het solospel zit er een meetlat in de doos die je tegen je stapel legt om te zien hoe goed je het deed. Al het materiaal is stevig en de tegels schuiven soepel door het bord zonder te haken.

Spelmateriaal
- 1 spelbord
- 4 meeples in 4 kleuren
- 4 kronen in 4 kleuren (dienen als tegelhouder)
- 4 starttegels (donkere achterkant)
- 56 landschapstegels (lichte achterkant)
- 32 schattegels (8 per kleur)
- 32 schatmarkers
- 38 wapenschildmarkers
- 1 schatkaart en 1 wapenschildkaart (voorraadkaarten)
- 12 opdrachtkaarten
- 1 spelhulp
- 1 meetlat (voor het solospel)
- 1 spelregelboek
Via een QR-code in de spelregels vind je een uitlegvideo en de regels voor een mini-uitbreiding waarmee je de tegels uit deze doos in het gewone Carcassonne gebruikt.
Opzet van het spel
- Leg het spelbord in het midden van de tafel. Schud de 56 landschapstegels en leg er zestien willekeurig open in de lege vakken van het bord. De richting maakt niet uit, de wegen hoeven niet op elkaar aan te sluiten.
- Tel van de overige landschapstegels tien tegels per speler af en leg die gedekt naast het bord als trekstapel. De rest gaat ongezien terug in de doos.
- Kies elk een kleur en zet je meeple op de drakentegel in het midden.
- Schud je acht schattegels en leg ze gedekt voor je neer als schattegelstapel.
- Zet de kroon van je kleur ernaast. Pak de bovenste schattegel en klem die zo in je kroon dat alleen jij de schat ziet.
- Neem een starttegel en leg die open voor je neer. Dit is het begin van je landschap.
- Leg de wapenschildkaart en de schatkaart naast het bord met alle bijbehorende markers erop. Dit zijn de voorraden.
- Leg de kroonopdracht ‘Meeste wapenschilden’ (1A) open naast het bord met de kant voor 2 tot 4 spelers naar boven. Leg de spelhulp binnen handbereik.
Voor het spel voor gevorderden kies je in stap 8 een scenario uit de spelregels. Je legt dan een andere kroonopdracht en twee of drie opdrachtkaarten neer en plaatst wapenschildmarkers op de vakken van die kaarten. Speel je solo, dan gebruik je de solokant van de kroonopdracht.

Hoe speel je Carcassonne Labyrinth?
Je wilt aan het einde van het potje de hoogste stapel hebben. Dat lukt door zoveel mogelijk tegels naar je landschap te halen en daar steden en wegen af te sluiten, want elke voltooide stad of weg levert markers op die je boven op je stapel legt. De schatten die je in het doolhof vindt zijn extra tegels voor je landschap, met vaak een schat of wapenschild erop.
Een beurt bestaat uit vier stappen die je altijd in dezelfde volgorde doet. Eerst kijk je in je kroon welke schat je zoekt. Dan pak je de bovenste tegel van de trekstapel en schuif je die bij een van de blauwe pijlen het doolhof in. Je mag de tegel vooraf draaien. Aan de andere kant valt precies één tegel uit het bord en die is voor jou. Staat er een meeple op die tegel, ook die van een ander, dan zet je hem aan de overkant op de weg van de nieuw ingeschoven tegel. Inschuiven is verplicht, ook als je schat al bereikbaar was.
Daarna mag je met je meeple over de wegen lopen, zo ver als je wilt, zolang de wegen op elkaar aansluiten. Door bossen mag je gewoon heen, maar steden en weilanden zijn afgesloten gebied. Je mag op een tegel stoppen waar al een andere meeple staat. Eindig je op de tegel met de schat uit je kroon, dan heb je hem gevonden. Je haalt de schattegel uit je kroon, legt hem bij je landschap en schuift de volgende schattegel in de kroon.
Vervolgens moet je de tegel die uit het doolhof viel aan je landschap leggen. Dat gaat zoals je uit Carcassonne kent. De tegel raakt minstens één andere tegel en aan elke zijde sluit weg op weg, stad op stad en weiland op weiland aan. Een gevonden schattegel leg je in dezelfde beurt aan, in de volgorde die jij kiest. Past een tegel nergens, dan gaat hij terug in de doos en krijg je er niets voor terug.
Als laatste kijk je of je een stad of weg hebt voltooid. Een stad is klaar zodra de muur helemaal rond is zonder een opening ergens. Een weg is klaar zodra beide uiteinden bij een stad of bos eindigen, of wanneer de weg een gesloten ring vormt. Op elk wapenschild in een voltooide stad of langs een voltooide weg leg je een wapenschildmarker uit de voorraad. Op elke afgebeelde schat leg je de bijbehorende schatmarker. Schatten in een stad die nooit dichtgaat leveren dus niets op.
Het potje eindigt als de trekstapel leeg is. Iedereen heeft dan precies tien beurten gespeeld. Wie de meeste wapenschildmarkers heeft, wint de kroonopdracht. Daarna stapelt iedereen alle tegels en markers uit zijn landschap op elkaar tot een toren en zet zijn meeple erbovenop. De winnaar van de kroonopdracht zet zijn kroon in plaats van de meeple. Je vergelijkt de hoogtes en de hoogste toren wint.
In het spel voor gevorderden komt er een vijfde stap bij. Je controleert of je een opdracht hebt voltooid, zoals een stad van vier tegels, vijf afgesloten wegen of een rotonde. Zo ja, dan neem je alle wapenschildmarkers van één vak van die opdrachtkaart en legt die op het standbeeld op je starttegel. De kroonopdracht kan in die scenario’s ook de meeste steden of de meeste wegen zijn. Solo speel je dezelfde regels en mag je de kroon pas plaatsen bij minstens zeven wapenschilden. Met de meetlat lees je vervolgens af hoe hoog je bent gekomen.
De volledige speluitleg is terug te lezen in de spelregels.
Twee puzzels in één beurt
Je speelt Carcassonne Labyrinth met één tot vier spelers en afhankelijk van het aantal spelers heeft het spel een andere dynamiek. Met twee spelers blijft het rustig, omdat een tegel die je tegenspeler wegschuift vaak in je volgende beurt weer terug te schuiven is. Met drie of vier spelers verandert het doolhof twee of drie keer voordat je weer aan de beurt bent en dan kun je je route beter niet te ver vooruit plannen. Een potje duurt zo’n dertig minuten, want iedereen speelt precies tien beurten en na de tiende beurt is het klaar. Ravensburger zet acht jaar als minimumleeftijd op de doos en dat klopt in de praktijk. Kinderen die Het Betoverde Doolhof kennen, snappen het schuiven meteen en het aanleggen van tegels is eenvoudiger dan in het gewone Carcassonne, omdat je geen meeples inzet en niemand je stad kan overnemen.
Toch zit er meer denkwerk in dan de regels doen vermoeden. In elke beurt kijk je naar twee dingen tegelijk. Je wilt een tegel zo inschuiven dat er een weg naar je schat ontstaat, maar de tegel die aan de andere kant uit het bord valt moet ook in je landschap passen. Meestal wint de schat, want die levert twee tegels op in plaats van één. Soms is die schat drie beurten ver weg en dan ga je liever voor de tegel met het stadsdeel dat je stad eindelijk sluit. Die afweging maakt het spel tactischer dan het lijkt en het is meteen ook de reden dat een trage speler even kan stilvallen. Ken je het doolhof nog uit je jeugd, dan heb je daar zelden last van.
Geluk speelt een flinke rol, al voelt het zelden oneerlijk. Je weet niet welke tegel je van de trekstapel pakt en welke schat als volgende in je kroon komt. Een schat die aan de andere kant van het bord ligt terwijl je net aan de rand staat, kost je een paar beurten. Daar staat tegenover dat bijna elke tegel wel ergens in je landschap past, zodat een slechte trek zelden een verloren beurt betekent.
De interactie zit volledig in het doolhof. Je eigen landschap is van jou alleen en niemand bouwt aan je stad mee, zoals in Carcassonne wel gebeurt. In het midden van de tafel gaat het er anders aan toe. Lukt het je niet om je eigen weg te openen, dan schuif je in elk geval de rij weg waar je tegenspeler op stond te wachten. Dat gebeurt vaker onbedoeld dan bewust, want iedereen is met zijn eigen route bezig, maar het “sorry” klinkt regelmatig aan tafel. Met vier spelers kan dat frustrerend worden voor jonge kinderen die net dachten dat ze er waren. Tussen je beurten door blijf je daardoor wel opletten, want elke schuif verandert ook jouw route.
De herspeelbaarheid komt van de opdrachtkaarten. Het basisspel speel je een paar keer met alleen de kroonopdracht voor de meeste wapenschilden. Daarna kies je een van de vier scenario’s of stel je zelf een combinatie samen uit de twaalf opdrachtkaarten. Een scenario waarin de meeste wegen de kroon oplevert, speelt anders dan een scenario dat om grote steden vraagt, omdat je andere tegels uit het doolhof wilt halen. Het solospel met de meetlat is een aardige toevoeging om de regels te leren en het is een rustige puzzel voor tussendoor, maar zonder tegenspelers mist het schuiven zijn angel.






Voor wie is dit spel?
Carcassonne Labyrinth is in de eerste plaats een spel voor gezinnen met kinderen vanaf acht jaar en voor iedereen die een van beide klassiekers thuis heeft staan. Je hoeft die klassiekers niet te kennen, want het spel legt zichzelf in vijf minuten uit en de stapel tegels aan het einde is een vorm van scoren die iedereen meteen begrijpt. Speel je met mensen die zelden een bordspel spelen, dan is dit een prettige keuze omdat er weinig regels zijn die je moet uitleggen en de beurt altijd dezelfde vier stappen volgt.
Als je gewend bent aan Carcassonne met een paar uitbreidingen erbij, is dit spel je waarschijnlijk te licht. De steden blijven klein, je landschap telt aan het einde hooguit een tegel of twintig en niemand bedreigt je bouwwerk. Zoek je een spel waarin je een half uur alleen je eigen ding doet, dan kan het schuiven van anderen bovendien irriteren.
Het beste speelt het met twee of drie spelers. Met twee heb je grip op het doolhof, met drie is er net genoeg onrust om het spannend te houden. Met vier spelers verandert het bord te veel tussen je beurten en zit er voor sommige kinderen te veel wachttijd tussen twee zetten.
Vergelijkbare spellen



De twee originelen liggen voor de hand. Het Betoverde Doolhof levert het schuiven en het zoeken naar schatten, maar in dat spel doe je verder niets met de tegels die uit het bord vallen. Carcassonne levert het aanleggen van steden en wegen, alleen bouw je daar samen aan één landschap en stuur je meeples uit om te scoren. Vind je een van beide leuk, dan herken je hier ongeveer de helft van het spel en krijg je er iets nieuws bij. Wat het bouwen van je eigen landschap betreft, ligt Kingdomino dichtbij. Daar puzzel je net zo elk potje een klein persoonlijk rijk in elkaar met tegels die je uit een gedeeld aanbod kiest, in ongeveer dezelfde speelduur en voor dezelfde leeftijd.
Conclusie
Carcassonne Labyrinth had een goedkope jubileumstunt kunnen zijn, maar het is een spel dat op eigen benen staat. Het schuiven uit Het Betoverde Doolhof en het aanleggen uit Carcassonne passen goed op elkaar, omdat dezelfde tegel eerst een gang in het doolhof is en daarna een stukje van je landschap. Een potje is in een half uur klaar, de regels leer je in vijf minuten en het stapelen van tegels aan het einde is een vorm van scoren die iedereen aan tafel leuk vindt. Het spel is licht en met vier spelers wordt het doolhof onrustig, maar voor gezinnen en beginnende spelers is dit een van de toegankelijkere spellen van dit najaar.

Toegankelijkheid: ★★★★★
De beurt bestaat altijd uit dezelfde vier stappen en het aanleggen is eenvoudiger dan in het gewone Carcassonne.
Tactiek: ★★★☆☆
Je weegt elke beurt af of je voor de schat gaat of voor de tegel die uit het doolhof valt.
Geluk: ★★★☆☆
De tegel die je trekt en de schat die in je kroon komt bepalen flink wat je kunt.
Interactie: ★★★☆☆
In je eigen landschap stoort niemand je, maar in het doolhof schuift iedereen elkaars route weg.
BRDGMZ ontving van de uitgever een recensie-exemplaar van Carcassonne Labyrinth. Dit heeft geen invloed op ons oordeel. Lees er meer over in ons reviewbeleid.