Hieronder lees je hoe je Qwirkle speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. Qwirkle is een legspel van Susan McKinley Ross waarin je met houten blokjes rijen bouwt van dezelfde kleur of dezelfde vorm. Er is geen spelbord, want de rijen groeien gewoon op tafel in alle richtingen.
Doel van het spel
Je legt blokjes aan bij wat er al op tafel ligt en scoort punten voor elke rij die je maakt of verlengt. Hoe langer de rijen waar je aan bijdraagt, hoe meer punten je krijgt. Zodra een speler al zijn blokjes kwijt is, eindigt het spel en wint de speler met de hoogste score.
Het spelmateriaal
Qwirkle bevat 108 blokjes en een zak om ze uit te trekken. Op elk blokje staat een gekleurde vorm. Het spel kent zes vormen en zes kleuren. Elke combinatie van vorm en kleur zit drie keer in de doos.
- Vormen: cirkel, kruis, diamant, vierkant, ster en klaver
- Kleuren: rood, oranje, geel, groen, blauw en paars
Voorbereiding
- Leg pen en papier klaar om de scores bij te houden.
- Doe alle blokjes in de zak en schud ze goed door elkaar.
- Elke speler trekt zes blokjes uit de zak. Zet je blokjes zo voor je neer dat je tegenspelers ze niet kunnen zien.

Wie begint?
Bekijk je zes blokjes en zoek de langste rij die je ermee kunt maken. Zo’n rij bestaat uit blokjes die allemaal dezelfde kleur of allemaal dezelfde vorm hebben, zonder twee identieke blokjes. De speler met de langste rij begint en legt die rij als eerste op tafel. Die speler scoort daar meteen punten voor. Hebben meerdere spelers een even lange rij, dan begint de oudste van hen. Daarna gaat het spel met de klok mee.
Je beurt
In je beurt kies je tussen twee acties. Je legt blokjes aan of je ruilt blokjes.
Blokjes aanleggen
Je legt een of meer blokjes uit je voorraad aan bij de blokjes die al op tafel liggen. Alle blokjes die je in één beurt speelt, delen hetzelfde kenmerk. Ze hebben dus dezelfde kleur of dezelfde vorm. Ze komen bovendien allemaal in dezelfde rij terecht, al hoeven ze elkaar daarbij niet te raken. Tussen jouw blokjes mogen gewoon blokjes liggen die er al lagen.
Elk blokje dat je legt, sluit aan op wat er al op tafel ligt, want alle blokjes vormen samen één aaneengesloten geheel. Ben je klaar met aanleggen, dan tel je je punten en trek je nieuwe blokjes uit de zak tot je er weer zes hebt.
Blokjes ruilen
In plaats van aanleggen kun je ook een deel van je blokjes of al je blokjes ruilen. Leg de blokjes die je kwijt wilt apart en trek eerst evenveel nieuwe blokjes uit de zak. Pas daarna doe je de apart gelegde blokjes terug in de zak. Zo trek je nooit dezelfde blokjes terug. Als je ruilt, leg je die beurt niets aan en scoor je dus ook geen punten. Kun je geen enkel blokje aanleggen, dan ben je verplicht om te ruilen.

Regels voor een rij
Zodra twee of meer blokjes tegen elkaar aan liggen, vormen ze een rij. Een rij bestaat altijd uit blokjes met dezelfde kleur of uit blokjes met dezelfde vorm. Een blokje dat je aan een rij toevoegt, moet dat kenmerk ook hebben.
Binnen een rij mag elk blokje maar één keer voorkomen. In een rij vierkanten ligt dus hooguit één blauw vierkant. Op dezelfde manier ligt er in een gele rij hooguit één gele cirkel. Omdat er zes kleuren en zes vormen zijn, kan een rij nooit langer worden dan zes blokjes.
Een blokje ligt vaak in twee rijen tegelijk, een horizontale en een verticale. Het moet dan in allebei die rijen passen. Een rood vierkant aan het eind van een rode rij en onder een rij vierkanten past in beide, maar alleen als er in die rij vierkanten nog geen rood vierkant ligt. Blokjes die alleen schuin of op afstand van elkaar liggen, vormen samen geen rij.
Punten scoren
Voor elke rij die je in je beurt maakt of verlengt, krijg je één punt per blokje in die rij. Daarbij tellen de blokjes die er al lagen gewoon mee. Ligt een blokje dat je speelt in twee rijen tegelijk, dan telt het in allebei de rijen mee en levert het je twee punten op. Schrijf na elke beurt de punten op.
Een Qwirkle maken
Maak je een rij van zes blokjes compleet, dan heb je een Qwirkle. Dat is een rij met alle zes de vormen in één kleur of alle zes de kleuren van één vorm. Je krijgt dan zes bonuspunten bovenop de zes punten voor de rij zelf. Die rij levert je dus twaalf punten op.
Rekenvoorbeelden
- Je opent het potje met drie rode blokjes die elk een andere vorm hebben. Dat is één rij van drie blokjes en levert drie punten op.
- Je legt één blauwe cirkel zo dat hij een rij van twee cirkels vormt en tegelijk een blauwe rij van twee blokjes. Je scoort twee punten voor elke rij, samen vier punten.
- Je legt twee groene blokjes aan een groene rij van drie, waardoor die rij vijf blokjes lang wordt. Raakt geen van beide blokjes een andere rij, dan scoor je vijf punten.
- Je legt het zesde rode blokje aan een rode rij van vijf. Je scoort zes punten voor de rij en zes bonuspunten voor de Qwirkle, samen twaalf punten.
Einde van het spel
Zodra de zak leeg is, speel je gewoon door. Je trekt aan het einde van je beurt alleen geen nieuwe blokjes meer. De eerste speler die al zijn blokjes heeft gelegd, beëindigt het spel en krijgt daarvoor zes bonuspunten. Daarna tel je alle scores bij elkaar op. De speler met de meeste punten wint.
Tips uit de spelregels
- Houd bij welke blokjes al gespeeld zijn. Elk blokje bestaat drie keer, dus wacht je op een gele cirkel, kijk dan of er nog een in het spel is.
- Leg je blokjes zo dat ze in meerdere rijen tegelijk meetellen.
- Laat liever geen rij van vijf blokjes achter. Je tegenspeler kan die dan met één blokje afmaken en een Qwirkle scoren.