Hieronder lees je hoe je Onder de 10 speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Onder de 10. Het is een kaartspel uit West-Friesland waarin je losse kaarten en combinaties aflegt om je hand zo laag mogelijk te krijgen. Omdat je er niet meer dan een stapel kaarten voor nodig hebt, speel je het net zo makkelijk thuis als op een verjaardag, de camping of een terras.
Doel van het spel
Je probeert aan het einde van elke ronde zo weinig mogelijk punten in je hand te hebben. De punten die je overhoudt, schrijf je na elke ronde op bij je totaal. Zodra je boven de 150 punten uitkomt, lig je uit het spel. Of het spel dan meteen stopt of doorgaat tot er één speler overblijft, spreek je vooraf samen af.
Voorbereiding
- Spreek af hoe het spel eindigt. Je kiest uit twee mogelijkheden die je verderop bij Einde van het spel vindt.
- Bepaal of je met de bonuskaarten speelt. Zonder bonuskaarten speel je het basisspel.
- Schud de kaarten en deel iedere speler vijf kaarten. Elke kaart heeft een waarde en een kleur.
- Leg de rest van de kaarten gedekt in het midden van de tafel. Dit is de gesloten stapel.
- Draai de bovenste kaart van de gesloten stapel om en leg die ernaast. Dit is de open stapel.
- De speler die links van de deler zit, begint.

Spelverloop
Zo verloopt je beurt
Als je aan de beurt bent, leg je eerst een kaart of een combinatie van kaarten uit je hand open op tafel. Daarna pak je één nieuwe kaart. Die kaart neem je van de gesloten stapel of je neemt de bovenste kaart van de open stapel. Pas als je die nieuwe kaart in je hand hebt, leg je de kaarten die je net uitspeelde bovenop de open stapel. Zo kun je nooit de kaart terugpakken die je zelf net hebt afgelegd. Daarna is je beurt voorbij en is de volgende speler aan de beurt.
Je pakt altijd precies één kaart terug, ook als je een combinatie van twee, drie of meer kaarten hebt gespeeld. Met combinaties wordt je hand dus kleiner en daalt je puntentotaal snel.
Loid is loid
Heb je een kaart of combinatie op tafel gelegd, dan kun je die niet meer terugnemen. In het Westfries heet dat “loid is loid”, oftewel gelegd is gelegd.
Gelukje
Pak je een kaart van de gesloten stapel met dezelfde waarde als de kaart die je net hebt afgelegd, dan mag je die nieuwe kaart meteen ook op de open stapel leggen. Je beurt is daarna voorbij en je hebt een kaart minder in je hand. Gebeurt dit met je allerlaatste kaart, dan heb je geen kaarten meer over. Je scoort dan 0 punten en de ronde stopt meteen. De andere spelers tellen de punten in hun hand.
Als de gesloten stapel op is
Is de gesloten stapel leeg, dan laat je de bovenste kaart van de open stapel liggen. De rest van de open stapel schud je en gebruik je als nieuwe gesloten stapel. Speel je met bonuskaarten, dan haal je de bonuskaarten die al gespeeld zijn uit het spel voordat je schudt.
Combinaties
Naast losse kaarten mag je deze combinaties afleggen:
- Enkele kaart: één losse kaart.
- Paar: twee kaarten met dezelfde waarde.
- 3 of a kind: drie kaarten met dezelfde waarde.
- 4 of a kind: vier kaarten met dezelfde waarde.
- Kleine straat: drie of vier kaarten met opeenvolgende waarden in dezelfde kleur, zoals een groene 3, 4 en 5.
- Grote straat: vijf kaarten met opeenvolgende waarden. De kleur maakt hier niet uit.
- Flush: vijf kaarten van dezelfde kleur. De waarden maken hier niet uit.
Omdat je nooit meer dan vijf kaarten in je hand hebt, kun je een grote straat of een flush alleen spelen als je hand nog vol is.
Onder de 10 roepen
Heb je minder dan 10 punten in je hand, dan mag je de ronde beëindigen. Dat kan alleen als je zelf aan de beurt bent. Je roept dan “Onder de 10!” en de ronde stopt direct. Iedereen laat zijn kaarten zien en telt de punten in zijn hand.
- Heb jij als enige het laagste aantal punten, dan win je de ronde en krijg je 0 punten. De andere spelers schrijven de punten in hun hand op.
- Heeft een andere speler evenveel of minder punten dan jij, dan verlies je de ronde. Je krijgt 20 strafpunten plus de punten in je hand. De speler met het laagste aantal punten wint de ronde en krijgt 0 punten. Hebben meerdere spelers samen het laagste aantal, dan krijgen zij allemaal 0 punten.
Je hoeft niet te roepen zodra je onder de 10 zit. Je mag ook doorspelen om je hand nog lager te krijgen, maar dan geef je de anderen de kans om eerder te roepen.
Bonuskaarten
Met de bonuskaarten maak je het spel onvoorspelbaarder. Je schudt ze voor de start door de andere kaarten. Elke bonuskaart heeft een effect als je hem speelt en een aantal strafpunten als je hem nog in je hand hebt wanneer de ronde eindigt.
Regels voor bonuskaarten
- Heb je een bonuskaart in je hand, dan mag je geen “Onder de 10!” roepen en kun je de ronde niet winnen.
- Je mag een bonuskaart nooit van de open stapel pakken.
- Speel je een bonuskaart, dan pak je eerst een nieuwe kaart van de open of gesloten stapel. Daarna voer je het effect van de bonuskaart uit.
Ruil je hele hand (+20 strafpunten)
Je ruilt al je handkaarten met alle handkaarten van een andere speler naar keuze. Het maakt daarbij niet uit hoeveel kaarten jullie allebei hebben. Houd je deze kaart aan het einde van de ronde in je hand, dan kost hij je 20 punten.
Joker (+10 strafpunten)
De joker telt als elke kaart die je maar wilt. Zo maak je een combinatie compleet waarin nog één kaart ontbreekt, bijvoorbeeld een grote straat met 8, 9, 10, 11 en de joker. Houd je de joker aan het einde van de ronde in je hand, dan kost hij je 10 punten.
Ruil 1 kaart naar keuze (+5 strafpunten)
Je kiest een andere speler en geeft die een kaart uit je hand zonder hem te laten zien. Daarna trek je blind een kaart uit de hand van die speler. Houd je deze kaart aan het einde van de ronde in je hand, dan kost hij je 5 punten.
Einde van een ronde en puntentelling
Een ronde eindigt zodra iemand “Onder de 10!” roept of een speler met een gelukje zijn laatste kaart kwijtraakt. Iedere speler telt dan de waarden van de kaarten in zijn hand op. Bonuskaarten tellen voor het aantal strafpunten dat erop staat. Schrijf de punten op en tel ze op bij het totaal van eerdere rondes.
Op weg naar de 150 punten kun je je score halveren:
- Kom je precies op 100 punten uit, dan zakt je totaal naar 50.
- Kom je precies op 150 punten uit, dan zakt je totaal naar 75.
Einde van het spel
Kom je boven de 150 punten, dan lig je uit het spel. Wat er daarna gebeurt, hangt af van wat je vooraf hebt afgesproken:
- Doorspelen tot het einde: de overige spelers spelen door tot er nog maar één speler over is. Die speler wint.
- Direct stoppen: het spel stopt zodra de eerste speler boven de 150 punten komt. De speler met het laagste totaal wint.