Hieronder lees je hoe je The Mind speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van White Goblin Games. The Mind is een coöperatief kaartspel van Wolfgang Warsch voor 2 tot 4 spelers. Samen leg je genummerde kaarten in oplopende volgorde op tafel, zonder dat je iets over je kaarten mag zeggen.
Doel van het spel
Je speelt niet tegen elkaar maar als één team. Het spel bestaat uit een reeks rondes die levels heten. In elk level moeten alle kaarten die jullie op hand hebben van laag naar hoog op één gezamenlijke stapel in het midden van de tafel belanden. Er is geen beurtvolgorde en je mag op geen enkele manier laten weten welke getallen je hebt. Halen jullie het laatste level voordat de levens op zijn, dan winnen jullie samen.
Spelmateriaal
- 100 getallenkaarten (1 tot en met 100)
- 12 levelkaarten (level 1 tot en met 12)
- 5 levens
- 3 werpsterren
Voorbereiding
- Het aantal spelers bepaalt met hoeveel levens en werpsterren jullie beginnen en welke levels jullie moeten halen.
- 2 spelers spelen level 1 tot en met 12 en beginnen met 2 levens en 1 werpster.
- 3 spelers spelen level 1 tot en met 10 en beginnen met 3 levens en 1 werpster.
- 4 spelers spelen level 1 tot en met 8 en beginnen met 4 levens en 1 werpster.
- Leg de levens en de werpster waarmee jullie beginnen open naast elkaar op tafel. De overige levens en werpsterren vormen de algemene voorraad. Die heb je later in het spel misschien nog nodig.
- Pak de levelkaarten die bij jullie spelersaantal horen en leg ze open op een stapel in het midden van de tafel. Level 1 ligt bovenop, daaronder level 2 en zo verder. De levelkaarten die jullie niet gebruiken, gaan terug in de doos.
- Schud de 100 getallenkaarten. Omdat jullie met level 1 beginnen, krijgt iedere speler één kaart. Neem die kaart op hand zonder hem aan de anderen te laten zien.
- Leg de rest van de getallenkaarten gedekt aan de rand van de tafel.
Speel je met drie spelers, dan beginnen jullie dus met 3 levens en 1 werpster en loopt het spel van level 1 tot en met level 10.

Spelverloop
Samen concentreren
Elk level begint met een moment van gezamenlijke concentratie. Zodra je klaar bent om te beginnen, leg je één hand op tafel. Liggen alle handen op tafel, dan haalt iedereen zijn hand weg en start het level. Dat gezamenlijke startmoment hoort bij de regels en is belangrijk om een level te halen.
Ook tijdens een level mag iedere speler op elk moment “Stop!” roepen om het spel te onderbreken. Iedereen legt dan weer een hand op tafel en concentreert zich opnieuw. Halen jullie de handen weer weg, dan gaat het level verder.
Kaarten uitspelen
Tijdens een level leg je kaarten open op één stapel in het midden van de tafel, steeds van laag naar hoog. De laagste kaart die op dat moment in het spel is, komt als eerste op tafel. Daarna volgt de kaart die dan de laagste is. Zo gaat het verder tot alle kaarten liggen. Een vaste beurtvolgorde is er niet. Als je denkt dat jij de laagste kaart hebt, speel je hem gewoon uit.
Je speelt altijd één kaart tegelijk. Heb je bijvoorbeeld de 36 en de 37, dan mag je ze allebei spelen, maar wel na elkaar. Uit je eigen hand speel je steeds eerst je laagste kaart. Met de 21, 56 en 93 op hand begin je dus met de 21.
Je mag niets zeggen over de waarde van je kaarten en je mag die informatie ook niet op een andere manier doorgeven. Geheime tekens en afspraken over signalen zijn niet toegestaan.
Een level voltooien
Een level is gehaald als jullie alle kaarten in de juiste volgorde hebben gespeeld. Stel dat drie spelers in level 1 de 17, de 28 en de 55 op hand hebben. De speler met de 17 legt die als eerste neer, de 28 komt erop en de 55 sluit de stapel af. Alle getallen lopen op, dus level 1 is gehaald.
Voor het volgende level leg je de bovenste levelkaart terug in de doos. Daarna schud je alle 100 getallenkaarten opnieuw en krijgt iedere speler één kaart meer dan in het vorige level. In level 2 heeft iedereen dus twee kaarten, in level 3 drie kaarten, enzovoort. Iedereen neemt zijn kaarten op hand, legt een hand op tafel om zich te concentreren en zo start het nieuwe level.
Beloningen
Na het halen van level 2, 3, 5, 6, 8 en 9 krijgen jullie een beloning uit de algemene voorraad. Rechtsonder op de levelkaart zie je welke beloning erbij hoort. Dat is één leven of één werpster. Na level 2 is dat bijvoorbeeld een werpster. De doos bevat 5 levens en 3 werpsterren, dus meer kan jullie team nooit tegelijk hebben.
Een fout maken en een leven inleveren
Speelt iemand een kaart die op dat moment niet de laagste is, dan onderbreekt de speler met een lagere kaart het spel meteen. Jullie leveren dan één leven in en leggen dat terug in de algemene voorraad. Vervolgens legt iedere speler alle kaarten af die lager zijn dan de fout gespeelde kaart. Die kaarten gaan gedekt op de stapel getallenkaarten die niet zijn uitgedeeld. Jullie concentreren je opnieuw en spelen het huidige level verder. Je begint het level dus niet van voren af aan.
Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Een speler legt de 34 neer, terwijl een medespeler de 26 heeft en een ander de 30. Die twee roepen “Stop!” en het team verliest een leven. De 26 en de 30 gaan gedekt op de stapel, waarna het team zich opnieuw concentreert en verder speelt.
Een werpster gebruiken
Tijdens een level mag iedere speler op elk moment voorstellen om een werpster te gebruiken. Dat doe je door je hand op te steken. Gaan alle spelers akkoord, dan legt iedereen zijn laagste kaart open af. De gebruikte werpster gaat terug in de doos en niet in de algemene voorraad. Daarna concentreren jullie je opnieuw en gaat het level verder.
Einde van het spel
Jullie winnen samen zodra het laatste level van jullie spelersaantal gehaald is. Moeten jullie het laatste leven inleveren voordat dat lukt, dan verliest het hele team. Een puntentelling is er niet.
Extra uitdaging: blinde modus
Hebben jullie alle levels gehaald, dan kunnen jullie meteen doorspelen in de blinde modus. Je begint opnieuw bij level 1 met de levens en werpsterren die jullie nog over hebben. Het verschil is dat je alle kaarten gedekt op de stapel in het midden legt. Pas aan het einde van het level draaien jullie alle kaarten om en controleren jullie of de volgorde klopt. Heeft een speler een fout gemaakt, dan kost dat één leven. Verder blijven alle regels hetzelfde. De uitdaging is om te zien hoeveel levels jullie blind halen.
Tip voor je eerste potje
De spelregels bevatten een aparte tip over hoe je The Mind aanpakt. Ervaren spelers raden ze aan die tip over te slaan, zodat ze het spel zelf ontdekken. Speel je minder vaak spellen, dan helpt hij je op weg.
Het spel draait om het gevoel dat jullie als team voor timing ontwikkelen. Hoe lager je kaart, hoe sneller je hem speelt. Een 5 gaat er meestal snel uit, terwijl je met een 80 langer wacht. In het begin lijkt het vooral geluk, maar naarmate jullie langer samen spelen, gaan jullie steeds beter op elkaar aansluiten. Seconden tellen helpt daarbij weinig, want iedereen telt in een ander tempo. Het doel is dat jullie als team hetzelfde gevoel voor tijd krijgen.