Risk – Spelregels en Speluitleg

Risk

Koop Spel
7.8

Gebruikers Gemiddelde

Risk – Spelregels en Speluitleg

Hieronder lees je hoe je Risk speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Hasbro. Risk is een strategisch veroveringsspel voor 2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar, bedacht door de Franse filmmaker Albert Lamorisse. Je verovert gebieden op een wereldkaart door met dobbelstenen gevechten uit te vechten en je kunt het spel op vier manieren spelen.

Doel van het spel

Je bouwt een leger op, verplaatst je troepen naar de gebieden van je tegenstanders en valt ze aan. Versla je alle vijandelijke troepen in een gebied, dan is dat gebied van jou. Hoe je wint hangt af van de spelvariant. In Geheime Missie Risk ben je de eerste die de opdracht op zijn missiekaart volbrengt. In Klassiek Risk schakel je al je tegenstanders uit en bezet je alle 42 gebieden.

Voorbereiding

Het speelbord toont een wereldkaart met 42 gebieden, verdeeld over zes continenten in een eigen kleur. Sommige gebieden grenzen aan elkaar, andere zijn met een gestippelde zeeroute verbonden. Elk leger bestaat uit drie soorten speelstukken. Een infanterie telt als 1 troep, een cavalerie als 5 troepen en een artillerie als 10 troepen. Je begint altijd met infanteriestukken en wisselt die later in voor grotere stukken zodra je veel troepen op één gebied hebt staan. De rode dobbelstenen gebruik je als aanvaller, de blauwe als verdediger.

De opzet hieronder is die van Geheime Missie Risk, de standaardvariant van deze uitgave. Wat er bij de andere varianten verandert lees je verderop.

  1. Iedere speler kiest een leger in een kleur. Bij drie spelers begin je met 35 infanteriestukken, bij vier spelers met 30 en bij vijf spelers met 25.
  2. Kies één speler als generaal. Die haalt de 12 missiekaarten uit het pak. Spelen jullie met minder dan vijf spelers, dan legt de generaal de missiekaarten die verwijzen naar een niet-gekozen legerkleur terug in de doos.
  3. De generaal schudt de overgebleven missiekaarten en deelt er gedekt één uit aan iedere speler, te beginnen bij zijn linkerbuur. De rest gaat ongezien terug in de doos. Niemand mag ernaar kijken, ook de generaal niet.
  4. De generaal haalt de twee jokerkaarten uit het pak, schudt de 42 gebiedskaarten en deelt ze allemaal uit. Bij vier of vijf spelers krijgen twee spelers één kaart extra. Deze kaarten bepalen welke gebieden je aan het begin bezet.
  5. Zet op elk gebied dat op je kaarten staat één infanterie.
  6. Zijn alle 42 gebieden bezet, dan plaatsen jullie om de beurt één extra infanterie op een gebied dat je al bezet. De jongste speler begint. Ga zo door tot iedereen zijn hele beginvoorraad heeft geplaatst. Er is geen maximum aan het aantal troepen per gebied, dus je mag ergens een flinke stapel neerzetten en je andere gebieden dun bezet laten.
  7. De generaal verzamelt alle gebiedskaarten, schuift de twee jokerkaarten ertussen en schudt het pak. Leg het gedekt naast het bord.
  8. Iedereen gooit één dobbelsteen. De hoogste worp begint.

Spelverloop

Je beurt bestaat altijd uit drie onderdelen in dezelfde volgorde. Eerst krijg je nieuwe troepen die je op het bord plaatst, daarna mag je aanvallen en tot slot mag je troepen verplaatsen. Alleen het eerste onderdeel is verplicht.

Nieuwe troepen krijgen en plaatsen

Tel aan het begin van je beurt hoeveel gebieden je bezet en deel dat aantal door drie. Rond naar beneden af. Bezet je 11 gebieden, dan krijg je 3 troepen en bij 17 gebieden zijn dat er 5. Je krijgt altijd minstens 3 troepen, ook als je minder dan negen gebieden hebt.

Bezit je aan het begin van je beurt alle gebieden van een continent, dan krijg je daarnaast de continentbonus. Het aantal staat op het bord boven de naam van dat continent. Noord-Amerika levert bijvoorbeeld 5 troepen op.

Heb je een set gebiedskaarten, dan kun je die nu inruilen voor extra troepen. Hoe dat werkt lees je bij Gebiedskaarten inruilen. Al je nieuwe troepen verdeel je daarna vrij over de gebieden die je al bezet.

Aanvallen

Je valt aan om een vijandelijk gebied te veroveren. Dat lukt pas als je alle troepen van je tegenstander in dat gebied hebt verslagen. Je mag alleen een gebied aanvallen dat grenst aan een eigen gebied of dat er via een zeeroute mee verbonden is. Alaska en Kamtsjatka zijn zo’n paar, want die kunnen elkaar aanvallen. In het gebied van waaruit je aanvalt moeten minstens twee troepen staan. Je valt steeds één gebied tegelijk aan en steeds vanuit één gebied tegelijk.

Schuif de troepen waarmee je aanvalt over de grens het vijandelijke gebied in. Dat mogen er één, twee of drie zijn, hoeveel troepen je ook in het gebied hebt staan. Een gebied mag nooit leeg achterblijven, dus laat altijd minstens één troep staan om de wacht te houden. De verdediger kiest daarna of hij met één of twee troepen verdedigt. Hij mag zijn laatste troep gewoon inzetten, want voor de verdediger geldt de wacht niet.

De aanvaller gooit één rode dobbelsteen per aanvallende troep en de verdediger één blauwe per verdedigende troep. Jullie gooien tegelijk. Leg daarna de hoogste rode en de hoogste blauwe naast elkaar en doe hetzelfde met de op één na hoogste. Is de rode dobbelsteen hoger, dan verliest de verdediger een troep. Is de blauwe hoger, dan verliest de aanvaller een troep uit het gebied van waaruit hij aanviel. Bij een gelijke worp wint de verdediger. Gooien jullie een ongelijk aantal dobbelstenen, dan tellen de laagste die overblijven niet mee. Meer dobbelstenen vergroot je kans om te winnen, al kun je er ook meer troepen door verliezen. De aanvaller verliest nooit meer dan twee troepen per worp.

Houdt de verdediger troepen over, dan keren je overlevende aanvallers terug naar het gebied van waaruit ze vertrokken. Je mag daarna gewoon opnieuw aanvallen. Je bepaalt zelf hoe vaak je aanvalt en hoeveel gebieden je in één beurt aanpakt, ook als je eerste aanval mislukte. Verover je een gebied, dan gaan alle troepen die het gevecht overleefden erheen. Je mag er extra troepen uit het aanvallende gebied achteraan sturen, zolang daar minstens één troep achterblijft.

Heb je in je beurt minstens één gebied veroverd, dan pak je aan het einde van je aanvallen de bovenste gebiedskaart van de stapel. Ook als je vijf gebieden veroverde krijg je maar één kaart.

Troepen verplaatsen

Aan het einde van je beurt mag je troepen verplaatsen om je verdediging te versterken of een volgende aanval voor te bereiden. Je hoeft daarvoor niet te hebben aangevallen of gewonnen. Verplaats zoveel troepen als je wilt van één eigen gebied naar één ander eigen gebied. Die twee gebieden moeten verbonden zijn door een keten van gebieden die allemaal van jou zijn, want door vijandelijk gebied kom je niet. Laat ook hier minstens één troep achter en zet alle verplaatste troepen in hetzelfde gebied neer. Daarna geef je de dobbelstenen door aan de volgende speler.

Gebiedskaarten inruilen

Er zitten 42 gebiedskaarten in het pak, elk met de naam van een gebied en het symbool van infanterie, cavalerie of artillerie. De twee jokerkaarten tonen alle drie de symbolen en vervangen elk symbool dat je nodig hebt.

Je verzamelt sets van drie kaarten. Dat kunnen drie kaarten met hetzelfde symbool zijn, drie kaarten met elk symbool één keer, of twee gelijke symbolen met een jokerkaart erbij. Een set ruil je in aan het begin van je volgende beurt. Wat een set opbrengt hangt af van het aantal sets dat er in het potje al is ingeruild, ongeacht wie dat deed.

  • De eerste set levert 4 troepen op
  • De tweede set 6 troepen
  • De derde set 8 troepen
  • De vierde set 10 troepen
  • De vijfde set 12 troepen
  • De zesde set 15 troepen

Daarna wordt elke volgende set vijf troepen meer waard, dus de zevende set is goed voor 20 troepen en de achtste voor 25. Leg ingeruilde sets open onder de rand van het bord, dan kun je het aantal in één oogopslag bijhouden.

Staat op een van de drie kaarten die je inruilt een gebied dat jij bezet, dan krijg je twee extra troepen. Die zet je meteen op dat gebied neer.

Heb je aan het begin van je beurt vijf of zes kaarten in handen, dan moet je minstens één set inruilen. Heb je nog een tweede set, dan mag je die er ook bij inruilen.

Een tegenstander uitschakelen

Versla je de laatste troep van een speler op het bord, dan win je alle gebiedskaarten die hij had verzameld. Kom je daardoor op zes kaarten of meer, dan ruil je direct sets in tot je nog vier of minder kaarten hebt. Zodra je op vier, drie of twee kaarten zit stop je met inruilen. Houd je na het uitschakelen minder dan zes kaarten over, dan wacht je tot het begin van je volgende beurt. Dit is het enige moment waarop je buiten het begin van je beurt om kaarten inruilt.

De vier manieren om Risk te spelen

Geheime Missie Risk (3 tot 5 spelers)

Dit is de variant waarvan de voorbereiding hierboven staat. Iedereen heeft een geheime missiekaart en wie die opdracht als eerste volbrengt laat de kaart zien en wint. Een missie kan zijn dat je een bepaald aantal gebieden bezet, dat je bepaalde continenten verovert of dat je alle troepen van een kleur van het bord veegt.

Het kan gebeuren dat een andere speler je missie onbedoeld voor je afmaakt. Haalt iemand anders de laatste oranje troep van het bord terwijl dat jouw opdracht was, dan telt dat gewoon.

Klassiek Risk (3 tot 5 spelers)

Hier speel je zonder missiekaarten en zonder generaal. De missiekaarten gaan terug in de doos. Iedereen kiest een leger en telt zijn beginvoorraad af, net als bij de standaardopzet. Daarna gooit iedereen één dobbelsteen. De hoogste worp zet één infanterie op een gebied naar keuze en vervolgens claimt iedereen om de beurt een leeg gebied met één infanterie, totdat alle 42 gebieden bezet zijn. Pas daarna versterk je om de beurt je eigen gebieden met je resterende infanterie.

Schud het pak gebiedskaarten en leg het gedekt naast het bord. De speler die als eerste een troep plaatste begint. Het spelverloop is verder gelijk. Je wint door al je tegenstanders uit te schakelen en alle 42 gebieden te bezetten.

Risk met 2 spelers

Met twee spelers komt er een neutraal leger op het bord dat als buffer tussen jullie in ligt. Kies allebei een kleur en kies samen een derde kleur voor het neutrale leger. Zet van elk van die drie kleuren 40 infanteriestukken klaar.

Haal de missiekaarten en de twee jokerkaarten uit het pak. Schud de overgebleven kaarten en deel ze in drie gelijke stapels, één voor jou, één voor je tegenstander en één voor het neutrale leger. Ieder krijgt 14 kaarten. Zet op elk gebied van je eigen kaarten één infanterie en doe daarna hetzelfde voor de gebieden van het neutrale leger.

Nu het hele bord bezet is, plaatsen jullie om de beurt twee troepen op één of twee eigen gebieden, tot jullie beginvoorraad van 40 op is. Daarna zetten jullie om de beurt één neutrale troep op een neutraal gebied naar keuze, bij voorkeur zo dat je je tegenstander blokkeert. Zijn ook die 40 stukken geplaatst, dan schuif je de jokerkaarten terug in het pak en schud je het.

Verder speel je als bij Klassiek Risk. Val je een neutraal gebied aan, dan gooit je tegenstander de verdediging. Het neutrale leger valt zelf nooit aan en krijgt nooit versterking. Je wint zodra je alle gebieden van je tegenstander hebt veroverd. De neutrale troepen hoef je niet uit te schakelen. Meestal verdwijnen ze vanzelf van het bord en dan speel je gewoon door tot een van jullie tweeën wint.

Hoofdstad Risk (3 tot 5 spelers)

Deze kortere variant vraagt dat je de regels van Klassiek Risk kent. Je plaatst je troepen zoals daar beschreven. Kies daarna in stilte één van je gebieden als hoofdstad, zoek de bijbehorende gebiedskaart op en leg die gedekt voor je neer. Heeft iedereen gekozen, dan draaien jullie de kaarten tegelijk open.

Verover je de hoofdstad van een tegenstander, dan leg je de gewonnen kaart open voor je neer als bewijs. Raak je je eigen hoofdstad kwijt, dan lig je er niet uit. Je geeft de kaart aan de veroveraar en speelt gewoon verder. Een hoofdstadkaart mag je niet gebruiken in een set die je inruilt, dus bewaar die kaarten apart van je gewone gebiedskaarten.

Je wint door alle vijandelijke hoofdsteden te veroveren terwijl je je eigen hoofdstad nog in handen hebt. Wil je het potje nog korter houden, dan spreek je af dat je met vier spelers 2 hoofdsteden verovert en met vijf spelers 3, steeds met je eigen hoofdstad nog in bezit.

Einde van het spel

Risk kent geen puntentelling. Het potje stopt zodra iemand de winvoorwaarde van de gekozen variant haalt. In Geheime Missie Risk is dat het volbrengen van je missie, in Klassiek Risk het veroveren van alle 42 gebieden, met twee spelers het uitschakelen van je tegenstander en in Hoofdstad Risk het innemen van de vijandelijke hoofdsteden.

Avatar foto
Pieter-Jan van Zwieten is het gezicht achter BRDGMZ en werkt als Communications & Media Professional. Als gepassioneerde bordspelliefhebber verdiept hij zich graag in slimme spelmechanieken, verrassende thema’s en de verhalen die spellen kunnen vertellen. Zijn liefde voor wetenschap en geschiedenis voeden die nieuwsgierigheid, waardoor hij bordspellen niet alleen als ontspanning ziet, maar ook als een middel om mensen te verbinden en de geest te scherpen. Dankzij zijn achtergrond in communicatie weet hij complexe ideeën helder te verwoorden en toegankelijk te maken. In zijn reviews combineert hij spelplezier met inhoud — scherp, eerlijk en altijd met oog voor detail.

Laat een Reactie Achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.Verplichte velden zijn gemarkeerd *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Lost Password

Meld je aan voor de BRDGMZ nieuwsbrief en ontvang elke maand een compact overzicht van de nieuwste spellen en reviews in je mailbox. Als abonnee blijf je gelijk ook op de hoogte van het laatste nieuws en exclusieve winacties!