Hieronder lees je hoe je Liegen speelt. Liegen is een traditioneel kaartspel, dus er bestaat geen officieel spelregelboek of vaste uitgever. Deze uitleg volgt de regels die het meest gespeeld worden. Je speelt met drie tot acht spelers en een gewoon spel van 52 kaarten. Je legt je kaarten gedekt neer en zegt hardop wat je legt, maar dat hoeft niet waar te zijn. Het spel heet ook wel Ik twijfel en internationaal Cheat.
Bijna elke groep heeft eigen huisregels. Spreek daarom voor het eerste potje af welke regels jullie aanhouden. Onderaan deze pagina vind je de bekendste varianten.
Doel van het spel
Je probeert als eerste al je kaarten kwijt te raken. Dat lukt sneller als je af en toe liegt over de kaarten die je neerlegt. Word je betrapt, dan moet je alle kaarten van de stapel in je hand nemen.
De kaarten
Je speelt met 52 kaarten zonder jokers. De kleur van een kaart doet er niet toe. Alleen de waarde telt.
Voorbereiding
- Kies een deler. De deler schudt en verdeelt alle kaarten een voor een over de spelers. Het geeft niet als sommige spelers een kaart meer hebben.
- Iedereen bekijkt zijn kaarten, maar laat ze niet aan de anderen zien.
- De speler links van de deler begint. Je speelt met de klok mee.
Spelverloop
Kaarten leggen
In je beurt leg je een tot vier kaarten gedekt op een stapel in het midden van de tafel. Daarbij zeg je hardop hoeveel kaarten je legt en welke waarde ze hebben, bijvoorbeeld “twee azen”.
De waarde die je moet noemen, ligt vast. De eerste speler noemt azen. De volgende speler noemt tweeën, de speler daarna drieën, enzovoort tot en met heren. Na de heren begin je weer bij de azen.
Liegen
Je hoeft niet de kaarten te leggen die je noemt. Heb je geen tweeën, dan leg je toch een of meer kaarten neer en zeg je dat het tweeën zijn. Je mag ook liegen over het aantal tweeën, bijvoorbeeld door er drie te noemen terwijl je er maar een hebt. Het aantal kaarten dat je zegt te leggen, moet wel kloppen met het aantal dat je echt neerlegt. Iedereen kan dat zien.
“Liegen!” roepen
Denk je dat een speler liegt, dan roep je “Liegen!”. Dat mag iedere speler doen, ook als je niet de volgende in de beurt bent. Het moet wel gebeuren voordat de volgende speler zijn kaarten heeft gelegd.
Je draait dan de kaarten om die de speler net heeft gelegd.
- Heeft de speler gelogen, dan neemt hij de hele stapel in zijn hand.
- Heeft de speler de waarheid gesproken, dan neem jij als roeper de hele stapel in je hand.
Roepen meerdere spelers tegelijk, dan geldt de speler die het dichtst links van de speler zit die net heeft gelegd.
Daarna gaat het spel verder bij de speler die na de gecontroleerde speler aan de beurt is. Hij noemt de volgende waarde in de reeks.
Einde van het spel
Ben je je laatste kaarten kwijt, dan heb je nog niet meteen gewonnen. De andere spelers mogen ook die laatste kaarten controleren. Blijkt dat je gelogen hebt, dan neem je de stapel in je hand en speel je verder. Roept niemand “Liegen!” of had je de waarheid gesproken, dan win je het spel.
Je kunt ook doorspelen tot er nog maar een speler kaarten heeft. Die speler heeft dan verloren.
Bekende varianten
De regels hierboven vormen de meest gespeelde basis. Hieronder staan huisregels die je vaak tegenkomt. Kies er vooraf een paar uit, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.
Vrije volgorde
De eerste speler kiest zelf een waarde. Daarna mag iedere speler dezelfde waarde noemen of een waarde die een stap hoger of lager ligt. Liggen er zevens, dan mag je zevens, zessen of achten noemen.
Dezelfde waarde tot iemand twijfelt
De eerste speler kiest een waarde. Alle spelers noemen daarna dezelfde waarde, tot iemand “Liegen!” roept. De speler die de stapel niet hoeft te pakken, kiest daarna een nieuwe waarde.
Passen
Wil je geen kaarten leggen, dan mag je passen. Passen alle spelers achter elkaar, dan gaat de stapel gedekt opzij en kiest de speler die als laatste kaarten legde een nieuwe waarde.
Vier gelijke kaarten weg
Heb je vier kaarten van dezelfde waarde in je hand, dan mag je die open op tafel leggen en uit het spel halen. In sommige groepen mag dat alleen aan het begin van je beurt.
Met jokers
Je speelt met twee jokers erbij. Een joker telt altijd als de waarde die je noemt. Leg je een joker en roept iemand “Liegen!”, dan heb je dus niet gelogen.
Met twee spellen kaarten
Speel je met zes spelers of meer, dan kun je twee spellen door elkaar schudden. Je mag dan een tot acht kaarten tegelijk leggen.