Hieronder lees je hoe je Dewan speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Space Cowboys. Dewan is een tactisch bordspel voor 2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar, ontworpen door Johannes Goupy en Yoann Levet. Je spaart terreinkaarten en geeft ze uit om kampen op te zetten in een landschap dat elk potje anders ligt.
Doel van het spel
Je wint Dewan met de meeste punten. De meeste punten komen van verhaaltegels. Op zo’n tegel staan voorwaarden en die vervul je door kampen op de juiste plekken op te zetten. Bessen, vuur en kampen die aan elkaar grenzen leveren extra punten op.
Voorbereiding
- Leg de basisscenariotegel naast de speelruimte. Op de achterkant staat hoe je het bord legt voor jullie spelersaantal. Op de voorkant staat de puntentelling.
- Geef elke speler een willekeurige starttegel. Neem daarnaast evenveel willekeurige neutrale tegels als er spelers zijn. Leg alle gebiedstegels willekeurig gedraaid aan elkaar volgens het voorbeeld op de scenariotegel.
- Leg 2 bessenfiches op elk bessensymbool op het bord.
- Elke speler neemt een stambord en de 9 kampen van zijn kleur. Zet 8 kampen op de velden onderaan je stambord. Het negende kamp zet je op je starttegel. Dat is je basiskamp.
- Schud de verhaaltegels en leg er 5 open in een rij naast het bord. De overige tegels vormen een gedekte trekstapel.
- Schud de terreinkaarten en geef elke speler 2 kaarten gedekt. Leg daarna 6 kaarten open in een rij. De rest leg je als gedekte trekstapel naast die rij.
- Kies een startspeler en geef die de Dewan. De speler rechts van de startspeler kiest als eerste een verhaaltegel uit het open aanbod of trekt de bovenste tegel van de trekstapel. Hij legt die tegel open op het meest linkse veld van zijn stambord. Het symbool boven dat veld blijft zichtbaar. Koos hij een tegel uit het aanbod, dan vult hij het aanbod aan vanaf de trekstapel. Daarna kiezen de andere spelers op dezelfde manier een tegel, tegen de klok in.
Het materiaal voor de extra scenario’s blijft in het basisspel in de doos.

Spelverloop
Een potje verloopt in rondes. De speler met de Dewan begint elke ronde en daarna gaat de beurt met de klok mee. In je beurt voer je verplicht een van deze twee acties uit. Je neemt 2 kaarten of je zet een kamp op.
Terreinkaarten
Een terreinkaart toont 1 of 2 terreinsoorten. Er zijn vijf terreinsoorten. Woestenij, berg, woestijn en bos zijn landterreinen en daarnaast is er water. Betaal je met een kaart met 2 terreinsoorten, dan kies je welke van de twee je gebruikt. Op sommige kaarten staat ook een symbool. Dat is een artefact, een kristal, een bes of vuur. Dat symbool telt alleen mee als je de kaart later onder je stambord schuift.
Actie 1: neem 2 kaarten
Kies 2 terreinkaarten uit het open aanbod die naast elkaar liggen en neem ze in je hand. Je mag geen kaarten van de trekstapel nemen. Je hand heeft geen limiet.
Vul het aanbod aan met de 2 bovenste kaarten van de trekstapel. De bovenste kaart komt op de lege plek die het dichtst bij de trekstapel ligt. Is de trekstapel leeg op het moment dat je moet aanvullen, schud dan de aflegstapel tot een nieuwe trekstapel.
Actie 2: zet een kamp op
Kies een van je eigen kampen op het bord als vertrekpunt. Kies daarna een vrij veld als eindpunt. Op een vrij veld staat geen kamp. Het eindpunt mag geen waterveld zijn.
Voor elk veld op je route leg je 1 kaart met de juiste terreinsoort open af. Je betaalt ook voor het vertrekpunt en voor het eindpunt. Daarbij gelden deze regels.
- Vertrek je vanuit je basiskamp, dan is je eerste kaart een willekeurige terreinkaart. Vertrek je vanuit een ander kamp, dan moet je eerste kaart de terreinsoort tonen van het veld waarop dat kamp staat.
- Met 1 waterkaart steek je een heel watergebied over. Het maakt niet uit hoeveel watervelden je daarbij passeert.
- Je route mag over een veld lopen waarop een kamp van een andere speler staat. De kaart voor dat veld leg je dan niet af. Je geeft hem aan die speler en hij neemt de kaart in zijn hand. Loop je over het basiskamp van een andere speler, dan geef je hem een willekeurige terreinkaart.
Heb je alle kaarten afgelegd of weggegeven, neem dan het meest linkse kamp van je stambord en zet het op het eindpunt.
Gebieden
Een gebied bestaat uit 1 of meer aangrenzende velden van dezelfde terreinsoort. Twee bosvelden die aan elkaar grenzen vormen dus samen 1 bosgebied. Ligt er een ander terrein tussen, dan zijn het 2 verschillende bosgebieden. Dit onderscheid is belangrijk voor de bessen en voor de verhaaltegels.
Effecten na het opzetten van een kamp
Kijk eerst naar het gebied waarin je nieuwe kamp staat. Ligt er in dat gebied minstens 1 bes, dan neem je 1 bes en leg je die links naast je stambord. Zet je later nog een kamp op in hetzelfde gebied en ligt er dan nog een bes, dan mag je ook die nemen.
Kijk daarna naar het veld op je stambord dat net is vrijgekomen. Dat veld bepaalt welk effect je uitvoert.
- Eerste kamp. Er gebeurt niets.
- Tweede, vierde en zesde kamp. Kies 1 van de 5 verhaaltegels uit het open aanbod of trek de bovenste tegel van de trekstapel. Leg de tegel op het meest linkse vrije veld van je stambord. Nam je een tegel uit het aanbod, vul het aanbod dan aan.
- Derde, vijfde en zevende kamp. Je mag 1 terreinkaart uit je hand onder je stambord schuiven op de plek onder het vrijgekomen veld. Schuif de kaart zo ver onder het bord dat er 1 terrein zichtbaar blijft. Er mag een symbool op de kaart staan. Heb je geen kaarten of wil je het effect niet gebruiken, dan blijft die plek het hele spel leeg.
- Achtste en laatste kamp. Je luidt het einde van het spel in en je krijgt 1 extra vuur bij de puntentelling.
Verhaaltegels
Op een verhaaltegel staan het aantal punten, eventueel een of meer vuursymbolen en de voorwaarden. De voorwaarden bestaan uit terreinsoorten en grondstoffen. Er zijn drie grondstoffen, namelijk artefact, pigment en kristal. De symbolen daarvan staan verspreid op het bord.
Je controleert elke verhaaltegel apart. Een kamp of een kaart onder je stambord mag je voor meerdere tegels tegelijk gebruiken. Je basiskamp telt nooit mee voor de voorwaarden.
- Woestenij, berg, woestijn en bos. Je hebt een kamp nodig in een gebied van die soort. Staat dezelfde terreinsoort meerdere keren op de tegel, dan heb je kampen nodig in evenveel verschillende gebieden van die soort. Twee kampen in hetzelfde bosgebied tellen dus als 1 bos.
- Water. Je hebt een kamp nodig dat aan een watergebied grenst. Staat water meerdere keren op de tegel, dan moeten je kampen aan evenveel verschillende watergebieden grenzen. Een enkel kamp kan aan meer dan 1 watergebied grenzen.
- Artefact, pigment en kristal. Je hebt een kamp nodig dat grenst aan een veld met dat symbool. Staat de grondstof meerdere keren op de tegel, dan moeten je kampen aan evenveel verschillende symbolen grenzen. Elk symbool telt voor jou maar 1 keer, ook als er meerdere kampen van jou naast staan. Meerdere spelers mogen hetzelfde symbool gebruiken.
- Kaarten onder je stambord. Elke kaart telt als 1 gebied van de zichtbare terreinsoort. Een grondstofsymbool op de kaart telt als 1 grondstof van die soort.
Einde van je beurt
Controleer aan het einde van je beurt of je voldoet aan alle voorwaarden van een of meer verhaaltegels. Schuif elke tegel waarvoor dat geldt omhoog op je stambord. Die tegel is behaald. Trek voor elke tegel die je deze beurt hebt behaald 1 terreinkaart van de trekstapel. Daarna is de volgende speler aan de beurt.

Einde van het spel en puntentelling
Het spel eindigt na de ronde waarin een speler zijn laatste kamp opzet. Jullie spelen die ronde uit, zodat iedereen even vaak aan de beurt is geweest. Leg daarna alle verhaaltegels af waarvan je de voorwaarden niet hebt vervuld. Noteer de punten op het scoreblok.
In het basisspel tel je de volgende punten.
- Verhaaltegels. Tel de punten van je behaalde verhaaltegels op.
- Vuur. Je krijgt 1 punt voor elk vuursymbool op je behaalde verhaaltegels en op de kaarten onder je stambord. Iedere speler die zijn laatste kamp heeft opgezet, telt 1 extra vuur. De speler met het meeste vuur krijgt 4 punten extra. Bij een gelijke stand krijgen al die spelers 4 punten.
- Groepen kampen. Je krijgt 4 punten voor elke groep van minstens 2 aangrenzende kampen in jouw kleur.
- Bessen. Je krijgt 2 punten voor elk bessenfiche dat je hebt verzameld. Elk bessensymbool op een kaart onder je stambord is ook 2 punten waard.
De speler met de meeste punten wint. Bij een gelijke stand wint de speler met de meeste terreinkaarten in zijn hand. Is het dan nog gelijk, dan delen die spelers de overwinning.
Speelmodus Teams
Deze variant speel je met 4 spelers. Leg de scenariotegel voor teams naast het bord. De regels zijn gelijk aan die van het basisspel met 4 spelers. Jullie vormen 2 teams van 2 spelers. Teamgenoten gaan tegenover elkaar zitten, zodat de teams afwisselend aan de beurt zijn. Het spel eindigt op dezelfde manier als het basisspel. Daarna tellen jullie de punten per team.
- Verhaaltegels. Tel de punten van de behaalde verhaaltegels van beide teamgenoten op.
- Vuur. Het team krijgt 1 punt per vuursymbool van beide teamgenoten. Het team met het meeste vuur krijgt 4 punten extra.
- Groepen kampen. Het team krijgt 4 punten voor elke groep van minstens 2 aangrenzende kampen waarin van elke teamgenoot minstens 1 kamp staat.
- Bessen. Het team krijgt 4 punten voor elk paar bessen dat bestaat uit 1 bes van de ene teamgenoot en 1 bes van de andere.
Het team met de meeste punten wint. Bij een gelijke stand wint het team met de meeste terreinkaarten in de hand. Is het dan nog gelijk, dan delen alle spelers de overwinning.
Extra scenario’s
Dewan bevat 3 extra scenario’s. Dat zijn Stortbui, Vulkaan en Dorpen bij het meer. Je speelt volgens de gewone regels, tenzij het scenario iets anders zegt. Een scenarioregel gaat altijd voor op een regel van het basisspel. Leg de gekozen scenariotegel naast het bord in plaats van de basisscenariotegel. Op de achterkant staat wat er verandert aan de voorbereiding.
De volgende regels gelden voor alle 3 de scenario’s.
Een kleine trekstapel en een voorraad
Leg eerst het aanbod van 6 terreinkaarten klaar zoals gewoonlijk. Maak daarna een trekstapel van willekeurige kaarten. Met 2 spelers zijn dat 6 kaarten, met 3 spelers 8 kaarten en met 4 spelers 10 kaarten. Leg deze trekstapel op de gebeurtenistegel. De overige kaarten vormen de voorraad en die leg je naast de trekstapel.
Gebeurtenissen
Na de actie ‘Neem 2 kaarten’ vul je het aanbod aan vanaf de trekstapel op de gebeurtenistegel. Neemt een speler de laatste kaart van die trekstapel, dan vindt meteen de gebeurtenis van het scenario plaats. De speler die de laatste kaart nam voert de gebeurtenis uit. Daarna maken jullie een nieuwe trekstapel met de bovenste kaarten van de voorraad. Het aantal kaarten is hetzelfde als aan het begin van het spel.
Beloning voor verhaaltegels
Behaal je een verhaaltegel, dan neem je je terreinkaart van de voorraad en dus niet van de trekstapel. Is de voorraad leeg, schud dan de aflegstapel tot een nieuwe voorraad.
Materiaal dat opraakt
Vraagt een gebeurtenis om materiaal dat op is, dan sla je dat deel van de gebeurtenis over.
Stortbui
Bereid het spel voor zoals gewoonlijk. Leg de stortbuitegel op het bord op de plek die de achterkant van de scenariotegel aangeeft. Leg de 8 watertegels naast het bord. Haal de 5 verhaaltegels met een watersymbool uit het spel voordat je de verhaaltegels schudt.
Bij elke gebeurtenis legt de actieve speler 1 watertegel op het bord. Dat doet hij op een vrij veld dat geen water is en dat grenst aan een waterveld. Dat waterveld mag ook een eerder gelegde watertegel zijn. Het bedekte veld is vanaf nu een waterveld.
Splitst de nieuwe tegel een gebied in 2 delen, dan verhuizen de bessen van dat gebied naar het grootste deel. Zijn beide delen even groot, dan verdeelt de actieve speler de bessen gelijk over de 2 delen. Bij een oneven aantal kiest hij in welk deel de laatste bes komt.
Aan het einde tel je de volgende punten.
- Verhaaltegels en vuur tel je zoals in het basisspel.
- Je krijgt 3 punten voor elk bosgebied en elk berggebied waarin je minstens 1 kamp hebt.
- Je krijgt 4 punten voor elk paar van 1 bes en 1 artefact dat je tijdens het spel hebt verzameld.
Vulkaan
Bereid het spel voor zoals gewoonlijk. Leg de vulkaantegel op het bord op de plek die de achterkant van de scenariotegel aangeeft. Leg de 8 lavategels naast het bord.
Bij elke gebeurtenis legt de actieve speler 1 lavategel op het bord. Dat doet hij op een vrij veld dat geen water is en dat grenst aan de vulkaan of aan een andere lavategel. Splitst de lavategel een gebied in 2 delen, dan verdeel je de bessen op dezelfde manier als bij Stortbui.
Je route voor een nieuw kamp mag niet over de vulkaan of over een lavategel lopen.
Aan het einde tel je de volgende punten.
- Verhaaltegels en vuur tel je zoals in het basisspel. Een kamp dat aan de vulkaan grenst levert je ook vuur op.
- Je krijgt 2 punten voor elk watergebied waaraan minstens 1 van je kampen grenst.
- Je krijgt 2 punten voor elk kamp van jou dat grenst aan de starttegel van een andere speler.
- Je krijgt 3 punten voor elk paar van 1 bes en 1 vuur dat je tijdens het spel hebt verzameld.
Dorpen bij het meer
Bereid het spel voor zoals gewoonlijk en leg de 20 visfiches naast het bord.
In dit scenario mag je een kamp op het water zetten. Kies bij de actie ‘Zet een kamp op’ een willekeurig veld in een watergebied als eindpunt. De laatste kaart die je aflegt moet dan een waterkaart zijn. Zo’n kamp heet een dorp bij een meer. In elk watergebied mag maar 1 dorp staan. Staat er een dorp, dan kan niemand in dat watergebied nog een kamp opzetten.
Een dorp bij een meer mag je als vertrekpunt gebruiken. Je eerste kaart is dan een waterkaart. Je volgende kaart toont de terreinsoort van een veld dat grenst aan het watergebied waaruit je vertrekt.
Loopt je route over een watergebied waarin een dorp van een andere speler staat, dan geef je je waterkaart aan die speler.
Een dorp bij een meer grenst volgens de regels niet aan het watergebied waarin het staat. Het telt daarom niet mee voor watervoorwaarden op verhaaltegels. Het telt ook niet mee bij de punten voor kampen die aan een watergebied grenzen.
Bij elke gebeurtenis mag iedere speler met minstens 1 dorp bij een meer precies 1 willekeurige terreinkaart uit zijn hand afleggen. Wie dat doet, krijgt 1 visfiche voor elk dorp dat hij bezit. Jullie nemen de visfiches in beurtvolgorde. De speler die de gebeurtenis heeft veroorzaakt begint.
Aan het einde tel je de volgende punten.
- Verhaaltegels en vuur tel je zoals in het basisspel.
- Bekijk elk watergebied apart. De speler met de meeste kampen die aan dat watergebied grenzen krijgt 6 punten. Bij een gelijke stand krijgen die spelers elk 3 punten.
- Je krijgt 3 punten voor elk paar van 1 bes en 1 pigment dat je tijdens het spel hebt verzameld.
- Je krijgt 3 punten voor elk visfiche.