Dewan Review

Avatar foto
Koop Spel

Een toegankelijk tactisch spel dat beginners snel oppikken en ervaren spelers blijft uitdagen

Het vuur smeult nog na als je stam bij het eerste licht de tenten afbreekt. De voorraden zijn bijna op en achter de bergen ligt land waar nog niemand van jullie is geweest. In Dewan trek je dat land in, al merk je snel dat andere stammen precies hetzelfde plan hebben.

Die trektocht is het decor van een tactisch bordspel voor 2 tot 4 spelers van Johannes Goupy en Yoann Levet. Goupy ken je misschien van Faraway en Levet werkte mee aan Turing Machine. Space Cowboys geeft het spel uit en de Nederlandse editie is van Asmodee. Je spaart terreinkaarten en betaalt daarmee de weg naar een nieuw kamp, want met kampen op de juiste plekken vervul je verhaaltegels en die leveren de meeste punten op. Hieronder lees je hoe dat werkt en voor wie dit spel een aanrader is.

Een sprookjesachtig landschap waarin je vooral kleuren telt

Veel meer dan die trektocht vertelt het spel je niet. Je stam zoekt grondstoffen bij het water en in de bergen en neemt onderweg bessen mee. Dat verklaart netjes waarom je kaarten betaalt om te reizen, maar na een paar beurten denk je al in kleuren en pictogrammen. De bessen hadden op dat moment net zo goed schelpen kunnen zijn. Als je vooral voor het verhaal aan tafel gaat zitten, kom je hier dus niet aan je trekken.

Dat valt des te meer op omdat de tekeningen zoveel beloven. Arthus Pilorget tekende een wereld vol reusachtige paddenstoelbomen en reizigers in geweven poncho’s, in kleuren die je vanaf de andere kant van de kamer ziet. Die wereld komt terug op de verhaaltegels en de stamborden, waardoor het spel op tafel meteen aandacht trekt. Het landschap zelf leg je met losse gebiedstegels en ligt daardoor elk potje anders. Overzichtelijk blijft het toch, want elke terreinsoort heeft een eigen kleur en een eigen pictogram die je precies zo op de kaarten terugvindt.

Het onderdeel waar je het meest aan hebt is het stambord omdat het je hele spel bijhoudt. Je kampen staan er op een rij en onder elk kamp zie je wat je krijgt zodra je het opzet. Een verhaaltegel die je hebt gehaald schuif je een stukje omhoog, zodat iedereen kan zien hoe je ervoor staat. Na afloop berg je alles op in een kartonnen raster dat je zelf in elkaar zet en waarin elk onderdeel een eigen vak heeft. Alleen de kleine fiches blijven daarin niet goed liggen, dus die doe je beter eerst in een zakje.

Minder handig is het spelregelboek zodra je iets wilt opzoeken. Het leert je het spel in de volgorde van een potje en dat leest prettig, maar een pagina waar je snel een regel of een pictogram terugvindt ontbreekt. Bij de scenariotegels is het daardoor in het begin even bladeren.

Spelmateriaal

  • 10 gebiedstegels (4 starttegels en 6 neutrale tegels)
  • 4 stamborden
  • 36 kampen (9 per kleur)
  • 1 basisscenariotegel
  • 15 bessenfiches
  • 55 terreinkaarten
  • 24 verhaaltegels
  • 1 Dewan (de startspelerfiguur)
  • 1 scoreblok
  • Voor de extra scenario’s: 4 scenariotegels, 1 vulkaantegel, 1 stortbuitegel, 8 lavategels, 8 watertegels, 1 gebeurtenistegel en 20 visfiches
  • Spelregels

Opzet van het spel

  1. Leg de basisscenariotegel naast de speelruimte.
  2. Geef elke speler een willekeurige starttegel en neem evenveel willekeurige neutrale tegels als er spelers zijn. Leg alle tegels willekeurig gedraaid aan elkaar zoals de achterkant van de scenariotegel aangeeft.
  3. Leg 2 bessenfiches op elk bessensymbool op het bord.
  4. Elke speler neemt een stambord en de 9 kampen in zijn kleur. Zet 8 kampen op de velden van je stambord en zet het negende als basiskamp op je starttegel.
  5. Schud de verhaaltegels en leg er 5 open naast het bord. De rest vormt een gedekte trekstapel.
  6. Schud de terreinkaarten en geef elke speler er 2 gedekt. Leg 6 kaarten open in een rij en leg de rest als gedekte trekstapel ernaast.
  7. Kies een startspeler en geef die Dewan. Beginnend bij de speler rechts van de startspeler en verder tegen de klok in kiest iedereen 1 verhaaltegel uit het aanbod of trekt de bovenste tegel van de stapel. Leg je tegel op het meest linkse veld van je stambord en vul het aanbod aan.

Hoe speel je Dewan?

Je wint Dewan met de meeste punten en die komen vooral van je verhaaltegels. Vuur, bessen en kampen die aan elkaar grenzen vullen dat totaal aan.

Om die punten te halen kies je elke beurt tussen twee acties, want je neemt kaarten of je zet een kamp op. Kaarten nemen doe je uit een open rij van 6 terreinkaarten. Je mag daaruit zelf kiezen, zolang de 2 kaarten die je pakt maar naast elkaar liggen. Een handlimiet is er niet, dus je kunt rustig sparen voor een lange route. Op veel kaarten staan twee terreinsoorten en zo’n kaart kun je op twee manieren gebruiken. Sommige kaarten tonen ook nog een symbool zoals een bes of een vlam en dat komt later van pas.

Met die kaarten betaal je de weg naar een nieuw kamp. Je vertrekt bij een van je eigen kampen en eindigt op een vrij landveld. Voor elk veld op die route leg je een kaart van de juiste terreinsoort af, ook voor het veld waar je vertrekt en het veld waar je aankomt. Alleen bij je basiskamp mag die eerste kaart een willekeurige zijn. Water werkt in je voordeel, want met 1 waterkaart steek je een heel watergebied over, hoe groot het ook is. Onderweg mag je gewoon over een veld met het kamp van een tegenspeler lopen, al gaat de kaart voor dat veld dan naar zijn hand in plaats van naar de aflegstapel.

Zodra de route betaald is, zet je het meest linkse kamp van je stambord op het bord. Ligt er in dat gebied nog een bes, dan mag je die pakken. Het veld dat op je stambord vrijkomt bepaalt wat er daarna gebeurt. Na je tweede, vierde en zesde kamp kies je een nieuwe verhaaltegel, zodat je steeds meer doelen krijgt om te voltooien. Bij je derde, vijfde en zevende kamp mag je een handkaart onder je stambord schuiven. Zo’n kaart telt de rest van het spel als een extra gebied van die terreinsoort, staat er een symbool op de kaart, dan telt deze ook mee.

Al die kampen en kaarten heb je nodig voor je verhaaltegels, waarop staat welke terreinen en grondstoffen je moet verzamelen. Een terrein heb je zodra er een kamp van jou in een gebied van die soort staat. Let daarbij op wat het spel een gebied noemt, want dat is een aaneengesloten groep velden van dezelfde soort. Twee kampen in hetzelfde bos tellen daardoor als 1 bos. Water en de grondstoffen artefact, pigment en kristal tellen mee zodra een van je kampen eraan grenst, terwijl je basiskamp nergens voor meetelt. Zodra aan het einde van je beurt alles op een tegel klopt, schuif je die omhoog en trek je als beloning een terreinkaart van de stapel.

Dat gaat zo door tot iemand zijn achtste kamp opzet. Jullie spelen die ronde nog uit en tellen daarna de punten zoals de scenariotegel aangeeft. In het basisspel zijn dat de punten van je behaalde verhaaltegels en 1 punt per vlam, met 4 punten extra voor de speler met de meeste vlammen. Daar komen 4 punten bij voor elke groep van minstens 2 aangrenzende eigen kampen en 2 punten voor elke bes. Een verhaaltegel die je niet hebt afgekregen levert niets op.

In de doos zitten nog een teamvariant voor 4 spelers en drie extra scenario’s. In Stortbui en Vulkaan verandert het bord terwijl je speelt, want er verschijnen watertegels of lavategels die gebieden in tweeën splitsen. Lava sluit ook routes af omdat je er niet overheen mag. Dorpen bij het meer gaat de andere kant op en laat je kampen op het water zetten, waarmee je visfiches verdient. Elk scenario heeft een eigen puntentelling.

De volledige speluitleg is terug te lezen in de spelregels. Of bekijk de video met speluitleg hieronder.

Acht kampen en geen beurt te verliezen

Op de doos staat 2 tot 4 spelers vanaf 10 jaar en een speelduur van 40 minuten. Die speelduur haal je gemakkelijk en met 2 spelers ben je vaak nog sneller klaar. Dat komt doordat een potje maar weinig beurten heeft. Je zet hooguit acht kampen en neemt tussendoor een aantal keer kaarten, dus na ongeveer vijftien beurten is het voorbij. Bij die korte speelduur horen korte regels, want met maar twee acties per beurt heb je het spel in vijf minuten uitgelegd. Kinderen van 10 spelen daardoor zonder moeite mee. Het enige waar nieuwe spelers over struikelen is de telling van gebieden. Drie kampen in dezelfde woestijn leveren voor een verhaaltegel maar 1 woestijn op en dat ontdek je in een eerste potje mogelijk te laat.

Juist die regel maakt van een eenvoudig spel een lastige puzzel. Een grote lap woestijn naast je starttegel lijkt een meevaller, tot je beseft dat het maar 1 gebied is waar je ook nog doorheen moet. Voor een tegel met twee woestijnen moet je dus het bord over en elke stap kost een kaart. Dicht bij je eigen kampen blijven is goedkoper en levert 4 punten op per groepje aangrenzende kampen. Toch scoor je met alles op een kluitje die 4 punten maar 1 keer en haal je je tegels niet.

Omdat je zo tussen uitwaaieren en bij elkaar blijven schippert, wil je dat elk kamp dubbel werk doet. Je hebt maar acht kampen en drie plekken onder je stambord, dus je zoekt verhaaltegels die elkaar overlappen. Een kamp in het bos dat aan water en aan een kristal grenst, telt zo voor meerdere tegels tegelijk mee. Daarom kijk je goed wat er in het aanbod van verhaaltegels ligt voordat je je tweede of vierde kamp zet. Soms wacht je zelfs een beurt met bouwen in de hoop dat iemand anders het aanbod ververst, met het risico dat de plek die je op het oog had intussen bezet raakt.

Veel ruimte om zo’n gok of een vergissing goed te maken is er niet. Een kamp op de verkeerde plek kost je al snel de winst omdat de scores laag zijn en dicht bij elkaar liggen. Het hardst komt dat aan als een ervaren speler vroeg zijn achtste kamp zet en jij blijft zitten met tegels die niets opleveren. In de eerste potjes is dat verschil tussen nieuwkomers en spelers die het spel kennen goed te merken. Na een keer of drie heeft iedereen het door en gaat het er aan tafel een stuk feller aan toe.

Het toeval speelt intussen een bescheiden rol. Welke kaarten en verhaaltegels er verschijnen heb je niet in de hand. Omdat je twee kaarten naast elkaar moet nemen, krijg je bovendien zelden precies wat je zoekt. Meestal pak je de kaart die je nodig hebt en neem je de buurkaart voor lief. Die beperking houdt de beurten kort, want meer dan vijf paren zijn er nooit om uit te kiezen.

Door die korte beurten kijk je ook mee als je zelf niet aan zet bent. Elke kaart die iemand neemt verandert welke paren er naast elkaar liggen. Als je goed oplet, zie je aan de kaarten die een tegenspeler spaart waar hij naartoe wil en kun je hem daar voor zijn. Op het kleine bord zit je elkaar dan ook vaker in de weg dan de vriendelijke tekeningen doen vermoeden. Een route blokkeren lukt niet omdat je over andermans kampen heen mag lopen, maar dat kost je wel een kaart die in zijn hand belandt. Aan tafel levert dat steevast commentaar op, zeker als hij met precies die kaart zijn volgende kamp betaalt.

Dat kat-en-muisspel blijft lang boeiend omdat het bord elk potje anders ligt en een vaste openingszet dus niet bestaat. Een bos dat vorige keer naast je starttegel lag, ligt nu aan de overkant achter een meer. De puntentelling van het basisspel ken je na een aantal potjes wel en op dat moment komen de drie scenario’s en de teamvariant van pas. Ze veranderen hoe je scoort en soms ook het bord zelf, zodat je je gewoontes weer moet bijstellen.

Voor wie is Dewan?

Door die combinatie van eenvoudige regels en krappe keuzes kun je Dewan aan veel tafels kwijt. Een gezin met kinderen vanaf een jaar of 10 heeft de regels na een paar beurten onder de knie. Als je nog niet zo lang bordspellen speelt, is dit een goede keuze omdat elke beurt maar twee mogelijkheden kent en je toch je eigen plan uitvoert. Ervaren spelers halen er iets anders uit. Voor hen zit de lol in het uitpersen van die acht kampen en in de vraag wanneer je het einde afdwingt.

Minder geschikt is het als je graag een verhaal beleeft, want daarvoor doet het thema te weinig. Hetzelfde geldt als je er slecht tegen kunt dat een enkele misrekening je de winst kost. Inhalen lukt zelden en dat zie je soms al een paar beurten voor het einde aankomen. Gelukkig duurt een potje zo kort dat je meteen opnieuw kunt beginnen.

Bij die revanche maakt het aantal spelers verschil. Met 3 en 4 spelers komt het spel het best tot zijn recht omdat het bord dan voller raakt en je vaker over elkaars kampen loopt. Met 2 spelers liggen er maar vier gebiedstegels op tafel en heb je minder last van elkaar, waardoor je vooral naast elkaar zit te puzzelen. Dat kan prima zijn voor een rustige avond, maar voor een eerste kennismaking speel je liever met meer. Op Board Game Arena kun je het spel online uitproberen voordat je het koopt.

Vergelijkbare spellen

De afweging tussen kaarten nemen uit een open rij en kaarten uitgeven om op het bord te bouwen ken je misschien van Ticket to Ride. Dewan doet hetzelfde in kortere tijd en op een veel kleiner bord, waardoor je elkaar sneller tegenkomt. De geheime routekaarten zijn hier verhaaltegels die open op je stambord liggen, dus iedereen ziet waar je naartoe wilt. Het tempo doet dan weer denken aan Splendor van dezelfde uitgever, waarin je ook elke beurt kiest tussen nemen en uitgeven. Zoek je vooral de puzzel van doelen die elkaar overlappen, dan zit Harmonies in dezelfde hoek. Daar bouw je een landschap op je eigen bord en telt een goed gelegde steen voor meerdere dierenkaarten mee, al zit niemand je daarbij in de weg.

Conclusie

Dewan leg je in vijf minuten uit en daarna ben je veertig minuten bezig met de vraag hoe je met acht kampen zoveel mogelijk verhaaltegels haalt. Omdat een gebied maar 1 keer telt, moet je het bord over terwijl elke stap een kaart kost. Door die krapte doet elke beurt ertoe, al maak je een vergissing daardoor zelden goed. Het spel ziet er prachtig uit, maar het thema speelt tijdens het spelen geen rol. Met 3 of 4 spelers zit je elkaar het meest in de weg en dan is het op zijn best. Zoek je een toegankelijk tactisch spel voor de hele familie, dan is Dewan een absolute aanrader.

Toegankelijkheid: ★★★★☆
Twee acties per beurt leg je in vijf minuten uit en alleen het tellen van de gebieden vraagt om wat oplettendheid.

Tactiek: ★★★★☆
Met acht kampen en drie kaarten onder je stambord moet elke zet voor meerdere verhaaltegels tellen.

Geluk: ★★☆☆☆
Het aanbod van kaarten en verhaaltegels is willekeurig, maar je kiest altijd zelf uit wat er open ligt.

Interactie: ★★★☆☆
Je pakt elkaars plekken, bessen en kaarten af zonder dat je iemand rechtstreeks aanvalt.

BRDGMZ ontving van de uitgever een recensie-exemplaar van Dewan. Dit heeft geen invloed op ons oordeel. Lees er meer over in ons reviewbeleid.

Positief

  • In vijf minuten uitgelegd dankzij twee acties per beurt
  • De regel dat een gebied maar 1 keer telt dwingt je het hele bord over
  • Korte beurten, dus weinig wachten
  • Het bord ligt elk potje anders en de doos bevat drie scenario's en een teamvariant
  • Kleurrijke tekeningen en een stambord dat je voortgang voor iedereen toont

Negatief

  • Het thema speelt tijdens het spelen geen rol
  • Een vergissing maak je zelden goed, wat nieuwkomers benadeelt tegenover ervaren spelers
  • Met 2 spelers zit je elkaar weinig in de weg
8

Erg goed

Avatar foto
Pieter-Jan van Zwieten is het gezicht achter BRDGMZ en werkt als Communications & Media Professional. Als gepassioneerde bordspelliefhebber verdiept hij zich graag in slimme spelmechanieken, verrassende thema’s en de verhalen die spellen kunnen vertellen. Zijn liefde voor wetenschap en geschiedenis voeden die nieuwsgierigheid, waardoor hij bordspellen niet alleen als ontspanning ziet, maar ook als een middel om mensen te verbinden en de geest te scherpen. Dankzij zijn achtergrond in communicatie weet hij complexe ideeën helder te verwoorden en toegankelijk te maken. In zijn reviews combineert hij spelplezier met inhoud — scherp, eerlijk en altijd met oog voor detail.

Lost Password

Meld je aan voor de BRDGMZ nieuwsbrief en ontvang elke maand een compact overzicht van de nieuwste spellen en reviews in je mailbox. Als abonnee blijf je gelijk ook op de hoogte van het laatste nieuws en exclusieve winacties!