Opsnorren Review

Avatar foto
Koop Spel

Een luchtig slagenspel voor de hele familie waarin de langste snor wint en teams steeds wisselen

Een walrus met een roze snor, een lama die hooghartig over zijn snorpunten heen kijkt en een hamster die duidelijk nog niet de snor, ik bedoel, baard in de keel heeft. In Opsnorren zit de halve dierentuin aan de kaarttafel voor dezelfde wedstrijd om de langste snor. Hoe hoger de waarde van je kaart, hoe weelderiger het haar boven de lip.

Opsnorren is een slagenspel dat je in teams speelt, bedacht door Alexandre Aguilar en Jules Messaud. Die laatste ken je misschien van Akropolis. Elke ronde bepaalt het lot met wie je samenspeelt en komt er een nieuwe spelregel bij. De Nederlandse editie is van 999 Games. In deze review lees je hoe die stapeling van regels in de praktijk uitpakt, hoeveel geluk erin zit en voor wie dit vrolijke kaartspel de moeite waard is.

Hoe langer de snor, hoe sterker de kaart

Het thema van Opsnorren is flinterdun en tegelijk precies goed gekozen. Je speelt geen verhaal na en er staat niets op het spel behalve een trofee, maar de snorren doen wel iets nuttigs. De waarde van een kaart zie je terug in de lengte van de snor van het dier erop, zodat een 0 een kaal bovenlipje heeft en een 10 een snor die tot ver buiten de kaart lijkt te willen groeien. Als je je hand op kleur en waarde sorteert, zie je de snor van links naar rechts groeien. Dat is een klein grapje, maar het is een leuk detail.

Elke kleur heeft haar eigen dier. De groene hamsters zijn de zwakste kleur, daarboven staan de roze varkens en de oranje lama’s en de blauwe walrussen zijn de baas aan tafel. Die volgorde staat ook op je overzichtskaart, want je hebt hem in elke slag nodig. De drie jokers zijn een eenhoorn met een regenboogsnor, een aap aan een trapeze en een duif die er een beetje verloren bij vliegt. De illustraties van Manu Gorobeï zijn dik aangezet en kleurrijk, met een regenboog die over de doos en de kaartranden loopt. Het ziet eruit als een spel dat zichzelf niet serieus neemt en dat klopt ook.

Het materiaal is compact en degelijk. De spelregelkaarten hebben aan de voorkant een korte samenvatting van de regel met een pictogram, zodat je tijdens het potje zelden het boekje erbij hoeft te pakken. De trofeefiches zijn stevige kartonnen munten met een rondenummer aan de ene kant en een puntenwaarde aan de andere. Het spelregelboekje van 999 Games is helder en heeft een uitgewerkt voorbeeld van een slag, wat voor nieuwkomers in het genre welkom is. De kaarten zelf hebben een glimmende afwerking, zodat de kleuren nog een tandje feller worden en er bij elke slag iets glinstert op tafel. Dat maakt het spel extra vrolijk en aantrekkelijk. Bij jongere spelers (inclusief mijzelf) zag ik de kaarten dan ook meteen in de hand verdwijnen om ze in het licht te draaien en de schittering van kleuren te kunnen bewonderen.

Spelmateriaal

  • 47 dierkaarten (44 kaarten met waarden 0 tot en met 10 in vier kleuren: groen, roze, oranje en blauw, plus 3 jokers: eenhoorn, aap en duif)
  • 6 teamkaarten
  • 6 overzichtskaarten
  • 16 spelregelkaarten, verdeeld over een witte en een zwarte stapel
  • 12 trofeefiches (3 per ronde)
  • Spelregels

Opzet van het spel

  1. Schud de witte en de zwarte spelregelkaarten apart en trek van elke stapel willekeurig 2 kaarten. Leg die 4 kaarten gedekt in een rij op tafel, de witte links en de zwarte rechts. De overige spelregelkaarten gaan terug in de doos.
  2. Speel je Opsnorren voor het eerst, haal dan vooraf de spelregelkaarten met het snorsymbool uit de stapels. Die zijn wat pittiger en komen pas na een paar potjes goed tot hun recht.
  3. Sorteer de trofeefiches per ronde, schud ze gedekt en leg de 3 fiches van elke ronde boven de rij spelregelkaarten. Het rondenummer ligt naar boven, de puntenwaarde blijft verborgen.
  4. Geef iedere speler een overzichtskaart. Daarop staan de kleurvolgorde en de tabel met het aantal kaarten en teamkaarten per spelersaantal.

Hoe speel je Opsnorren?

Je speelt vier ronden. In elke ronde zit je in een team en probeer je samen de meeste sterren te winnen. De sterren staan alleen op de kaarten met middenwaarden, dus niet op de allerlaagste en niet op de allerhoogste kaarten. Het team dat de ronde wint, krijgt per teamlid een trofeefiche. Na vier ronden telt iedereen de waarde van zijn eigen fiches op en de speler met de meeste punten wint. Je wint dus als team, maar de eindstand is persoonlijk.

Elke ronde begint met het opendraaien van de volgende spelregelkaart in de rij. In de eerste ronde geldt er dus één extra regel, in de vierde ronde vier tegelijk. Daarna deel je de teamkaarten uit. De overzichtskaart vertelt welke teamkaarten je bij jouw spelersaantal gebruikt. Met vier spelers krijg je twee teams van twee, met zes spelers twee teams van drie. Bij drie en vijf spelers zijn de teams ongelijk, waarover zo meer. Je draait je teamkaart open zodat iedereen de teams kent. Vervolgens schud je de dierkaarten en deel je het aantal uit dat de overzichtskaart aangeeft, van twaalf kaarten bij drie spelers tot zeven bij zes spelers. Wat overblijft blijft deze ronde uit het spel. Je mag je teamgenoot niet vertellen welke kaarten je in handen hebt.

De speler met de kroon op zijn teamkaart begint de eerste slag door een kaart open op tafel te spelen. Met de klok mee speelt daarna iedereen een kaart in dezelfde kleur, als dat kan. Zonder die kleur in handen mag je een willekeurige andere kaart spelen. Na de laatste kaart kijk je eerst naar de kleur. De sterkste kleur die op tafel ligt wint en binnen die kleur wint de hoogste waarde. Blauw slaat dus altijd oranje, ook al ligt er een blauwe 1 tegen een oranje 9. Juist wanneer je de gevraagde kleur niet kunt volgen, loont het om er een hogere kleur op te gooien. De winnaar legt de slag gedekt bij zijn team en begint de volgende slag.

Zodra alle kaarten gespeeld zijn, telt elk team de sterren op de gewonnen kaarten. Daarbij past het team alle opengedraaide spelregels toe. Het team met de meeste sterren wint de ronde en bij gelijkspel wint het team met de kroon. Elke winnaar trekt blind een van de drie trofeefiches van die ronde en legt hem gedekt voor zich neer. De overgebleven fiches gaan ongezien terug in de doos. Daarna verzamel je alle kaarten, schud je opnieuw en deel je nieuwe teamkaarten uit. Je teamgenoot uit ronde één kan in ronde twee dus tegenover je zitten.

Jokers bij drie en vijf spelers

Bij drie spelers speelt één speler alleen tegen een team van twee. Bij vijf spelers staat een team van twee tegenover een team van drie. Om dat te compenseren krijgt het kleinere team de jokers. De solospeler bij drie spelers krijgt negen dierkaarten en alle drie de jokers, bij vijf spelers krijgen de twee spelers in het kleine team elk zeven dierkaarten en een blind getrokken joker.

Een joker mag je op elk moment spelen, ook als je de gevraagde kleur wel in handen hebt. De eenhoorn wint de slag hoe dan ook. De aap pakt aan het einde van de slag één gespeelde kaart naar keuze uit de slag en legt die bij de gewonnen kaarten van zijn eigen team, wat ook een kaart van de tegenstander mag zijn. De duif gooit de hele slag weg, zodat niemand de sterren erop scoort. Liggen er een eenhoorn en een duif in dezelfde slag, dan wint de duif. Start iemand een slag met een joker, dan bepaalt de kaart van de volgende speler welke kleur gevraagd wordt.

De spelregelkaarten

De witte kaarten passen vooral de puntentelling en het delen aan. Zo kan een regel bepalen dat sterren op groene kaarten negatief tellen, dat je je roze kaarten open in je hand moet houden, dat je aan het begin van de ronde drie kaarten aan je linkerbuur doorgeeft of dat het team met de meeste blauwe kaarten aan het einde van de ronde vijf sterren verliest.

De zwarte kaarten grijpen in op de slag zelf. Een 2 kan opeens elke slag winnen, ongeacht de kleur. Kaarten van gelijke waarde kunnen elkaar opheffen en uit de slag verdwijnen. De kleurvolgorde kan omdraaien, zodat groen ineens de sterkste kleur is. Zodra er een 3 in de slag ligt, wint mogelijk de laagste waarde. Weer een andere kaart maakt van de kleur die je speelt de nieuwe gevraagde kleur op het moment dat je niet kunt volgen. Omdat de regels zich opstapelen, kan het in de vierde ronde gebeuren dat groen de sterkste kleur is, groene sterren negatief tellen en de laagste kaart wint. Dan moet je even goed nadenken voor je iets neerlegt.

De volledige speluitleg is terug te lezen in de spelregels.

Vier ronden die steeds gekker worden

Opsnorren speel je met drie tot zes spelers. Met vier spelers krijg je het klassieke twee tegen twee, wat het meest overzichtelijk speelt. Ik was vooraf bang dat de oneven aantallen een noodoplossing zouden zijn, maar drie en vijf spelers pakken verrassend goed uit. De solospeler met drie jokers in handen heeft wapens die niemand anders heeft en dat voelt eerder als een voordeel dan als een handicap. Met zijn tweeën tegenover drie weet je niet welke joker je teamgenoot heeft en lees je dat alleen aan zijn spel af. Met zes spelers heeft iedereen maar zeven kaarten en gaat een ronde snel, al wordt het lastiger om bij te houden wat er allemaal al gespeeld is.

Een potje duurt een klein half uur. De eerste ronde is bijna een opwarmronde, want er geldt maar één extra regel en er valt ook het minst te verdienen. Daarna komt er elke ronde een regel bij en lopen de puntenwaarden van de trofeefiches op. Dat is een fijne opbouw, omdat je in ronde één nog gerust een fout mag maken. In de vierde ronde staat alles op scherp en moet je vier regels tegelijk in je hoofd houden. Sommige spelers vinden die vierde ronde net een brug te ver en zouden na drie ronden al tevreden zijn. Bij mij aan tafel was de laatste ronde juist de leukste, omdat daar de chaos compleet was.

De doos zegt 10 jaar en dat is een eerlijke inschatting. Heb je thuis wel eens hartenjagen of een ander klassiek kaartspel gespeeld, dan pak je de basis in vijf minuten op. Het denkwerk zit in de spelregelkaarten, omdat elke nieuwe regel om een nieuwe gewoonte vraagt. Zodra de kaart openligt die zegt dat een 3 de slag omdraait, moet je die 3 in je hand ineens heel anders bekijken. Omdat de regels voor iedereen open op tafel liggen, kun je elkaar er ook aan helpen herinneren. Aan tafel klinkt dan regelmatig “wacht, telt groen nu negatief?” en dat hoort er gewoon bij.

Tactisch gezien vraagt Opsnorren om net wat meer nadenken dan je op het eerste gezicht zou denken. Je wilt de kaarten met sterren binnenhalen en dat zijn de kaarten van de middenwaarden. Je hoogste kaarten winnen slagen, maar leveren zelf geen sterren op. De kunst is dus om te winnen op het moment dat je tegenstanders sterren in de slag hebben gegooid en om juist te verliezen wanneer er niets te halen valt. Zodra je teamgenoot ziet dat jij de slag al hebt, gooit hij er zijn sterkaarten in en dat zijn de momenten waarop je samen scoort. Andersom is het net zo leuk om een tegenstander een slag te laten winnen die vol negatieve groene sterren zit.

Geluk speelt een flinke rol. Je hand is willekeurig, je team is willekeurig en de trofee die je wint is ook nog eens blind getrokken. Twee spelers die allebei twee ronden wonnen, kunnen door een verschil van één punt op de fiches toch een andere winnaar opleveren. Een gelijkspel binnen een ronde gaat bovendien automatisch naar het team met de kroon, zonder dat je daar iets aan kunt doen. Voor een slagenspel waarin de beste speler altijd wint, moet je dus ergens anders zijn. De wisselende teams maken die willekeur wel draaglijk, want je zit nooit een heel potje vast aan een zwakke partner of aan een sterke tegenstander.

Interactie zit vooral in het aftasten van je teamgenoot. Je mag niets zeggen over je hand en dus lees je aan zijn gespeelde kaarten af of hij een slag wil hebben of juist wil ontwijken. Bij elke nieuwe ronde begint dat leerproces opnieuw met een ander gezicht tegenover je. Buiten je eigen beurt let je op wat er al gespeeld is, want met elf kaarten per kleur weet je vrij snel welke walrussen er nog rondlopen.

De herspeelbaarheid komt uit de zestien spelregelkaarten. Per potje gebruik je er vier, dus je hebt heel wat potjes nodig voor je alle combinaties hebt gezien. Niet elke kaart is even sterk. De regel die kaarten van gelijke waarde uit de slag haalt, geeft de meeste verwarring, terwijl de regel waarbij je je roze kaarten open houdt vooral nuttig is voor je tegenstanders en minder spannend uitpakt. Dat is niet erg, maar het maakt het ene potje wel leuker dan het andere.

Voor wie is dit spel?

Opsnorren is op zijn best aan een tafel met gezinnen en vriendengroepen die kaartspellen kennen van vroeger, maar geen kast vol slagenspellen hebben. Voor die spelers voelt een regel als “de kleurvolgorde draait om” als een openbaring en door de wisselende teams zitten nooit de beste spelers de hele tijd bij elkaar. Kinderen vanaf een jaar of tien spelen probleemloos mee, zeker omdat de regels open op tafel liggen en je elkaar mag helpen.

Als verzamelaar van slagenspellen die elke slag tot op de kaart wil uitrekenen, zul je Opsnorren waarschijnlijk te willekeurig vinden. De blinde trofeefiches en de kroonregel bij gelijkspel halen de scherpte uit de competitie en dat is een bewuste keuze van de ontwerpers. Het ideale spelersaantal ligt voor mij op vier of vijf. Met vier heb je het zuiverste teamspel, met vijf heb je de jokers erbij en een derde speler in het grote team om rekening mee te houden.

Vergelijkbare spellen

Voor slagen winnen in een team is De Crew van dezelfde uitgever de bekendste naam. Daar speel je volledig samen en communiceer je met een fiche in plaats van met je kaarten. Dat spel vraagt om veel meer precisie en chaos hoort er niet in thuis. Wizard is het klassieke slagenspel met voorspellen hoeveel slagen je gaat halen en ligt in veel spellenkasten. Het is strakker en eerlijker, maar mist de verrassing van regels die halverwege veranderen. Rebel Princess zit qua opzet het dichtst bij Opsnorren, want ook daar komt er elke ronde een nieuwe regel bij die het slagenspel verandert. Het verschil is dat je in Rebel Princess juist slagen wilt ontwijken en dat elke prinses een eigen vaardigheid heeft, terwijl Opsnorren de bijzondere regels open op tafel legt en je bovendien in wisselende teams speelt.

Conclusie

Opsnorren is een vrolijk slagenspel dat je in een klein half uur speelt en dat zichzelf geen moment serieus neemt. De wisselende teams en de spelregels die zich per ronde opstapelen maken elke ronde anders en de opbouw van rustig naar chaotisch werkt goed. De jokers geven de oneven spelersaantallen een eigen smaak. Daar staat tegenover dat het geluk sterk aanwezig is, van welke hand je krijgt en met wie je een team vormt tot de blind getrokken trofeeën. Voor gezinnen en gelegenheidsspelers die van een kaartspel houden is dat geen probleem. Doorgewinterde slagenspelers die elke slag onder controle willen hebben zijn waarschijnlijk beter af met een ander spel.

Toegankelijkheid: ★★★★☆
De basis pik je in vijf minuten op, alleen de stapeling van regels in de laatste ronde vraagt om aandacht.

Tactiek: ★★☆☆☆
Je kiest bewust wanneer je een slag wint of laat lopen, maar veel verder reikt je invloed niet.

Geluk: ★★★★☆
Het lot bepaalt je hand, je team en de waarde van je trofee.

Interactie: ★★★★☆
Je leest je teamgenoot aan zijn kaarten af en probeert je tegenstanders slechte slagen toe te spelen.

BRDGMZ ontving van de uitgever een recensie-exemplaar van Opsnorren. Dit heeft geen invloed op ons oordeel. Lees er meer over in ons reviewbeleid.

Positief

  • Wisselende teams per ronde, zodat je nooit een heel potje vastzit aan één partner
  • Spelregels die zich per ronde opstapelen, met een fijne opbouw van rustig naar chaotisch
  • Jokers maken drie en vijf spelers net zo leuk als vier
  • Kleurrijke, glimmende kaarten met snorren die meegroeien met de kaartwaarde
  • In een klein half uur gespeeld

Negatief

  • Veel geluk door willekeurige teams en blind getrokken trofeefiches
  • Gelijkspel gaat automatisch naar het team met de kroon
  • Niet alle spelregelkaarten zijn even spannend
7

Goed

Avatar foto
Pieter-Jan van Zwieten is het gezicht achter BRDGMZ en werkt als Communications & Media Professional. Als gepassioneerde bordspelliefhebber verdiept hij zich graag in slimme spelmechanieken, verrassende thema’s en de verhalen die spellen kunnen vertellen. Zijn liefde voor wetenschap en geschiedenis voeden die nieuwsgierigheid, waardoor hij bordspellen niet alleen als ontspanning ziet, maar ook als een middel om mensen te verbinden en de geest te scherpen. Dankzij zijn achtergrond in communicatie weet hij complexe ideeën helder te verwoorden en toegankelijk te maken. In zijn reviews combineert hij spelplezier met inhoud — scherp, eerlijk en altijd met oog voor detail.

Lost Password

Meld je aan voor de BRDGMZ nieuwsbrief en ontvang elke maand een compact overzicht van de nieuwste spellen en reviews in je mailbox. Als abonnee blijf je gelijk ook op de hoogte van het laatste nieuws en exclusieve winacties!