Hieronder lees je hoe je Dominion speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games, die de Nederlandse tweede editie uitgeeft. Dominion is een kaartspel van Donald X. Vaccarino voor 2 tot 4 spelers. Je bouwt tijdens het spel je eigen stapel kaarten op, een mechanisme dat deckbuilding heet.
Doel van het spel
Je bent de heerser van een klein koninkrijk en wil dat zo groot mogelijk maken. Dat koninkrijk is je deck, de stapel kaarten die je tijdens het spel opbouwt. Je begint met een handvol Koper en Landgoederen en koopt elke beurt betere kaarten bij. Als het spel afloopt, telt iedereen de overwinningspunten in zijn deck. De speler met de meeste punten wint.
Voorbereiding
- Iedere speler neemt 7 Koper en 3 Landgoederen, schudt die 10 kaarten en legt ze gedekt voor zich neer. Dat is je startdeck en tegelijk je eerste trekstapel.
- Leg de zeven soorten standaardkaarten open in het midden van de tafel, elke soort op een eigen stapel.
- Van Koper, Zilver en Goud gebruik je alle overgebleven exemplaren.
- Van Landgoed, Hertogdom en Provincie leg je er elk 8 neer bij 2 spelers en 12 bij 3 of 4 spelers.
- Van de Vloeken leg je er 10 neer bij 2 spelers, 20 bij 3 spelers en alle 30 bij 4 spelers.
- Kies 10 verschillende koninkrijkkaarten. Je kunt de 26 locatiekaarten met de blauwe achterkant schudden en er 10 trekken, of je kiest een van de aanbevolen combinaties verderop. Voor je eerste potje raden de spelregels deze set aan: Kelder, Markt, Koopman, Militie, Mijn, Slotgracht, Verbouwing, Smidse, Dorp en Werkplaats.
- Leg van elke gekozen koninkrijkkaart de volledige stapel van 10 exemplaren open op tafel. De locatiekaart zelf gaat niet mee in de stapel. Kies je Tuinen, dan gebruik je daarvan 8 exemplaren bij 2 spelers en 12 bij 3 of 4 spelers, net als bij de andere overwinningskaarten.
- Deze 17 stapels samen vormen de voorraad. Leg de mat voor vernietigde kaarten ernaast.
- Bepaal door loting wie begint. Speel je meteen nog een potje en was er een winnaar, dan begint de speler links van die winnaar.
- Iedere speler trekt de bovenste 5 kaarten van zijn trekstapel. Dat is je eerste hand.

Spelverloop
Je speelt om de beurt met de klok mee. Iedere speler heeft een eigen trekstapel, aflegstapel, hand en speelgebied. Een beurt bestaat altijd uit drie fasen in dezelfde volgorde. Eerst komt de actiefase, daarna de aanschaffase en tot slot de opschoonfase.
Actiefase
In de actiefase mag je 1 actiekaart uit je hand spelen. Je herkent zo’n kaart aan het woord Actie onderaan en meestal aan een wit kader. Je legt de kaart open in je speelgebied en voert de tekst van boven naar beneden uit. Staat er een scheidingslijn op de kaart, dan stop je bij die lijn. De tekst eronder geldt op een ander moment, dat de kaart zelf aangeeft. Lukt het niet om alles uit te voeren, dan doe je zoveel als je kunt. Je mag een kaart ook spelen als je vooraf al weet dat een deel niet lukt.
Een aantal kaarten geeft je extra Acties. Met +1 Actie mag je na de huidige kaart nog een actiekaart spelen, al handel je die huidige kaart eerst volledig af. Speel je bijvoorbeeld eerst een Militie, dan is je actiefase daarna voorbij omdat de Militie geen extra Actie geeft. Begin je met een Markt, dan heb je dankzij de +1 Actie nog ruimte om daarna de Militie te spelen. Acties zijn nooit verplicht. Je mag actiekaarten gewoon in je hand houden.
Aanschaffase
Aan het begin van de aanschaffase speel je geldkaarten uit je hand in je speelgebied, in een volgorde naar keuze. Geldkaarten hebben een geel kader en tonen een grote munt met hun waarde. Koper is 1 munt waard, Zilver 2 munten en Goud 3 munten. Je hoeft niet al je geld te spelen, maar alleen gespeelde geldkaarten tellen mee. Munten die je in de actiefase via kaarten kreeg, zoals de +2 munten van de Militie, tel je erbij op.
Met dat geld mag je 1 kaart kopen die hooguit zoveel kost als je aan munten hebt. De prijs staat linksonder op de kaart. Je pakt de gekochte kaart uit de voorraad en legt hem op je aflegstapel. Je geldkaarten raak je daarbij niet kwijt. Ze blijven in je deck en leveren opnieuw geld op zodra je ze later weer trekt. Speel je bijvoorbeeld 3 Koper en 1 Zilver, dan heb je 5 munten. Koop je daarmee een Markt van 5 munten, dan heb je niets meer over.
Kaarten met +1 Aanschaf laten je in deze fase een extra kaart kopen. Je verdeelt je munten dan over je aankopen. Met 6 munten en +1 Aanschaf kun je bijvoorbeeld 2 Zilver kopen. Extra aankopen zijn niet verplicht. Omdat Koper 0 munten kost, kun je met een extra aankoop ook zonder geld een Koper nemen. Heb je eenmaal iets gekocht, dan mag je geen geldkaarten meer spelen.
Opschoonfase
In de opschoonfase leg je alle kaarten uit je speelgebied en alle kaarten die nog in je hand zitten op je aflegstapel. De volgorde maakt niet uit en je mag je overgebleven handkaarten onder de gespeelde kaarten verstoppen. Daarna trek je 5 nieuwe kaarten van je trekstapel. Acties, aankopen en munten die je niet gebruikte, vervallen. De speler links van je is nu aan de beurt.
Schudden
Moet je iets met je trekstapel doen terwijl die te weinig kaarten bevat, dan schud je eerst je aflegstapel. Dat geldt voor trekken, maar ook voor bekijken, tonen, afleggen, opzij leggen of vernietigen. De geschudde kaarten leg je gedekt onder wat er nog van je trekstapel over is, waarna je verder gaat. Zijn er daarna nog steeds te weinig kaarten, dan doe je wat je kunt met de kaarten die er zijn.
Je schudt pas op het moment dat je kaarten nodig hebt, niet zodra je trekstapel leeg raakt. Moet je een kaart op een lege trekstapel leggen, dan wordt die kaart de enige kaart in je trekstapel.
Wat mag je zien?
Je mag op elk moment tellen hoeveel kaarten er in je trekstapel zitten, zonder naar de voorkant te kijken. Je eigen aflegstapel doorzoeken mag niet. Dat geldt ook voor de stapels van andere spelers. Het aantal kaarten in ieders hand is openbaar, net als de bovenste kaart van elke aflegstapel en alle kaarten in de speelgebieden. Opzij gelegde kaarten liggen meestal open. De stapel vernietigde kaarten mag iedereen altijd doorkijken.
Effecten die tegelijk gebeuren
Raakt een effect meerdere spelers tegelijk, dan voer je het met de klok mee uit, te beginnen bij de speler die aan de beurt is. Bij de Heks pakken de andere spelers hun Vloek dus in beurtvolgorde, wat uitmaakt als de stapel bijna leeg is. Gebeuren er bij één speler twee dingen tegelijk, dan bepaalt die speler zelf de volgorde. Geeft een kaart je een keuze, dan mag je vrij kiezen, ook als je de gekozen optie niet kunt uitvoeren.
Kaartsoorten
Onderaan elke kaart staat bij welke soort hij hoort. De kleur van het kader helpt je om de soorten snel te herkennen. Een kaart kan bij meer dan één soort horen en telt dan voor alles als elk van die soorten.
- Actie. Je speelt deze kaarten in je actiefase en volgt de tekst op.
- Geld. Je speelt deze kaarten in je aanschaffase om munten te krijgen. De waarde staat in de bovenhoeken en in de grote munt.
- Overwinning. Deze kaarten doen meestal niets tijdens het spel. Aan het einde leveren ze de punten op die naast het schildsymbool staan.
- Vloek. Deze kaarten zijn -1 punt waard. Je koopt ze normaal niet, maar je kunt ze van andere spelers krijgen door de Heks.
- Aanval. Deze kaarten hinderen de andere spelers. In het basisspel zijn dat Bandiet, Bureaucraat, Heks en Militie.
- Reactie. Deze kaarten mag je op een ongebruikelijk moment gebruiken, zoals de kaart zelf aangeeft. In het basisspel is dat alleen de Slotgracht. Meerdere reacties handel je een voor een af.
Begrippen op de kaarten
Vier begrippen hebben een getal na een plusteken. +2 betekent hetzelfde als twee keer +1.
- +1 Actie. Je mag deze beurt 1 actiekaart extra spelen. Je handelt de huidige kaart eerst af. Acties gebruik je alleen in de actiefase. Het helpt om hardop bij te houden hoeveel Acties je nog over hebt.
- +1 Aanschaf. Je mag in je aanschaffase 1 kaart extra kopen.
- +1 Kaart. Je trekt meteen 1 kaart van je trekstapel.
- +1 munt. Je hebt deze beurt 1 munt extra om uit te geven. Je krijgt er geen Koperkaart voor.
- Afleggen. Je legt een kaart open op je aflegstapel. Meestal komt die kaart uit je hand. Leg je meerdere kaarten tegelijk af, dan hoef je alleen de bovenste te tonen.
- Pakken. Je neemt een kaart uit de voorraad en legt die op je aflegstapel, tenzij de kaart iets anders aangeeft. Een gepakte kaart speel je niet.
- In het spel. Een kaart is in het spel zolang hij gespeeld in je speelgebied ligt. Dat duurt tot je opschoonfase. Kaarten in je hand, opzij gelegde kaarten en vernietigde kaarten zijn niet in het spel.
- Bekijken. Alleen jij ziet de kaart. Daarna leg je hem terug waar hij lag, tenzij de kaart iets anders zegt.
- Tonen. Alle spelers zien de kaart. Daarna gaat hij terug waar hij lag, tenzij de kaart iets anders zegt.
- Spelen. Je legt de kaart in je speelgebied en voert de tekst uit. Laat een andere kaart je een kaart spelen, dan kost dat geen Actie.
- Opzij leggen. Je legt de kaart buiten je speelgebied op tafel, meestal open. De kaart die hem opzij legde, zegt wanneer en waarheen hij weer verdwijnt.
- Vernietigen. Je legt de kaart op de stapel vernietigde kaarten. Hij hoort dan niet meer bij je deck.
Standaardkaarten
| Kaart | Kost | Effect |
|---|---|---|
| Koper | 0 | 1 munt |
| Zilver | 3 | 2 munten |
| Goud | 6 | 3 munten |
| Landgoed | 2 | 1 overwinningspunt |
| Hertogdom | 5 | 3 overwinningspunten |
| Provincie | 8 | 6 overwinningspunten |
| Vloek | 0 | -1 overwinningspunt |
Alle koninkrijkkaarten
De basisdoos bevat 26 verschillende koninkrijkkaarten. Hieronder vind je ze allemaal, geordend op prijs.
Kaarten van 2 munten
- Kapel. Je vernietigt tot 4 kaarten uit je hand. De Kapel zelf kun je niet vernietigen, want die ligt op dat moment al in je speelgebied.
- Kelder. Je krijgt +1 Actie. Daarna leg je zoveel kaarten uit je hand af als je wil en trek je er evenveel nieuwe voor terug. Je legt alle kaarten in één keer af en trekt pas daarna. Moet je tijdens het trekken schudden, dan gaan de zojuist afgelegde kaarten mee in de nieuwe trekstapel. Het aantal kaarten dat je aflegt is openbaar, maar je hoeft alleen de bovenste te tonen.
- Slotgracht (Actie en Reactie). Speel je de kaart in je eigen beurt, dan trek je 2 kaarten. Speelt een andere speler een aanvalskaart, dan mag je de Slotgracht uit je hand tonen voordat de aanval effect heeft. De aanval raakt jou dan niet. Je hoeft dus geen kaarten te tonen bij de Bandiet, geen overwinningskaart terug te leggen bij de Bureaucraat, niets af te leggen bij de Militie en geen Vloek te pakken bij de Heks. De Slotgracht blijft in je hand en je mag hem in je volgende beurt gewoon spelen. Volgen er in dezelfde ronde meer aanvallen, dan mag je hem telkens opnieuw tonen. Andere spelers hebben geen voordeel van jouw Slotgracht.
Kaarten van 3 munten
- Dorp. +1 Kaart en +2 Acties.
- Koopman. +1 Kaart en +1 Actie. Speel je later deze beurt een Zilver, dan levert die eerste Zilver je +1 munt extra op. Met twee Koopmannen krijg je voor die eerste Zilver dus +2 munten extra. Een tweede Zilver levert niets extra op.
- Vazal. +2 munten. Je legt de bovenste kaart van je trekstapel af. Is dat een actiekaart, dan mag je die meteen spelen zonder dat het je een Actie kost. Je legt hem dan zoals gewoonlijk in je speelgebied en voert de tekst uit.
- Voorbode. +1 Kaart en +1 Actie. Daarna bekijk je je aflegstapel en mag je er een kaart uit bovenop je trekstapel leggen.
- Werkplaats. Je pakt een kaart uit de voorraad die hooguit 4 munten kost en legt die op je aflegstapel. Geld uit je hand of van andere kaarten verhoogt die grens niet.
Kaarten van 4 munten
- Bureaucraat (Actie en Aanval). Je pakt een Zilver uit de voorraad en legt die bovenop je trekstapel. Iedere andere speler toont een overwinningskaart uit zijn hand en legt die bovenop zijn trekstapel. Heeft een speler geen overwinningskaart in zijn hand, dan toont hij zijn hele hand. Is iemands trekstapel leeg, dan wordt de teruggelegde kaart de enige kaart in die trekstapel.
- Geldschieter. Je mag een Koper uit je hand vernietigen. Doe je dat, dan krijg je +3 munten. Vernietig je geen Koper, dan krijg je ook geen munten.
- Militie (Actie en Aanval). +2 munten. Iedere andere speler legt kaarten af tot hij er nog 3 in zijn hand heeft. Heeft een speler al 3 kaarten of minder, dan legt hij niets af.
- Smidse. +3 Kaarten.
- Troonzaal. Je mag een actiekaart uit je hand kiezen en die twee keer spelen. Je voert hem eerst volledig uit en speelt hem daarna opnieuw. Dat kost je geen Acties. Tussendoor speel je geen andere kaarten, tenzij de gekozen kaart dat zelf toestaat. Begin je je beurt met een Troonzaal op een Dorp, dan trek je in totaal 2 kaarten en heb je daarna nog 4 Acties over. Speel je een Troonzaal op een andere Troonzaal, dan speel je twee verschillende actiekaarten elk twee keer. Eén actiekaart vier keer spelen mag niet.
- Tuinen (Overwinning). Deze kaart doet niets tijdens het spel. Aan het einde levert elke Tuinen 1 overwinningspunt op per 10 kaarten in je deck, naar beneden afgerond. Met 37 kaarten is elke Tuinen dus 3 punten waard.
- Verbouwing. Je vernietigt een kaart uit je hand en pakt een kaart uit de voorraad die hooguit 2 munten meer kost. Die kaart leg je op je aflegstapel. Een goedkopere kaart mag ook, net als een nieuw exemplaar van de kaart die je vernietigde. Kun je niets vernietigen, dan pak je ook niets. De Verbouwing zelf kun je niet vernietigen. Geld uit je hand of van andere gespeelde kaarten verhoogt de grens niet.
- Wilddief. +1 Kaart, +1 Actie en +1 munt. Daarna leg je 1 kaart uit je hand af voor elke lege stapel in de voorraad. Alle stapels tellen mee, ook Koper, Vloeken en de Wilddief zelf. Je trekt je kaart dus voordat je aflegt. Heb je te weinig kaarten om af te leggen, dan leg je je hele hand af.
Kaarten van 5 munten
- Bandiet (Actie en Aanval). Je pakt een Goud uit de voorraad en legt het op je aflegstapel. Daarna toont iedere andere speler, met de klok mee, de bovenste 2 kaarten van zijn trekstapel. Zit daar een geldkaart tussen die geen Koper is, zoals Zilver of Goud, dan vernietigt hij er daarvan een naar keuze. De andere getoonde kaart legt hij af. Toont een speler geen geldkaart behalve Koper, dan legt hij beide kaarten af.
- Bibliotheek. Je trekt een voor een kaarten tot je er 7 in je hand hebt. Elke actiekaart die je zo trekt, mag je opzij leggen in plaats van in je hand te nemen. Dat is niet verplicht. Zodra je 7 kaarten in je hand hebt, leg je de opzij gelegde kaarten af. Moet je onderweg schudden, dan schud je de opzij gelegde kaarten niet mee. Heb je bij het spelen al 7 kaarten of meer in je hand, dan trek je niets.
- Cipier. +1 Kaart en +1 Actie. Daarna bekijk je de bovenste 2 kaarten van je trekstapel. Je mag ze allebei vernietigen, allebei afleggen of allebei in een volgorde naar keuze terugleggen. Je mag ook de ene kaart vernietigen en de andere afleggen of terugleggen, of de ene afleggen en de andere terugleggen.
- Festival. +2 Acties, +1 Aanschaf en +2 munten.
- Heks (Actie en Aanval). +2 Kaarten. Iedere andere speler pakt een Vloek uit de voorraad en legt die op zijn aflegstapel. De Vloeken gaan in beurtvolgorde rond, wat telt als de stapel bijna op is. Is de stapel Vloeken leeg, dan mag je de Heks nog steeds spelen voor de 2 kaarten.
- Laboratorium. +2 Kaarten en +1 Actie.
- Markt. +1 Kaart, +1 Actie, +1 Aanschaf en +1 munt.
- Mijn. Je mag een geldkaart uit je hand vernietigen en een geldkaart uit de voorraad pakken die hooguit 3 munten meer kost. Die nieuwe geldkaart neem je in je hand, zodat je hem deze beurt nog kunt uitgeven. Zo maak je bijvoorbeeld van een Koper een Zilver of van een Zilver een Goud. Heb je geen geldkaart in je hand, dan vernietig je niets en pak je ook niets.
- Raadszaal. +4 Kaarten en +1 Aanschaf. Iedere andere speler trekt 1 kaart, of hij dat nu wil of niet.
Kaarten van 6 munten
- Ambachtsman. Je pakt een kaart uit de voorraad die hooguit 5 munten kost en neemt die in je hand. Daarna leg je een kaart uit je hand bovenop je trekstapel. Dat mag ook de kaart zijn die je net pakte. Geld uit je hand of van andere kaarten verhoogt de grens van 5 munten niet.
Aanbevolen combinaties
Je kunt Dominion met elke combinatie van 10 koninkrijkkaarten spelen. De spelregels stellen deze sets voor het basisspel voor, omdat de kaarten erin goed op elkaar inwerken.
- Eerste spel. Kelder, Markt, Koopman, Militie, Mijn, Slotgracht, Verbouwing, Smidse, Dorp en Werkplaats.
- Ontwrichting. Ambachtsman, Bandiet, Bureaucraat, Kapel, Festival, Tuinen, Cipier, Troonzaal, Heks en Werkplaats.
- Imperiaal. Ambachtsman, Bureaucraat, Raadszaal, Festival, Voorbode, Laboratorium, Geldschieter, Cipier, Vazal en Dorp.
- Vingervlugheid. Kelder, Raadszaal, Festival, Tuinen, Bibliotheek, Voorbode, Militie, Wilddief, Smidse en Troonzaal.
- Verbeteringen. Ambachtsman, Kelder, Markt, Koopman, Mijn, Slotgracht, Geldschieter, Wilddief, Verbouwing en Heks.
- Zilver en Goud. Bandiet, Bureaucraat, Kapel, Voorbode, Laboratorium, Koopman, Mijn, Geldschieter, Troonzaal en Vazal.
Heb je uitbreidingen, dan mag je ook koninkrijkkaarten daaruit gebruiken. Het spelregelboek bevat extra combinaties die het basisspel mengen met Intrige, Hijs de Zeilen!, De Alchemisten, Welvaart, Overvloed, De Gilden, Het Achterland, De Donkere Middeleeuwen, Avonturen en Keizerrijken.
Spelen met 5 of 6 spelers
Met 5 of 6 spelers heb je een tweede set standaardkaarten nodig, bijvoorbeeld uit een tweede basisdoos. Je voegt alle extra Koper, Zilver en Goud toe aan de stapels in de voorraad. De meeste stapels overwinningskaarten blijven op 12 kaarten, maar je gebruikt 15 Provincies bij 5 spelers en 18 Provincies bij 6 spelers. Van de Vloeken leg je er 40 neer bij 5 spelers en 50 bij 6 spelers. Het spel eindigt dan zodra de Provincies op zijn of 4 stapels in de voorraad leeg zijn.
Einde van het spel en puntentelling
Het spel eindigt aan het einde van de beurt waarin de laatste Provincie uit de voorraad verdwijnt of waarin een derde stapel in de voorraad leeg raakt. Welke stapels dat zijn, maakt niet uit. Ook lege stapels Koper, Vloeken of koninkrijkkaarten tellen mee.
Daarna verzamelt iedere speler al zijn kaarten, dus zijn hand, trekstapel, aflegstapel, de kaarten in zijn speelgebied en eventuele opzij gelegde kaarten. Terwijl je ze sorteert om ze weer op te bergen, tel je je overwinningspunten.
- Landgoed levert 1 punt op.
- Hertogdom levert 3 punten op.
- Provincie levert 6 punten op.
- Tuinen levert 1 punt op per 10 kaarten in je deck, naar beneden afgerond.
- Vloek kost je 1 punt.
De speler met de meeste punten wint. Bij een gelijke stand wint de speler die de minste beurten heeft gehad. Is dat ook gelijk, dan delen die spelers de overwinning.