Hieronder lees je hoe je Throw Throw Burrito speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Exploding Kittens. Throw Throw Burrito is een snel kaartspel voor 2 tot 6 spelers waarin je sets verzamelt en tussendoor zachte schuimrubberen burrito’s naar elkaar gooit. Het oorspronkelijke ontwerp is van Brian Spence. Matthew Inman en Elan Lee werkten het verder uit.
Doel van het spel
Je probeert twee rondes te winnen. Een ronde win je door aan het einde de meeste punten te hebben. Die punten verdien je met sets van drie dezelfde kaarten, die je zo snel mogelijk bij elkaar zoekt terwijl de kaarten rond de tafel schuiven. Sommige sets starten een gevecht met de burrito’s. De speler die in zo’n gevecht als eerste geraakt wordt, krijgt een minpunt.
Voorbereiding
- Maak ruimte rond de tafel en zet glazen, eten en breekbare spullen weg. Gooi nooit naar de ogen, het gezicht of het hoofd van iemand.
- Schud alle kaarten en geef elke speler gedekt een stapel van ongeveer 15 kaarten. Het hoeft niet precies 15 te zijn.
- Leg je eigen stapel rechts van je neer. Dit is je Persoonlijke Trekstapel.
- Verdeel de overige kaarten in twee ongeveer even grote stapels en leg ze gedekt in het midden van de tafel. Dit zijn de Gezamenlijke Stapels.
- Leg de twee burrito’s en de zes Burrito Builfiches in het midden van de tafel. Zorg dat elke speler minstens één burrito en één Gezamenlijke Stapel kan bereiken.
- Leg het Koning Burrito embleem opzij. Dat heb je pas na de eerste ronde nodig.
- Elke speler neemt de bovenste vijf kaarten van zijn Persoonlijke Trekstapel in de hand. De rest van de stapel blijft gedekt liggen.
- Kies willekeurig een speler. Die roept “3, 2, 1, Burrito!” en vanaf dat moment speelt iedereen.

Spelverloop
Iedereen speelt tegelijk
Throw Throw Burrito kent geen beurten. Zodra het spel begint, speelt iedereen tegelijk en zo snel als hij kan. Je pakt kaarten van je Persoonlijke Trekstapel aan je rechterkant en legt kaarten die je niet nodig hebt gedekt af op de Persoonlijke Trekstapel van de speler links van je. Zo schuiven de kaarten voortdurend van speler naar speler rond de tafel.
Je hebt nooit meer dan vijf kaarten in je hand. Wil je een nieuwe kaart pakken, dan leg je eerst een kaart af. Dat afleggen gebeurt één kaart per keer. Omdat je linkerbuur steeds kaarten op jouw stapel legt, wordt die stapel al snel een rommelige hoop. Dat hoort bij het spel en je pakt gewoon de kaarten die je te pakken krijgt.
Raakt je Persoonlijke Trekstapel leeg, dan mag je kaarten pakken van een van de Gezamenlijke Stapels. Zodra er weer kaarten op je eigen stapel liggen, pak je daar opnieuw.
Sets verzamelen
Heb je drie dezelfde kaarten in je hand, dan leg je ze open voor je neer. Die stapel is je Scorestapel. Daarna vul je je hand aan met drie nieuwe kaarten van je Persoonlijke Trekstapel. Een gewone set van drie is 1 punt waard.
Een set van drie dezelfde gevechtskaarten levert 2 punten op en start meteen een gevecht. De drie soorten gevechtskaarten zijn Bonje, Oorlog en Duel. Bonje kaarten bestaan in twee kleuren en een set Bonje moet uit drie kaarten van dezelfde kleur bestaan.
Gevechten
Leg je een set gevechtskaarten op je Scorestapel, dan roep je hardop de naam van het gevecht. Op dat moment stopt iedereen met spelen. Spelers die niet meedoen aan het gevecht leggen hun kaarten neer en wachten tot het gevecht voorbij is. In elk gevecht verliest de speler die als eerste geraakt wordt.
Bonje
Met een Bonje laat je je twee buren tegen elkaar vechten. De speler links van je en de speler rechts van je pakken zo snel mogelijk een burrito en gooien naar elkaar. Jij doet zelf niet mee. Van die twee verliest de speler die als eerste geraakt wordt.
Oorlog
Met een Oorlog breekt er een gevecht uit tussen alle andere spelers. Jij blijft er zelf buiten. Iedereen die meedoet, probeert een burrito te pakken en daarmee een andere speler te raken. De eerste speler die geraakt wordt, verliest de Oorlog.
Duel
Bij een Duel kies je twee spelers uit. Je mag ook jezelf kiezen. Beide spelers nemen een burrito en gaan met de rug tegen elkaar staan. Samen roepen ze “3, 2, 1, Burrito!” en bij elk getal zetten ze een stap vooruit in een rechte lijn. Bij “Burrito!” draaien ze zich om en gooien. De speler die als eerste geraakt wordt, verliest het Duel. Tijdens het aftellen mag je wegrennen of je verstoppen voor je gooit.
Raken, missen en vangen
Raak je met een burrito een andere speler die in het gevecht zit, dan is dat een treffer. Dat blijft een treffer als de burrito daarna nog op de vloer of tegen een voorwerp stuitert. Na een treffer is het gevecht meteen voorbij.
Een burrito die niemand in het gevecht raakt, is een misser. Dat geldt ook als je een speler raakt die niet meedoet of als de burrito eerst iets anders raakt voordat hij jou raakt, zoals de tafel, een stoel, een andere speler of de andere burrito. Na een misser mag elke speler in het gevecht de burrito oppakken en meteen opnieuw gooien.
Vang je een burrito die naar jou gegooid werd, dan verliest de speler die gooide. Een onhandige vangst telt ook, zolang de burrito onderweg niets anders raakt. Je mag zelfs vangen terwijl je al een burrito vasthebt. Elke geslaagde vangst maakt een einde aan het gevecht.
Wat mag wel en wat mag niet
Tijdens een gevecht mag je rennen, ontwijken en bukken. Je mag voorwerpen of andere spelers als schild gebruiken en met een burrito in je hand een inkomende burrito afweren.
Dit is niet toegestaan:
- meer dan één burrito tegelijk vasthouden, behalve als je er een vangt terwijl je al een burrito hebt
- een andere speler blokkeren als die een burrito wil pakken
- een burrito van de tafel naar iemand slaan in plaats van hem echt te gooien
- valsspelen
Voelt iets als valsspelen, dan is het dat waarschijnlijk ook. Speel je vals, dan verlies je het gevecht.
Fouten maken
Roep je een gevecht uit zonder een geldige set van drie kaarten, dan verlies je dat gevecht. Hetzelfde gebeurt als je per ongeluk een burrito pakt terwijl je niet in een gevecht zit. In beide gevallen is het gevecht meteen afgelopen.
Gelijkspel en twee gevechten tegelijk
Worden twee spelers op precies hetzelfde moment geraakt, dan beslissen ze het gevecht met een Duel. Roepen twee spelers tegelijk een gevecht uit, dan volgt er een Oorlog waarin alle spelers meedoen. Iedereen mag dan een burrito pakken en gooien. De eerste speler die geraakt wordt, verliest en krijgt het minpunt.
Na een gevecht
De verliezer van een gevecht neemt één Burrito Builfiche en legt dat op zijn Scorestapel. Elk builfiche telt als 1 minpunt. Per gevecht deel je nooit meer dan één builfiche uit. De winnaar krijgt niets, maar ontloopt wel het minpunt.
Daarna leggen jullie de burrito’s terug in het midden en pakt iedereen zijn kaarten weer op. De speler die het gevecht uitriep, telt af met “3, 2, 1, Burrito!” en het spel gaat verder.
Einde van het spel en puntentelling
Einde van een ronde
Een ronde eindigt zodra het laatste Burrito Builfiche is uitgedeeld. Iedereen telt dan zijn punten.
- Elke gewone set is 1 punt waard.
- Elke set gevechtskaarten is 2 punten waard.
- Elk Burrito Builfiche kost je 1 punt.
De speler met de meeste punten wint de ronde. Hij krijgt het Koning Burrito embleem en legt dat voor zich op tafel.
Gelijkspel aan het einde van een ronde
Staan twee spelers gelijk, dan beslissen ze de ronde met een Duel. Hebben drie of meer spelers evenveel punten, dan schud je alle kaarten opnieuw. Eén speler draait kaarten om tot er een Oorlogskaart verschijnt. Op dat moment begint een Oorlog tussen alle spelers die gelijk staan. Word je geraakt, dan mag je de burrito’s niet meer aanraken. Zo gaat het door tot er één speler overblijft.
De tweede ronde
Voor de tweede ronde zet je alles opnieuw klaar zoals bij de voorbereiding. Wint de speler met het Koning Burrito embleem ook de tweede ronde, dan wint hij het spel. Wint een andere speler de tweede ronde, dan gaat die een Duel aan met de houder van het embleem. De winnaar van dat Duel wint het spel.
Varianten
Met twee spelers
Met twee spelers is elk gevecht een gevecht tussen jullie beiden, welk soort gevechtskaart er ook gespeeld wordt. Bij je eerste worp in een gevecht geef je de burrito eerst achter je rug door van de ene naar de andere hand. Die kleine vertraging geeft de speler die het gevecht niet uitriep een eerlijkere kans.
Bij een Duel hoef je de burrito niet achter je rug door te geven. Jullie tellen dan allebei tegelijk “3, 2, 1, Burrito!” af terwijl jullie de stappen zetten, omdraaien en gooien.
In deze variant mag je bovendien op elk moment kaarten pakken van zowel de Gezamenlijke Stapels als je eigen Persoonlijke Trekstapel. Je hoeft dus niet te wachten tot je eigen stapel leeg is.
Voor kleine ruimtes
Is er weinig plek om te gooien of om je te verstoppen, dan voeg je één regel toe. Bij je eerste worp in een gevecht geef je de burrito eerst achter je rug door van de ene naar de andere hand. Zo heeft iedereen iets meer tijd om zich voor te bereiden of dekking te zoeken. Duels speel je gewoon volgens de normale regels.
Met meer dan zes spelers
Met twee exemplaren van Throw Throw Burrito kun je met maximaal twaalf spelers spelen. Schud de kaarten van beide spellen door elkaar en gebruik alle twaalf Burrito Builfiches en alle vier burrito’s. Je gebruikt wel maar één Koning Burrito embleem.