Forest Shuffle – Spelregels en Speluitleg

Forest Shuffle

BRDGMZ Essential
Koop Spel
8

Erg goed

8.2

Gebruikers Gemiddelde

Forest Shuffle – Spelregels en Speluitleg

Hieronder lees je hoe je Forest Shuffle speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Lookout Games. Forest Shuffle is een kaartspel van Kosch voor 2 tot 5 spelers vanaf 10 jaar, waarin je in ongeveer een uur je eigen bos opbouwt. De Nederlandse editie wordt verspreid door Asmodee.

Doel van het spel

Je plant bomen en laat daar dieren, planten en paddenstoelen bij wonen. Elke bosbewoner levert punten op, maar vaak pas als je aan zijn voorwaarden voldoet. Sommige soorten scoren alleen goed in gezelschap van soortgenoten, terwijl andere een bepaalde boom of voedselbron nodig hebben. Zodra de derde winterkaart verschijnt, is het potje meteen voorbij. De speler met de meeste punten wint.

Voorbereiding

  1. Leg het spelbord in het midden van de tafel, zodat iedereen erbij kan. Dit bord heet de open plek. De 14 overzichtskaarten leg je ernaast.
  2. Iedere speler neemt een grotkaart en legt die voor zich neer.
  3. Haal de 3 winterkaarten uit het spel en schud de overige kaarten. Afhankelijk van het spelersaantal gaat een deel daarvan ongezien terug in de doos:
    • 2 spelers: 30 kaarten
    • 3 spelers: 20 kaarten
    • 4 spelers: 10 kaarten
    • 5 spelers: geen, je speelt met alle kaarten
  4. Verdeel de overgebleven kaarten in drie gesloten stapels van gelijke grootte.
  5. Schud twee winterkaarten door één van deze stapels en leg de derde winterkaart er bovenop.
  6. Leg de twee andere stapels op de stapel met de winterkaarten. Zo ontstaat één trekstapel, die je links van de open plek neerlegt. De winterkaarten zitten daardoor allemaal in het onderste derde deel.
  7. Iedere speler trekt 6 kaarten. Zit daar geen boom bij, dan leg je die zes kaarten in de doos en trek je er zes nieuwe. Dat mag je maar één keer doen.
  8. De speler die het laatst een boswandeling heeft gemaakt, begint.

Spelverloop

Je speelt met de klok mee. Tijdens je beurt kies je precies één van twee acties. Je trekt twee kaarten of je speelt een kaart uit je hand.

Actie A: twee kaarten trekken

Je neemt twee kaarten in je hand. Voor elke kaart kies je apart of je de bovenste kaart van de trekstapel pakt of een open kaart van de open plek. Aan het begin van het spel ligt daar nog niets, maar al snel vult de open plek zich met kaarten die spelers als betaling hebben afgelegd.

Je mag nooit meer dan 10 kaarten in je hand hebben. Heb je er al 9, dan trek je er dus maar één.

Winterkaarten

Trek je een winterkaart, dan leg je die open naast de open plek en trek je meteen een vervangende kaart van de stapel. Dat geldt ook als de winterkaart verschijnt doordat een kaarteffect of een gespeelde boom je een kaart laat trekken. Is het de derde winterkaart, dan eindigt het potje op dat moment.

Actie B: een kaart spelen

Elke kaart toont één boom of twee bosbewoners. Een boom leg je los in je bos. Kaarten met bosbewoners zijn in twee helften verdeeld, ofwel boven en onder ofwel links en rechts. Zo’n kaart leg je altijd tegen een boom aan.

Voordat je een kaart neerlegt, betaal je de kosten. Het getal linksboven geeft aan hoeveel andere kaarten uit je hand je daarvoor open op de open plek legt. Speel je een bosbewoner, dan kies je eerst welke helft van de kaart je gebruikt en betaal je alleen de kosten van die helft. Welke kaarten je als betaling gebruikt maakt meestal niet uit, al kun je met de juiste kleur een bonus verdienen. Alle kaarten die je hebt gespeeld samen vormen je bos.

Na het spelen gebruik je eventueel het effect en de bonus van de kaart. Daarna controleer je de open plek.

Bomen

Een boom heeft aan alle vier de kanten een kaartveld, namelijk boven, onder, links en rechts. Zolang daar niets ligt, is dat veld leeg. Ligt er aan elke kant minstens één kaart, dan geldt de boom als volledig bewoond.

Speel je een boom, dan draai je ook de bovenste kaart van de trekstapel om en leg je die op de open plek. Het symbool op het spelbord herinnert je aan deze regel.

Jong boompje

In plaats van een boom kun je ook een willekeurige kaart uit je hand gesloten neerleggen als jong boompje. Net als een boom heeft een jong boompje aan alle vier de kanten een kaartveld. Het hoort alleen bij geen van de acht boomsoorten en telt dus niet als aparte soort mee.

Bosbewoners neerleggen

Een bosbewoner leg je op een leeg kaartveld aan de kant die past bij de helft die je speelt. Staat het dier dat je wilt spelen op de linkerhelft van de kaart, dan leg je de kaart links van een boom. De rechterhelft schuif je daarbij onder de boom, zodat alleen het gekozen dier zichtbaar blijft. Voor bosbewoners op de rechter-, boven- of onderhelft werkt het op dezelfde manier.

Alleen de zichtbare helft hoort bij je bos. De verborgen helft doet de rest van het potje niet meer mee, ook niet bij de puntentelling. Heeft geen enkele boom in je bos een leeg veld aan de juiste kant, dan kun je die bosbewoner niet spelen. Een paar soorten mogen wel een veld met elkaar delen. Die staan verderop bij de bijzondere kaarten.

Effecten

De meeste kaarten met een effect geven je een eenmalig voordeel, dat je meteen na het spelen gebruikt. Paddenstoelen werken anders. Hun effect is permanent en geldt vanaf je volgende beurt tot het einde van het potje. Telkens als je een kaart neerlegt die aan de voorwaarde van de paddenstoel voldoet, mag je het effect direct gebruiken. Heb je bijvoorbeeld een grote parasolzwam in je bos, dan trek je vanaf je volgende beurt een kaart van de stapel zodra je een kaart onder een boom legt.

Bonus

Sommige kaarten hebben een gekleurde pijl met een verrekijker erin. Die bonus krijg je alleen als alle kaarten waarmee je betaalt dezelfde kaartkleur hebben als de kaart die je speelt. Die kleur herken je aan het boomsymbool in de hoek van de kaart. Bij kaarten met twee bosbewoners maakt het niet uit op welke helft dat symbool staat.

Wil je bijvoorbeeld een ree met het berksymbool spelen, dan krijg je de bonus als je betaalt met een Vlaamse gaai en een berk die allebei dat berksymbool dragen. Betaal je met een linde in plaats van de berk, dan krijg je de bonus niet.

Heeft een kaart zowel een effect als een bonus, dan gebruik je eerst het effect en daarna de bonus. Beide zijn optioneel.

De open plek legen

Liggen er aan het einde van je beurt 10 of meer kaarten op de open plek, dan haal je ze allemaal weg en leg je ze terug in de doos. Daarna is je beurt voorbij, tenzij een effect of bonus je een extra beurt geeft.

Symbolen

Soortsymbolen

Elke bosbewoner heeft een soortsymbool dat laat zien tot welke groep hij behoort. Veel kaarten scoren of geven een effect op basis van die groepen. Het spel kent de volgende soorten: amfibie, boom, vleermuis, hert, insect, evenhoevig dier, plant, pootdier, paddenstoel, vlinder en vogel.

Boomsymbolen

Er zijn acht boomsoorten, elk met een eigen kaartkleur en symbool: esdoorn, eik, berk, paardenkastanje, beuk, linde, douglasspar en zilverspar. Ook kaarten met bosbewoners dragen zo’n boomsymbool. Dat symbool bepaalt of je een bonus krijgt.

Effect- en bonussymbolen

  • Een getal: trek dat aantal kaarten van de stapel.
  • Een getal met een soortsymbool: trek evenveel kaarten als je bos kaarten met dat symbool telt. Houd rekening met je handlimiet.
  • Een getal per Europese haas: trek evenveel kaarten als je Europese hazen in je bos hebt. Ook hier geldt de handlimiet.
  • Een kaart met een soortsymbool en een pijl: leg zonder te betalen een kaart met dat soortsymbool uit je hand in je bos. Het effect en de bonus van die kaart gebruik je dan niet.
  • Een ronde pijl: speel na deze beurt meteen nog een volledige beurt, waarin je weer kiest tussen actie A en actie B.

Komt er bij het trekken een winterkaart tevoorschijn, dan handel je die af zoals beschreven bij de winterkaarten.

Bijzondere kaarten

Op de overzichtskaarten lees je per soort hoe hij scoort. Hieronder staan de kaarten waarvoor de spelregels een toelichting geven.

De grot

Iedere speler heeft een grot. Elke kaart die onder je grot ligt, levert aan het einde van het spel 1 punt op. Kaarten komen daar terecht via bosbewoners zoals de wasbeer en de bruine beer. Met de wasbeer leg je een zelfgekozen aantal kaarten uit je hand in je grot, waarna je evenveel nieuwe kaarten van de stapel trekt. Het effect van de bruine beer voer je uit nadat je voor de beer hebt betaald. De beer scoort zelf geen punten, want die verdien je via de kaarten in je grot.

Bomen

  • Linde: elke linde is 1 punt waard. Heeft niemand meer lindes dan jij, dan stijgt dat naar 3 punten per linde. Bij een gelijkspel krijg je ook 3 punten.
  • Beuk: elke beuk scoort 5 punten, maar alleen als je minstens 4 beuken hebt.
  • Eik: elke eik scoort 10 punten, maar alleen als alle 8 boomsoorten in je bos staan. Jonge boompjes tellen hierbij niet mee.
  • Esdoorn: elke esdoorn scoort evenveel punten als het aantal bomen in je bos, jonge boompjes inbegrepen.
  • Zilverspar: scoort punten voor elke kaart die aan die zilverspar is aangelegd.
  • Paardenkastanje: hoe meer paardenkastanjes je hebt, hoe meer punten ze samen opleveren. Twee paardenkastanjes zijn samen 4 punten waard en met een derde (of een houtbij) loopt dat op tot 9 punten.
  • Berk en douglasspar: leveren een vast aantal punten op, zoals op de kaart staat.

Vlinders

Vlinders, zoals de dagpauwoog, de grote vos, de grote weerschijnvlinder, de keizersmantel en de rouwmantel, scoren samen als set. Een set van 1, 2, 3, 4 of 5 verschillende vlindersoorten levert 0, 3, 6, 12 of 20 punten op. Je mag meerdere sets vormen, maar elke vlinder telt maar in één set mee.

Vleermuizen

De Bechsteins vleermuis, de grote hoefijzerneus, de bruine grootoorvleermuis en de mopsvleermuis scoren elk 5 punten. Dat geldt alleen als je minstens drie verschillende vleermuissoorten in je bos hebt, de vleermuis zelf meegerekend.

Soorten die een kaartveld delen

  • Europese haas: een onbeperkt aantal Europese hazen mag hetzelfde kaartveld van een boom delen. Elke haas scoort evenveel punten als het totale aantal Europese hazen in je bos. Met 5 hazen scoor je dus 5 keer 5 punten, oftewel 25 punten.
  • Gewone pad: hooguit twee gewone padden mogen hetzelfde kaartveld delen. Een pad scoort 5 punten, maar alleen als hij zijn veld met een andere gewone pad deelt.

Houtbij

De houtbij scoort zelf geen punten. Hij telt wel mee als extra exemplaar van de boom waaraan hij ligt, als dat een linde, beuk of paardenkastanje is.

  • Heb je 3 beuken en ligt er een houtbij aan één ervan, dan scoor je je beuken alsof je er 4 hebt. Je haalt zo de drempel van 4 beuken en elke beuk is 5 punten waard.
  • Heb je 2 paardenkastanjes met een houtbij aan één ervan, dan scoor je 9 punten in plaats van 4.
  • Heeft een tegenspeler 4 lindes en heb jij er 3 met een houtbij, dan sta je gelijk voor het hoogste aantal lindes. Je lindes zijn dan elk 3 punten waard.

Overige bosbewoners

  • Bosmier: 2 punten per kaart in je bos die onder een boom ligt.
  • Boomkikker: 5 punten per mug in je bos.
  • Boomvarens: 6 punten per amfibie in je bos.
  • Bramen: 2 punten per plant in je bos, de bramenstruik zelf meegerekend.
  • Damhert: 3 punten per evenhoevig dier in je bos, het damhert zelf meegerekend.
  • Edelhert: 1 punt per boom en 1 punt per plant in je bos.
  • Egel: 2 punten per vlinder in je bos.
  • Goudvink: 2 punten per insect in je bos.
  • Havik: 3 punten per vogel in je bos.
  • Grote bonte specht: 10 punten, maar alleen als jij de meeste bomen hebt. Jonge boompjes tellen mee en bij een gelijkspel krijg je de punten ook.
  • Lynx: 5 punten, maar alleen als je minstens 1 ree in je bos hebt. Met 1 ree en 2 lynxen scoor je dus 10 punten.
  • Wild zwijn: 10 punten als je minstens 1 zwijnenbig in je bos hebt.
  • Paddenstoelen (zoals eekhoorntjesbrood, cantharel, grote parasolzwam en vliegenzwam): scoren zelf geen punten. Een kaart die je via hun effect trekt, neem je pas nadat je voor de zojuist gespeelde kaart hebt betaald.

Einde van het spel en puntentelling

Zodra de derde winterkaart opduikt, eindigt het spel onmiddellijk. Je maakt je beurt niet meer af.

Iedere speler telt de punten op van alle zichtbare kaarten in zijn bos. Daar komt 1 punt bij voor elke kaart onder je grot. Twijfel je over de score van een kaart, kijk dan op de overzichtskaarten. De speler met de hoogste score wint. Bij een gelijkspel delen de spelers de overwinning.

Avatar foto
Pieter-Jan van Zwieten is het gezicht achter BRDGMZ en werkt als Communications & Media Professional. Als gepassioneerde bordspelliefhebber verdiept hij zich graag in slimme spelmechanieken, verrassende thema’s en de verhalen die spellen kunnen vertellen. Zijn liefde voor wetenschap en geschiedenis voeden die nieuwsgierigheid, waardoor hij bordspellen niet alleen als ontspanning ziet, maar ook als een middel om mensen te verbinden en de geest te scherpen. Dankzij zijn achtergrond in communicatie weet hij complexe ideeën helder te verwoorden en toegankelijk te maken. In zijn reviews combineert hij spelplezier met inhoud — scherp, eerlijk en altijd met oog voor detail.

Lost Password

Meld je aan voor de BRDGMZ nieuwsbrief en ontvang elke maand een compact overzicht van de nieuwste spellen en reviews in je mailbox. Als abonnee blijf je gelijk ook op de hoogte van het laatste nieuws en exclusieve winacties!