Hieronder lees je hoe je De Grote Dalmuti speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Wizards of the Coast, die Asmodee in Nederland verdeelt. De Grote Dalmuti is een kaartspel voor vier tot acht spelers van Richard Garfield, de bedenker van Magic: The Gathering. Je speelt in een kleine maatschappij met vaste rangen, waarin je positie aan tafel bepaalt met welke kaarten je aan een ronde begint.
Doel van het spel
Elke ronde probeer je zo snel mogelijk al je kaarten kwijt te raken. De volgorde waarin spelers uitgaan bepaalt hun rang in de volgende ronde en daarmee ook hoeveel punten ze krijgen. Na een vooraf afgesproken aantal rondes wint de speler met de meeste punten.
De kaarten en hun rangen
Het spel bestaat uit 80 kaarten. Op elke kaart staat een getal met een titel. Dat getal noem je de rang van de kaart en het vertelt je ook hoeveel exemplaren van die kaart er in het spel zitten. Er is dus één Grote Dalmuti en er zijn twaalf Boeren.
Let goed op de volgorde, want die werkt omgekeerd. Hoe lager het getal, hoe hoger de rang. De Barones (4) is dus sterker dan de Abdis (5).
| Rang | Kaart | Aantal |
|---|---|---|
| 1 | De Grote Dalmuti | 1 |
| 2 | Aartsbisschop | 2 |
| 3 | Hofmaarschalk | 3 |
| 4 | Barones | 4 |
| 5 | Abdis | 5 |
| 6 | Ridder | 6 |
| 7 | Naaister | 7 |
| 8 | Metselaar | 8 |
| 9 | Kokkin | 9 |
| 10 | Herderin | 10 |
| 11 | Steenhouwer | 11 |
| 12 | Boeren | 12 |
| geen | Nar | 2 |
De twee Narren hebben geen getal. Speel je een Nar op zichzelf, dan telt hij als rang 13 en is hij de zwakste kaart van het spel. Leg je een Nar samen met een of meer andere kaarten neer, dan werkt hij als joker en neemt hij de rang van die andere kaarten aan.

De rangen van de spelers
Niet alleen de kaarten hebben een rang. Ook de spelers krijgen er een, die elke ronde opnieuw wordt bepaald.
- De Grote Dalmuti is de hoogste speler aan tafel.
- De Kleine Dalmuti is de tweede in rang.
- De Grote Dienaar is de laagste speler aan tafel.
- De Kleine Dienaar staat net boven de Grote Dienaar.
- De overige spelers zitten daartussen, volgens hun rang.
Voorbereiding
Voor de allereerste ronde bepaal je de rangen met een trekking.
- Schud alle kaarten en leg ze gedekt als een waaier op tafel.
- Elke speler trekt een kaart en legt die open voor zich neer.
- Trek je een rang die een medespeler al heeft getrokken, dan trek je opnieuw. Dat doe je tot je een rang hebt die nog niemand heeft.
- De speler met de hoogste kaart (het laagste getal) wordt De Grote Dalmuti. Die kiest zelf een plaats aan tafel.
- Links van De Grote Dalmuti gaat de speler met de tweede hoogste kaart zitten. Dat is de Kleine Dalmuti.
- De speler met de laagste kaart wordt de Grote Dienaar. Een Nar is altijd de laagste kaart.
- Direct naast de Grote Dienaar gaat de speler met de op één na laagste kaart zitten. Dat is de Kleine Dienaar.
- De overige spelers nemen plaats tussen de Kleine Dalmuti en de Kleine Dienaar, in de volgorde van hun getrokken kaarten. Zo zit iedereen met de klok mee van hoog naar laag.
Kaarten delen en ruilen
Aan het begin van elke ronde verzamelt de Grote Dienaar alle kaarten en schudt ze. Daarna deelt hij ze één voor één uit tot de stapel op is. De eerste kaart gaat altijd naar De Grote Dalmuti. Omdat je alle kaarten verdeelt, kan het zijn dat sommige spelers een kaart meer hebben dan anderen. Iedereen pakt zijn kaarten op en sorteert ze op rang.
Dan volgt het ruilen, waarbij de hoge rangen hun slechtste kaarten afschuiven naar onderen.
- De Grote Dalmuti geeft twee kaarten naar keuze gedekt aan de Grote Dienaar. In ruil daarvoor moet de Grote Dienaar zijn twee beste kaarten gedekt aan De Grote Dalmuti geven.
- Tegelijk geeft de Kleine Dalmuti één kaart naar keuze aan de Kleine Dienaar. De Kleine Dienaar geeft daarvoor zijn beste kaart terug.
Onthoud bij het ruilen dat de beste kaarten de laagste getallen hebben. Narren tellen nooit mee bij het ruilen. Je hoeft een Nar dus niet af te geven, ook niet als je Dienaar bent.
Revolutie en grote opstand
Heb je na het delen beide Narren in je hand, dan mag je de revolutie uitroepen. In dat geval ruil je die ronde geen kaarten en houden de Dienaren hun beste kaarten.
Zitten beide Narren bij de Grote Dienaar, dan is er zelfs sprake van een grote opstand. Alle spelers wisselen dan van rang en plaats met de speler die tegenover hen in de rangorde staat. De Grote Dienaar wordt De Grote Dalmuti, de Kleine Dienaar wordt Kleine Dalmuti en zo verder. Speel je met een oneven aantal spelers, dan houdt de speler in het midden van de rangorde zijn eigen rang.
Een ronde spelen
Een ronde bestaat uit een reeks slagen. In elke slag probeer je de kaarten van je voorganger te overtroeven of je wacht af en past.
Een slag beginnen
De Grote Dalmuti opent de eerste slag van de ronde. Hij legt één kaart open neer of een set. Een set bestaat uit twee of meer kaarten van dezelfde rang, bijvoorbeeld drie Kokkinnen.
Overtroeven of passen
Daarna is het met de klok mee de beurt aan de volgende speler. Je hebt dan twee mogelijkheden.
- Je speelt een kaart of set van een hogere rang (dus met een lager getal). Een set moet uit precies evenveel kaarten bestaan als de set die er ligt. Op twee Ridders mag je dus twee Abdissen leggen, maar geen drie.
- Je past.
Passen betekent niet dat je de rest van de slag stil moet blijven zitten. Komt de beurt opnieuw bij jou, dan mag je alsnog kaarten spelen. Je kunt in één slag dus meerdere keren spelen of passen.
De Narren als joker
Met een Nar kun je een set groter maken. Een Herderin met een Nar telt bijvoorbeeld als twee Herderinnen. Een Nar die je alleen speelt, telt als rang 13. Op een losse Nar kun je dus elke andere losse kaart leggen.
Einde van een slag
Een slag eindigt zodra alle spelers na elkaar passen. De Grote Dienaar verzamelt de gespeelde kaarten en legt ze gedekt opzij. De speler die als laatste kaarten speelde, heeft de slag gewonnen en opent de volgende slag. Die mag weer elke kaart of set naar keuze uitspelen.
Heeft de winnaar van de slag zijn laatste kaart gespeeld, dan kan hij geen nieuwe slag meer openen. In dat geval begint de eerstvolgende speler links van hem die nog kaarten heeft.
Einde van een ronde en punten
Zodra je je laatste kaart hebt uitgespeeld, ben je uit en heb je de ronde gewonnen. Je bent dan in de volgende ronde De Grote Dalmuti. De speler die als tweede uitgaat, wordt de Kleine Dalmuti en zo gaat het verder. De anderen spelen door tot er nog maar één speler kaarten in zijn hand heeft. Die speler wordt de Grote Dienaar en de speler die net voor hem uitging, wordt de Kleine Dienaar.
Na elke ronde noteer je de punten op een blad papier. De Grote Dalmuti krijgt één punt voor elke speler onder hem. Met vijf spelers levert dat dus vier punten op. De nieuwe Kleine Dalmuti krijgt er drie, de speler daaronder twee en zo verder. De Grote Dienaar krijgt altijd nul punten.
Vervolgens wissel je van plaats. De Grote Dalmuti blijft gewoon zitten. Alle andere spelers gaan opnieuw met de klok mee rond hem zitten, in de volgorde van hun nieuwe rang. Zit iedereen op zijn plek, dan schudt de Grote Dienaar alle kaarten en deelt hij uit voor de volgende ronde.
Varianten
Spelen met vier of vijf spelers
Met minder spelers kun je kaarten uit het spel halen, zodat de handen kleiner worden.
- Met vier spelers haal je de Boeren (12) en de Steenhouwers (11) eruit. Je speelt dan met 57 kaarten.
- Met vijf spelers haal je alleen de Boeren (12) eruit. Je speelt dan met 68 kaarten.
Democratische puntentelling
Wil je de hoge rangen belonen voor het helpen van de lage rangen, dan kun je extra punten toekennen. De Grote Dalmuti krijgt dan één punt voor elke rang die de Grote Dienaar in de volgende ronde stijgt. De Kleine Dalmuti krijgt één punt voor elke rang die de Kleine Dienaar stijgt.
Rollenspel aan tafel
De spelregels moedigen je aan om je naar je rang te gedragen. De Dalmuti’s mogen zich hooghartig of juist grootmoedig opstellen, terwijl de Dienaren onderdanig of opstandig kunnen spelen. Je kunt dat aan tafel ook zichtbaar maken, bijvoorbeeld met de comfortabelste stoel voor De Grote Dalmuti en een eenvoudige poef voor de Grote Dienaar. Wie hoog in rang staat, krijgt dan iets lekkers en de lage rangen moeten het met water en droog brood doen.
Einde van het spel
Voor je begint, spreek je af hoeveel rondes je speelt. Tien rondes is gebruikelijk, maar je kunt er net zo goed twintig of dertig spelen. Na de laatste ronde tel je alle punten op. De speler met de meeste punten wint het spel.