Hieronder lees je hoe je Bloom Kingdom speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van White Goblin Games. Bloom Kingdom is een kaartspel voor 2 tot 5 spelers vanaf 8 jaar, ontworpen door Christian Kudahl en Thomas Weber. Je speelt met zijn allen kaarten in een gezamenlijk speelgebied, maar punten verdien je alleen met de twee kaarten die je aan het einde van een ronde nog vasthoudt.
Doel van het spel
Je speelt drie rondes. Aan het einde van elke ronde leveren de twee kaarten die je dan nog op hand hebt je punten op. Hoeveel punten dat zijn, hangt af van wat er in het gezamenlijke speelgebied ligt. Hoe meer kaarten van een karakter er in het speelgebied liggen, hoe waardevoller dat karakter wordt. De speler met na drie rondes de meeste punten wint.
Voorbereiding
- Schud alle 100 karakterkaarten.
- Geef elke speler gedekt 6 handkaarten. Speel je met zijn tweeën, dan krijgt iedereen 8 handkaarten.
- Leg de overgebleven kaarten als gedekte trekstapel op tafel.
- Houd in het midden genoeg ruimte vrij voor een gezamenlijk speelgebied met 9 kolommen, één per karakter. De Nar krijgt geen eigen kolom, want die speel je altijd bij een van de andere karakters.
- Elke speler pakt 2 overzichtskaarten. Daarop staan alle directe effecten en score-effecten, zodat je die op elk moment kunt nakijken.
- Leg pen en papier klaar om de punten na elke ronde te noteren.

Spelverloop
Een ronde bestaat uit meerdere beurten. Elke beurt speelt iedereen tegelijk één kaart. Zodra alle spelers nog maar 2 kaarten op hand hebben, eindigt de ronde en volgt de puntentelling.
Kaarten spelen
Aan het begin van elke beurt kiest iedereen een kaart uit zijn hand en legt die gedekt voor zich neer. Zodra alle spelers hebben gekozen, worden de kaarten tegelijk omgedraaid.
De kaarten in het speelgebied leggen
Alle gespeelde kaarten gaan naar het speelgebied. Elk karakter krijgt daar een eigen kolom. Ligt er al een kolom van dat karakter, dan voeg je de nieuwe kaart aan diezelfde kolom toe. Leg de kaarten zo neer dat je altijd kunt zien hoeveel kaarten er in een kolom liggen.
De volgorde waarin je de kaarten neerlegt, ligt vast. Eerst leg je alle kaarten zonder getal in de juiste kolommen. Daarna volgen de kaarten met een getal, in oplopende volgorde, met het hoogste getal als laatste. Dat getal staat boven het karakter en bepaalt dus wanneer een direct effect aan de beurt is.
Heeft een kaart een direct effect, dan voert de speler die deze kaart heeft gespeeld dat effect meteen uit zodra de kaart in het speelgebied ligt. Zijn alle kaarten gelegd, dan begint de volgende beurt. Hebben alle spelers nog 2 kaarten op hand, dan eindigt de ronde.
De karakters
Het spel bevat tien karakters, met van elk tien kaarten. De helft daarvan heeft een direct effect dat je uitvoert bij het spelen. Alle tien hebben een score-effect dat pas telt als je de kaart aan het einde van een ronde nog vasthoudt.
Directe effecten
Eenhoorn (geen getal) Pak 1 kaart van de trekstapel op hand. Kies daarna een kaart uit je hand en leg die gedekt terug in de doos. Hebben meerdere spelers in dezelfde beurt een Eenhoorn gespeeld, dan voeren zij dit effect tegelijk uit.
Ridder (10 tot 19) Je mag 1 Draak uit het speelgebied verwijderen en terugleggen in de doos. Liggen er Narren in de Draakkolom, dan leg je in plaats van een Draak een Nar terug in de doos.
Tovenaar (20 tot 29) Je mag een kaart naar keuze uit het speelgebied verwijderen en terugleggen in de doos. Liggen er Narren in de kolom die je kiest, dan leg je een Nar terug in de doos in plaats van een kaart van dat karakter.
Nar (30 tot 39) Leg de Nar in een kolom naar keuze waar al minstens 1 andere kaart ligt. Vanaf dat moment telt de Nar mee als een karakter van die kolom. Ligt er nog geen enkele kaart in het speelgebied, dan leg je de Nar terug in de doos. Schuif Narren onder de kaarten die al in de kolom liggen, zodat het echte karakter zichtbaar blijft. Zorg er wel voor dat je kunt zien hoeveel kaarten er in totaal in de kolom liggen.
Waarzegger (40 tot 49) Pak een willekeurige handkaart van een speler naar keuze en bekijk die zonder hem aan de andere spelers te laten zien. Geef de kaart daarna terug.
De Koning, de Koningin, de Boer, de Edele en de Draak hebben geen direct effect.
Score-effecten
Elke kaart heeft onderaan een score-effect. Dat effect kijkt altijd naar wat er in het speelgebied ligt.
Nar Heeft een andere speler minstens 1 Koning als scorekaart op hand, dan krijg je 4 punten per Koning in het speelgebied. Je eigen hand telt hierbij niet mee.
Koning Heeft geen enkele andere speler een Nar als scorekaart op hand, dan krijg je 4 punten per Koning in het speelgebied. Je eigen hand telt hierbij niet mee.
Koningin Je krijgt 3 punten per paar van een Koningin en een Koning in het speelgebied.
Eenhoorn Heeft geen enkele kolom meer kaarten dan de Eenhoornkolom, dan krijg je 3 punten per Eenhoorn in het speelgebied.
Ridder Je krijgt 5 punten per trio van een Ridder, een Koningin en een Eenhoorn in het speelgebied.
Boer Liggen er minstens zoveel Boeren als Ridders in het speelgebied, dan krijg je 3 punten per Boer in het speelgebied.
Edele Liggen er minstens zoveel Boeren als Edelen in het speelgebied, dan krijg je 4 punten per Edele in het speelgebied.
Tovenaar Je krijgt 3 punten per paar van een Tovenaar en een Edele in het speelgebied.
Draak Je krijgt 4 punten per Draak in het speelgebied.
Waarzegger Je krijgt 2 punten per Waarzegger en 2 punten per Draak in het speelgebied.
Let op: elke Nar in het speelgebied telt bij de puntentelling mee als het karakter van de kolom waarin hij ligt.
Einde van een ronde en puntentelling
Zodra alle spelers nog 2 kaarten op hand hebben, eindigt de ronde. Die 2 handkaarten zijn je scorekaarten. Bereken per kaart hoeveel punten het score-effect oplevert op basis van het huidige speelgebied en noteer het totaal. Leg je scorekaarten daarna terug in de doos.
Heb je nog geen drie rondes gespeeld, dan krijgt iedereen 6 nieuwe handkaarten van de trekstapel, of 8 kaarten in een spel met 2 spelers, en begint de volgende ronde. Alle kaarten in het speelgebied blijven liggen, dus de kolommen groeien gedurende het hele spel door.
Einde van het spel
Na de derde ronde is het spel afgelopen. De speler met de meeste punten wint. Bij een gelijke stand delen de betrokken spelers de overwinning.