Hieronder lees je hoe je Dixit speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Libellud. Dixit is een vertelspel van Jean-Louis Roubira met droomachtige illustraties van Marie Cardouat, waarin je met een korte omschrijving net genoeg prijsgeeft over een kaart. Onderaan lees je wat er anders is in Dixit Odyssey, de zelfstandige versie voor maximaal twaalf spelers.
Doel van het spel
Elke ronde is een van de spelers de verteller. Die bedenkt een omschrijving bij een van zijn kaarten, waarna de andere spelers uit hun eigen hand een kaart kiezen die er ook bij past. Vervolgens raad je welke van de kaarten op tafel van de verteller is. Punten verdien je door die kaart te vinden en door anderen met je eigen kaart op het verkeerde been te zetten. De speler met de meeste punten wint.
Voorbereiding
- Het scorespoor is in de doos verwerkt. Zet de doos zo neer dat iedereen erbij kan.
- Iedere speler kiest een houten konijn en zet het op vakje 0 van het scorespoor.
- Schud de 84 kaarten en geef iedere speler er zes. Houd je kaarten verborgen voor de anderen.
- Leg de overige kaarten gedekt klaar als trekstapel.
- Iedere speler neemt de stemfiches van één kleur, genummerd van 1 tot en met het aantal spelers. Speel je met vijf spelers, dan neemt iedereen de fiches 1 tot en met 5.
- De speler die als eerste een omschrijving bij een van zijn kaarten heeft bedacht, is in de eerste ronde de verteller.

Spelverloop
De verteller geeft een omschrijving
Als verteller bekijk je je zes kaarten en kies je er één uit. Bij die kaart bedenk je iets wat je hardop zegt, zonder de kaart te laten zien. Dat mag één woord zijn of een hele zin, maar een geluid kan ook. Je mag iets zelf verzinnen of lenen uit een bestaand werk, zoals een regel uit een gedicht of liedje, een filmtitel of een spreekwoord.
De andere spelers kiezen een kaart
Na de omschrijving zoek je in je eigen hand de kaart die er volgens jou het best bij past. Die kaart geef je gedekt aan de verteller. De verteller schudt de kaarten die hij gekregen heeft samen met zijn eigen kaart en legt ze in willekeurige volgorde open op tafel. De kaart helemaal links krijgt nummer 1, de kaart daarnaast nummer 2 en zo verder.
Stemmen
Nu probeer je te raden welke kaart van de verteller is. De verteller stemt zelf niet mee. Je pakt het stemfiche met het nummer van de kaart die jij kiest en legt het gedekt voor je neer. Op je eigen kaart stemmen mag niet. Zodra iedereen gestemd heeft, draaien jullie de fiches om en legt iedereen zijn fiche op de kaart met het bijbehorende nummer. Daarna maakt de verteller bekend welke kaart van hem was.
Punten tellen
Hoeveel punten er te verdienen zijn, hangt af van het aantal spelers dat de kaart van de verteller gevonden heeft.
- Heeft iedereen de kaart van de verteller gevonden of juist niemand, dan krijgt de verteller geen punten. Alle andere spelers krijgen in dat geval 2 punten.
- In alle andere gevallen krijgt de verteller 3 punten. Elke speler die zijn kaart gevonden heeft, krijgt ook 3 punten.
- Bovenop die punten krijgt elke speler behalve de verteller 1 punt voor elke stem die op zijn eigen kaart ligt.
Je zet je konijn evenveel vakjes vooruit als het aantal punten dat je gescoord hebt.
Voor de verteller zit de kunst dus in de juiste balans. Als je je kaart te letterlijk beschrijft, vindt iedereen hem en scoor je niets. Met een omschrijving die nauwelijks iets met de tekening te maken heeft, stemt waarschijnlijk niemand op je kaart en blijf je evengoed op nul staan. Je zoekt een omschrijving waarmee een deel van de spelers je kaart vindt en de rest niet.
Een voorbeeld
Mira, Daan, Floor, Joost en Sam spelen met vijf. Mira is de verteller en zegt “Thuiskomen”. De vier anderen geven haar elk een kaart, waarna Mira vijf kaarten open op tafel legt. Bij de stemming blijkt alleen Floor de kaart van Mira gevonden te hebben, dus Floor en Mira krijgen elk 3 punten. Joost en Sam stemden allebei op de kaart van Daan. Daan krijgt daarvoor 2 punten. Daan stemde zelf op de kaart van Joost, waardoor Joost 1 punt krijgt. Sam scoort deze ronde niets.
Einde van de ronde
Iedereen vult zijn hand aan tot zes kaarten. De speler links van de verteller is in de volgende ronde de verteller, zodat die rol steeds met de klok mee doorschuift.
Varianten
Spelen met drie spelers
Met drie spelers heeft iedereen zeven kaarten in zijn hand in plaats van zes. De twee spelers die niet vertellen, geven elk twee kaarten aan de verteller. Zo liggen er toch vijf kaarten op tafel waartussen je de kaart van de verteller moet vinden.
Andere puntentelling
Vindt maar één speler de kaart van de verteller, dan krijgen die speler en de verteller elk 4 punten in plaats van 3.
Gebaren of liedjes
In deze variant mag de verteller in plaats van een omschrijving ook een liedje zingen of iets uitbeelden dat bij zijn kaart past. Voor de rest verandert er niets.
Je kunt deze varianten met elkaar combineren of zelf een variant bedenken.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen zodra de laatste kaart van de trekstapel getrokken is. De speler met de meeste punten wint.

Dixit Odyssey: wat is er anders?
Dixit Odyssey is een zelfstandig spel met 84 nieuwe kaarten, geïllustreerd door Marie Cardouat en Pierô. Je hebt het basisspel er dus niet voor nodig. De kern is hetzelfde gebleven, maar je speelt Dixit Odyssey met 3 tot 12 spelers en de doos bevat twee extra spelvormen voor grote groepen. Hieronder lees je alleen wat afwijkt van de regels hierboven.
Spelmateriaal en voorbereiding
In de doos zitten een scorebord in twee delen, 84 kaarten, 12 stembordjes, 24 stemfiches en 12 houten konijnen. In plaats van een set genummerde stemfiches krijgt iedere speler een eigen stembordje. Je stemt door je stemfiche geheim op het nummer van de gekozen kaart te leggen en pas als iedereen gestemd heeft, laten jullie de stembordjes zien.
Bij de voorbereiding leg je beide delen van het scorebord tegen elkaar in het midden van de tafel. Iedere speler kiest een stembordje en zet het konijn in dezelfde kleur op vakje 0. Iedereen krijgt zes kaarten. Met 3 tot 6 spelers neemt elke speler één stemfiche en met 7 tot 12 spelers neemt iedereen er twee. De kleur van de fiches maakt daarbij niet uit.
Spelen met drie spelers
Wat in het basisspel een variant is, is in Dixit Odyssey de vaste regel voor drie spelers. Iedereen heeft zeven kaarten en de twee spelers die niet vertellen, geven elk twee kaarten af. Zo liggen er vijf kaarten op tafel.
Maximaal 3 punten voor stemmen op je kaart
Voor elke stem op je eigen kaart krijg je nog steeds 1 punt, maar in Dixit Odyssey is dat begrensd op 3 punten per ronde. Liggen er vier of meer stemmen op je kaart, dan houd je het bij 3 punten.
Stemmen en punten met 7 of meer spelers
Met zeven of meer spelers liggen er zoveel kaarten op tafel dat je een tweede kans krijgt. Met je tweede stemfiche mag je op nog een andere kaart stemmen. Zit de kaart van de verteller bij een van je twee stemmen, dan krijg je net als anders 3 punten. Je bent niet verplicht die tweede stem te gebruiken. Als je maar op één kaart stemt en dat blijkt de kaart van de verteller te zijn, krijg je 1 punt extra. De overige regels voor het punten tellen blijven gelijk, inclusief het maximum van 3 punten voor stemmen op je eigen kaart.
Trekstapel op
Gebruikte kaarten gaan naar de aflegstapel. Zijn er niet genoeg kaarten meer om iedereen aan te vullen, dan gebruik je de aflegstapel als nieuwe trekstapel.
Einde van het spel
Het spel eindigt niet langer bij een lege trekstapel. Je speelt tot het einde van de ronde waarin een speler 30 punten of meer bereikt. De speler met de meeste punten wint en bij een gelijke stand delen die spelers de overwinning.
Dixit Party (6 tot 12 spelers)
In Dixit Party zoek je niet de kaart van de verteller, maar probeer je te stemmen op de kaart die de meeste andere spelers ook kiezen.
Voorbereiding
Leg het scorebord in het midden van de tafel. Iedere speler kiest een stembordje en zet het konijn in dezelfde kleur op vakje 0. Iedereen krijgt vijf kaarten en een groen stemfiche. De speler die in de eerste ronde verteller is, krijgt daarnaast een rood stemfiche. Dat is de speler die als eerste hardop een omschrijving bedenkt.
De verteller
De verteller bedenkt zijn omschrijving voordat hij naar zijn kaarten kijkt. De omschrijving hoort dus niet bij een bepaalde kaart.
Kaarten kiezen
Alle spelers, de verteller inbegrepen, kiezen uit hun hand de kaart die het best bij de omschrijving past en geven die aan de verteller. De verteller schudt alle kaarten en legt ze in willekeurige volgorde open op de genummerde plaatsen 1 tot en met 12 van het scorebord.
Stemmen
Iedereen stemt met zijn groene fiche geheim op de kaart die volgens hem het best bij de omschrijving past. Ook de verteller stemt mee en je mag hier op je eigen kaart stemmen. Daarnaast legt de verteller zijn rode fiche op één kaart. Stemmen op die kaart tellen niet mee, dus de verteller kiest een kaart waarmee zijn tegenspelers zoveel mogelijk punten mislopen. Als iedereen gestemd heeft, laten alle spelers hun stembordje zien.
Punten tellen
Je krijgt evenveel punten als het aantal spelers dat op dezelfde kaart stemde als jij, jezelf meegeteld. Het maximum is 5 punten. Heb je gestemd op de kaart waar de rode stem van de verteller ligt, dan krijg je niets. Dat geldt ook als je als enige op een kaart gestemd hebt. Stemmen zeven spelers op kaart 5, dan krijgt elk van hen 5 punten in plaats van 7. Kiezen twee spelers kaart 9 terwijl de verteller daar zijn rode fiche op legde, dan scoren zij deze ronde niets.
Einde van de ronde
Iedereen vult zijn hand aan tot vijf kaarten en geeft daarna zijn volledige hand gedekt door aan zijn linkerbuur. Gebruikte kaarten gaan naar de aflegstapel. De speler links van de verteller is de nieuwe verteller en neemt het rode fiche over.
Einde van het spel
Het spel eindigt als iedereen één keer verteller is geweest. De speler met de meeste punten wint en bij een gelijke stand delen die spelers de overwinning. Wil je langer spelen, dan spreek je af dat iedereen vaker verteller is.
Team Dixit (6, 8, 10 of 12 spelers)
In Team Dixit speel je in teams van twee. Teamgenoten zitten tegenover elkaar aan tafel.
Voorbereiding
Leg het scorebord in het midden van de tafel. Elk team kiest een stembordje en zet het konijn in dezelfde kleur op vakje 0. Iedere speler krijgt vier kaarten.
De verteller
De verteller bedenkt net als in het basisspel een omschrijving bij een van zijn kaarten.
Kaarten kiezen
De teamgenoot van de verteller geeft hem de kaart die het best bij de omschrijving past. In elk ander team overleggen de twee spelers wie van hen een kaart aan de verteller geeft. Hardop overleggen mag, maar je mag je kaarten niet beschrijven of laten zien. De verteller schudt alle kaarten samen met zijn eigen kaart en legt ze in willekeurige volgorde open op de plaatsen 1 tot en met 12 van het scorebord.
Stemmen en punten tellen
De verteller en de spelers die een kaart hebben gegeven, stemmen niet mee. In elk ander team stemt dus de speler die geen kaart gaf, terwijl de verteller en zijn teamgenoot allebei buiten de stemming blijven. Het stemmen en punten tellen gaat verder zoals in de gewone regels, alleen gelden de aanpassingen voor 7 of meer spelers hier niet. De punten gaan naar je team.
Einde van de ronde
Iedereen vult zijn hand aan tot vier kaarten. Is de trekstapel op, dan wordt de aflegstapel de nieuwe trekstapel. De speler links van de verteller is de nieuwe verteller.
Einde van het spel
Het spel eindigt als iedereen één keer verteller is geweest. Het team met de meeste punten wint en bij een gelijke stand delen die teams de overwinning. Wil je langer spelen, dan spreek je af dat iedereen vaker verteller is.
De volledige speluitleg is terug te lezen in de spelregels.