Hieronder lees je hoe je Boerenbridge speelt. Boerenbridge is een traditioneel kaartspel, dus er bestaat geen officieel spelregelboek of vaste uitgever. Deze uitleg volgt de regels die in Nederland het meest gespeeld worden. Je speelt met drie tot zeven spelers en een gewoon spel van 52 kaarten. In elke ronde voorspel je hoeveel slagen je gaat halen. Punten krijg je alleen als je precies dat aantal haalt. Internationaal is het spel bekend als Oh Hell.
Bijna elke groep heeft eigen huisregels, vooral bij de puntentelling. Spreek daarom voor het eerste potje af welke regels jullie aanhouden. Onderaan deze pagina vind je de bekendste varianten.
Doel van het spel
Je probeert na de laatste ronde de meeste punten te hebben. Punten scoor je door in elke ronde precies zoveel slagen te halen als je vooraf hebt voorspeld.
De kaarten
Je speelt met 52 kaarten zonder jokers. Van hoog naar laag is de rangorde per kleur aas, heer, vrouw, boer, 10, 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2.
Voorbereiding
- Leg pen en papier klaar voor de puntentelling. Maak een kolom per speler en een rij per ronde.
- Spreek af hoeveel kaarten iedereen in de grootste ronde krijgt. Meestal is dat tien kaarten. Speel je met zes spelers, dan is het maximum acht kaarten en met zeven spelers zeven kaarten.
- Kies een deler. Na elke ronde schuift het delen een plek op naar links.
Het verloop van een potje
Een potje bestaat uit een reeks rondes waarin het aantal kaarten per speler verandert. In de eerste ronde krijgt iedereen een kaart. In elke volgende ronde krijgt iedereen er een kaart bij, tot het afgesproken maximum. Daarna loopt het aantal kaarten weer terug tot een kaart per speler. Speel je met tien kaarten als maximum, dan bestaat een potje dus uit negentien rondes.
Een ronde spelen
Delen en troef bepalen
De deler schudt en geeft iedere speler het aantal kaarten dat bij deze ronde hoort. Daarna draait de deler de bovenste kaart van de overgebleven stapel om. De kleur van die kaart is in deze ronde troef. Blijven er na het delen geen kaarten over, dan speel je die ronde zonder troef.
Bieden
Iedereen bekijkt zijn kaarten en schat in hoeveel slagen hij gaat halen. De speler links van de deler begint en noemt hardop een aantal. Daarna volgen de andere spelers met de klok mee. De deler biedt als laatste. Je mag ook nul bieden, maar je mag niet passen. Schrijf elk bod op.
Voor de deler geldt een extra regel. Het totaal van alle biedingen mag niet gelijk zijn aan het aantal slagen in deze ronde. Bieden de anderen samen bijvoorbeeld vier slagen in een ronde met vijf kaarten, dan mag de deler geen een bieden. Zo haalt minstens een speler zijn bod niet.
Slagen spelen
De speler links van de deler komt uit met een kaart naar keuze. Daarna legt iedere speler met de klok mee een kaart bij. Heb je een kaart van de gevraagde kleur, dan moet je die kleur bekennen. Heb je die kleur niet, dan mag je elke kaart opgooien. Je kunt dan troeven, maar dat hoeft niet.
Ligt er troef in de slag, dan wint de hoogste troef. Ligt er geen troef, dan wint de hoogste kaart van de gevraagde kleur. De winnaar van de slag neemt de kaarten, legt ze gedekt voor zich neer en komt bij de volgende slag uit.
Punten tellen
Als alle slagen gespeeld zijn, tel je hoeveel slagen iedereen heeft gehaald.
- Haal je precies je bod, dan krijg je 10 punten plus 2 punten per gehaalde slag. Bood je drie slagen en haal je er drie, dan scoor je dus 16 punten. Een geslaagd bod van nul levert 10 punten op.
- Haal je je bod niet, dan verlies je 2 punten voor elke slag die je ernaast zit. Bood je drie slagen en haal je er een of vijf, dan gaan er 4 punten af.
Je score kan dus ook onder nul uitkomen.
Einde van het spel
Het spel is afgelopen na de laatste ronde met een kaart per speler. De speler met de meeste punten wint.
Bekende varianten
De regels hierboven vormen de meest gespeelde basis. Hieronder staan huisregels die je vaak tegenkomt. Kies er vooraf een paar uit, zodat iedereen weet waar hij aan toe is.
Omgekeerde volgorde
Je begint met het maximum aantal kaarten en loopt af naar een kaart. Daarna loop je weer op tot het maximum. Sommige groepen spelen de reeks maar een kant op, bijvoorbeeld alleen van tien naar een.
Andere puntentelling
Er bestaan veel manieren om te scoren. Bij een veelgebruikte variant krijg je een punt per gehaalde slag en 10 punten extra als je je bod precies haalt. Bij een andere variant krijg je alleen punten als je je bod haalt en verlies je niets als je ernaast zit.
Troefplicht
Kun je de gevraagde kleur niet bekennen, dan moet je troeven als je troef hebt. Pas als je ook geen troef hebt, mag je een willekeurige kaart opgooien.
Geen beperking voor de deler
De deler mag elk bod doen, ook als het totaal van de biedingen dan gelijk is aan het aantal slagen. Daardoor kunnen in een ronde alle spelers hun bod halen.
Tegelijk bieden
Iedereen neemt een aantal fiches of steekt een aantal vingers op achter zijn rug. Op een teken laten alle spelers tegelijk hun bod zien. Bij deze variant geldt de extra regel voor de deler niet.
Blind bieden
In de ronde met een kaart kijk je niet naar je eigen kaart. Je houdt hem met de voorkant naar buiten tegen je voorhoofd, zodat alleen de anderen hem zien. Op basis van de kaarten van je tegenspelers bied je nul of een.