Saboteur Spelregels
Hieronder lees je hoe je Saboteur speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. Saboteur is een kaartspel van Frederic Moyersoen voor 3 tot 10 spelers, waarin een groep dwergen samen een gangenstelsel naar een verborgen schat graaft. Een paar van die dwergen zijn in het geheim saboteurs die precies het tegenovergestelde willen.
Doel van het spel
Je speelt drie rondes en krijgt in elke ronde in het geheim een rol. Als goudzoeker probeer je samen met de andere goudzoekers een onafgebroken gang te leggen van de startkaart naar de doelkaart met de schat. Als saboteur wil je dat juist voorkomen, zonder dat de anderen doorhebben dat jij hen tegenwerkt. Hoor je aan het einde van een ronde bij de winnende kant, dan krijg je goud. Na drie rondes wint de speler met de meeste goudstukken.
Voorbereiding
- Sorteer de kaarten in vier stapels: gangenkaarten, actiekaarten, goudkaarten en dwergenkaarten.
- Neem het aantal dwergenkaarten dat bij jullie spelersaantal hoort. De overige dwergenkaarten gaan terug in de doos.
- 3 spelers: 1 saboteur en 3 goudzoekers
- 4 spelers: 1 saboteur en 4 goudzoekers
- 5 spelers: 2 saboteurs en 4 goudzoekers
- 6 spelers: 2 saboteurs en 5 goudzoekers
- 7 spelers: 3 saboteurs en 5 goudzoekers
- 8 spelers: 3 saboteurs en 6 goudzoekers
- 9 spelers: 3 saboteurs en 7 goudzoekers
- 10 spelers: 4 saboteurs en 7 goudzoekers
- Schud deze dwergenkaarten en geef iedere speler er gedekt één. Bekijk je eigen kaart zonder hem aan de anderen te laten zien en houd je rol tot het einde van de ronde geheim. Er blijft altijd één dwergenkaart over. Die leg je ongezien opzij, waardoor niemand zeker weet hoeveel saboteurs er meespelen.
- Haal de startkaart (met de ladder) en de drie doelkaarten uit de gangenkaarten. Schud de doelkaarten.
- Leg de startkaart open op tafel. Leg de drie doelkaarten gedekt onder elkaar aan de rechterkant. Tussen de startkaart en de middelste doelkaart laat je zeven kaartbreedtes vrij. De middelste doelkaart ligt op dezelfde rij als de startkaart en tussen de doelkaarten onderling laat je telkens één kaartlengte ruimte. Het gangenstelsel mag tijdens het spel gerust buiten dit speelveld uitgroeien.
- Schud de overige gangenkaarten en de actiekaarten door elkaar. Geef iedereen gedekt een aantal kaarten als handkaarten:
- 3 tot 5 spelers: 6 kaarten
- 6 of 7 spelers: 5 kaarten
- 8 tot 10 spelers: 4 kaarten
- Leg de rest van deze kaarten als gedekte trekstapel naast het speelveld en houd ernaast plaats vrij voor de aflegstapel.
- Schud de goudkaarten en leg ze als gedekte stapel opzij.
- De jongste speler begint.

Spelverloop
Jullie spelen met de klok mee, te beginnen bij de startspeler. In je beurt doe je twee dingen na elkaar. Eerst speel je één kaart uit je hand of pas je. Daarna trek je één kaart van de trekstapel, waarna je linkerbuurman aan de beurt is.
Een gangenkaart leggen
Met gangenkaarten graaf je de mijn verder uit. Je legt zo’n kaart altijd tegen een kaart die al in het gangenstelsel ligt. De gangen moeten daarbij aan alle kanten precies aansluiten op de kaarten ernaast, dus een gang mag nooit tegen een rotswand uitkomen. Je legt een gangenkaart ook altijd in dezelfde richting als de andere kaarten en nooit dwars.
Als goudzoeker probeer je zo een doorlopende gang naar de schat te graven. Als saboteur probeer je die gang juist te laten doodlopen of een verkeerde kant op te sturen. Doe je dat te opvallend, dan hebben de anderen snel door welke rol je hebt.
Een actiekaart spelen
In plaats van een gangenkaart kun je ook een actiekaart spelen. Daarmee zit je andere spelers dwars of help je ze juist verder. Welke actiekaarten er zijn en wat ze doen, lees je verderop.
Passen
Kun of wil je geen kaart spelen, dan pas je. Je legt dan één kaart uit je hand gedekt op de aflegstapel, zodat niemand ziet welke kaart het is. Op de aflegstapel liggen daardoor zowel open als gedekte kaarten. Tegen het einde van een ronde kan het gebeuren dat je geen handkaarten meer hebt. In dat geval pas je zonder iets af te leggen.
Een kaart trekken
Nadat je een kaart hebt gespeeld of hebt gepast, trek je één kaart van de trekstapel en neem je die in je hand. Is de trekstapel op, dan vervalt dit deel van je beurt. Vanaf dat moment speel je in je beurt alleen nog een kaart of pas je.

De actiekaarten
Er zijn vier soorten actiekaarten. Na gebruik gaan ze open op de aflegstapel, tenzij ze voor een speler blijven liggen.
Beschadigd gereedschap
Op deze kaarten staat een kapotte lantaarn, een kapot mijnkarretje of een kapot houweel. Je legt zo’n kaart open voor een andere speler. Zolang er minstens één stuk beschadigd gereedschap voor iemand ligt, mag die speler geen gangenkaarten leggen. Actiekaarten spelen en passen kan hij wel gewoon.
Voor elke speler kan van elk soort gereedschap maar één kaart liggen, dus hooguit drie in totaal. Pas als er aan het begin van je beurt geen enkele kaart met beschadigd gereedschap meer voor je ligt, mag je weer gangenkaarten leggen.
Reparatie
Met een reparatiekaart herstel je het gereedschap dat erop staat afgebeeld. Het kapotte gereedschap mag voor jezelf liggen of voor een andere speler. Na de reparatie leg je de reparatiekaart en de kaart met het beschadigde gereedschap samen open op de aflegstapel.
Sommige reparatiekaarten tonen twee soorten gereedschap. Met zo’n kaart kies je welk van de twee je repareert, want met één reparatiekaart herstel je nooit meer dan één stuk gereedschap. Een reparatiekaart mag je alleen spelen als het bijbehorende beschadigde gereedschap op tafel ligt.
Instorting
Met deze kaart haal je een gangenkaart naar keuze uit het gangenstelsel. De startkaart en de doelkaarten kun je niet weghalen. De verwijderde gangenkaart leg je samen met de instortingskaart open op de aflegstapel. Een saboteur kan op die manier de verbinding met de startkaart doorbreken, terwijl een goudzoeker er een doodlopende gang mee kan opruimen. Het gat dat zo ontstaat, kan later iedereen weer opvullen met een passende gangenkaart.
Verkennen
Met deze kaart bekijk je in het geheim één van de drie doelkaarten. Daarna leg je die gedekt terug op dezelfde plek en gaat de verkenningskaart naar de aflegstapel. Omdat er maar onder één doelkaart een schat ligt, weet je zo of graven richting die kaart zin heeft.

Einde van een ronde
Legt iemand een gangenkaart die een onafgebroken gang vormt van de startkaart tot aan een doelkaart, dan draait die speler de doelkaart om. Ligt daar de schat, dan is de ronde meteen voorbij. Ligt er een steen, dan speel je gewoon verder. De speler die aan de beurt is, legt de doelkaart dan zo neer dat de gangen zo goed mogelijk aansluiten. Bij doelkaarten mag het bij uitzondering voorkomen dat niet alle gangen op elkaar passen.
De ronde eindigt ook als niemand nog een kaart kan spelen. Zodra de ronde voorbij is, draait iedereen zijn dwergenkaart om en zie je wie goudzoeker was en wie saboteur.
Goud verdelen
De goudzoekers winnen
Loopt er een onafgebroken gang van de startkaart naar de schat, dan winnen de goudzoekers. Trek dan zonder te kijken evenveel goudkaarten van de stapel als er spelers meedoen. Bij 5 spelers trek je dus 5 goudkaarten. Alleen bij 10 spelers wijk je hiervan af, want dan trek je er 9. De speler die de gangenkaart naar de schat legde, bekijkt deze kaarten en kiest er één uit. Daarna geeft hij de stapel tegen de klok in door aan de volgende goudzoeker, die ook een kaart kiest. Saboteurs sla je bij het doorgeven over. Zo gaat de stapel verder rond tot alle goudkaarten verdeeld zijn, waardoor sommige goudzoekers meer goudkaarten krijgen dan andere.
De saboteurs winnen
Bereikt niemand de schat, dan winnen de saboteurs. Hoeveel goud elke saboteur krijgt, hangt af van het aantal saboteurs in het spel:
- 1 saboteur: goudkaarten ter waarde van 4 goudstukken
- 2 of 3 saboteurs: ieder goudkaarten ter waarde van 3 goudstukken
- 4 saboteurs: ieder goudkaarten ter waarde van 2 goudstukken
Speelde er geen saboteur mee en bereikte niemand de schat, dan krijgt niemand goud. Dat kan alleen voorkomen bij 3 of 4 spelers, omdat de enige saboteurskaart dan bij de opzijgelegde kaart kan zitten.
Je houdt je goudkaarten tot het einde van het spel geheim.

Een nieuwe ronde
Na het verdelen van het goud begint een nieuwe ronde met dezelfde voorbereiding als hierboven. Iedereen krijgt dus opnieuw in het geheim een rol. De goudkaarten die je al hebt, houd je. Schud de overgebleven goudkaarten voordat je de stapel weer opzij legt. De linkerbuurman van de speler die in de vorige ronde de laatste kaart speelde, begint de nieuwe ronde.
Einde van het spel
Na drie rondes is het spel afgelopen. Iedereen telt de goudstukken op zijn goudkaarten en de speler met de meeste goudstukken wint. Bij een gelijke stand delen die spelers de overwinning.