Hieronder lees je hoe je Patience speelt. Patience is een traditioneel kaartspel voor één speler, dus er bestaat geen officieel spelregelboek of vaste uitgever. Er bestaan honderden soorten patience. Deze uitleg gaat over de bekendste, die ook wel Solitaire of Klondike heet. Dat is de versie die jarenlang op elke Windows-computer stond. Je speelt met een gewoon spel van 52 kaarten.
Doel van het spel
Je probeert alle kaarten op vier stapels te leggen, een per kleur. Elke stapel begint met de aas en loopt op tot en met de heer. Lukt dat, dan is de patience gelukt.
De kaarten
Je speelt met 52 kaarten zonder jokers. Van laag naar hoog is de volgorde aas, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, boer, vrouw, heer.
Harten en ruiten zijn rood. Klaveren en schoppen zijn zwart. Dat verschil heb je nodig bij het aanleggen van rijen.
De onderdelen op tafel
Tijdens het spel liggen er vier soorten stapels op tafel.
- De speelrijen. Zeven rijen kaarten naast elkaar. Hier schuif je de meeste kaarten heen en weer.
- De eindstapels. Vier plekken boven de speelrijen, een voor elke kleur. Hier moeten alle kaarten uiteindelijk terechtkomen.
- De trekstapel. De kaarten die je na het uitleggen overhoudt. Ze liggen gedekt.
- De aflegstapel. De kaarten die je van de trekstapel omdraait, leg je hier open neer.
Voorbereiding
- Schud de kaarten.
- Leg zeven kaarten naast elkaar op tafel. Draai de eerste kaart open en leg de andere zes gedekt neer.
- Leg op de tweede tot en met de zevende stapel weer een kaart. Draai de kaart op de tweede stapel open en leg de rest gedekt neer.
- Ga zo door tot elke stapel een open kaart bovenop heeft. De eerste stapel heeft dan een kaart en de zevende stapel heeft er zeven. Dit zijn de speelrijen.
- Leg de overige 24 kaarten gedekt neer als trekstapel.
- Houd boven de speelrijen ruimte vrij voor vier eindstapels.
Spelverloop
Je speelt in je eigen tempo. Er zijn geen beurten. Je verplaatst kaarten zolang je een zet ziet.
Kaarten naar de eindstapels
Elke aas die je vrijspeelt, leg je op een lege plek bij de eindstapels. Daarop leg je in volgorde de 2, de 3 en zo verder van dezelfde kleur. Op hartenaas komt dus harten 2, daarna harten 3, tot en met de hartenheer.
Een kaart mag naar een eindstapel als hij bovenop een speelrij ligt of bovenop de aflegstapel.
Kaarten aanleggen in de speelrijen
In de speelrijen bouw je aflopende rijen in afwisselende kleuren. Op een rode 9 mag je dus een zwarte 8 leggen en daarop een rode 7. Op een zwarte vrouw past een rode boer.
Je mag een losse kaart verplaatsen, maar ook een hele rij open kaarten tegelijk. Een rij van schoppen 6, harten 5 en klaveren 4 kun je in een keer op een rode 7 leggen.
Gedekte kaarten omdraaien
Ligt er na een zet geen open kaart meer bovenop een speelrij, dan draai je de bovenste gedekte kaart om. Zo komen de verborgen kaarten een voor een in het spel.
Een lege speelrij
Is een speelrij helemaal leeg, dan mag je daar alleen een heer neerleggen. Dat mag een losse heer zijn of een heer met een rij kaarten eronder.
De trekstapel
Zie je geen zet meer, dan draai je een kaart van de trekstapel om en leg je hem open op de aflegstapel. De bovenste kaart van de aflegstapel mag je naar een speelrij of een eindstapel verplaatsen. Kan dat niet, dan draai je de volgende kaart om.
Is de trekstapel op, dan draai je de aflegstapel om. Die wordt dan weer je trekstapel. Je mag dat zo vaak doen als je wilt.
Kaarten terugpakken
Een kaart die op een eindstapel ligt, mag je terugleggen op een speelrij als dat past. Dat is soms nodig om een andere kaart vrij te spelen.
Einde van het spel
Liggen alle 52 kaarten op de vier eindstapels, dan heb je gewonnen. Kun je geen enkele zet meer doen en levert de trekstapel niets meer op, dan is de patience mislukt. Je schudt de kaarten en begint opnieuw.
Niet elke patience is op te lossen. Ook als je alles goed doet, lukt het niet altijd.
Bekende varianten
De regels hierboven vormen de meest gespeelde basis. Hieronder staan varianten die je vaak tegenkomt.
Drie kaarten trekken
Je draait steeds drie kaarten tegelijk van de trekstapel om en legt ze op de aflegstapel. Alleen de bovenste van die drie mag je gebruiken. Dat maakt het spel een stuk lastiger.
Beperkt aantal rondes
Je mag de trekstapel maar een of drie keer opnieuw doorlopen. Daarna is het afgelopen.
Elke kaart in een lege rij
In een lege speelrij mag je elke kaart leggen en niet alleen een heer.
Punten tellen
Je krijgt punten voor elke zet, zoals in de computerversie. Je krijgt bijvoorbeeld 10 punten voor elke kaart die je op een eindstapel legt en 5 punten voor elke kaart die je in een speelrij omdraait. Zo kun je je scores met elkaar vergelijken.