Hieronder lees je hoe je Watergate speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Frosted Games en Capstone Games. Watergate is een kaartgedreven spel voor twee spelers van Matthias Cramer. De ene speler probeert als hoofdredacteur van een krant genoeg bewijs te verzamelen om Nixon met het Watergate-schandaal te verbinden, terwijl de andere speler als regering-Nixon de ambtstermijn probeert uit te zitten. We baseerden deze uitleg op de Engelstalige spelregels, waardoor sommige benamingen kunnen afwijken van de officiële Nederlandse regels. Bij kaarten en spelonderdelen staat de Engelse naam daarom tussen haakjes.
De uitgever biedt de officiële Nederlandse spelregels niet online aan. Daarom leggen we hieronder uit hoe je Watergate speelt. Wil je toch de officiële regels erbij, dan vind je de Engelse versie als PDF onderaan deze pagina. Of bekijk hierboven de video met de speluitleg.
Doel van het spel
Jullie spelen allebei met een eigen stapel kaarten en een eigen manier om te winnen. Als regering-Nixon (Nixon Administration) win je zodra er vijf momentumfiches op je momentumkaart liggen. Nixon heeft dan genoeg vaart gemaakt om het einde van zijn termijn te halen. Als hoofdredacteur (Editor) win je zodra minstens twee informanten via een ononderbroken lijn van open bewijsfiches verbonden zijn met de foto van Nixon in het midden van het bewijsbord. Haalt een van jullie zijn doel, dan eindigt het spel meteen.
In deze uitleg noemen we de regering-Nixon kortweg Nixon.
Voorbereiding
- Bepaal wie de hoofdredacteur speelt en wie Nixon.
- Leg het spelbord tussen jullie in, zo dat de hoofdredacteur het rechtop ziet en Nixon er ondersteboven naar kijkt. Op het bord zie je het bewijsbord (evidence board) met in het midden de foto van Nixon. Ernaast loopt het onderzoeksspoor (research track) met een 0-vak in het midden en aan elke kant de vakken 1 tot en met 5. De vakken aan jouw kant van het bord horen bij jou.
- Neem allebei de 21 kaarten van je eigen rol.
- Leg je momentumkaart (momentum card) open naast het onderzoeksspoor aan jouw kant.
- Schud je 20 spelerskaarten en leg ze als je eigen gesloten trekstapel voor je neer.
- Leg de initiatiefkaart (initiative card) open naast het 0-vak, tussen de twee momentumkaarten in. De pijlen op de kaart wijzen naar de hoofdredacteur. Leg de overzichtskaart voor het einde van de ronde (End of round overview card) ernaast.
- Zet de initiatieffiche (initiative token) en één momentumfiche (momentum token) op het 0-vak van het onderzoeksspoor. De andere 8 momentumfiches vormen een voorraad naast het bord.
- Leg de 7 fototegels (picture tiles) naast het bord. Die vormen samen de voorraad mogelijke informanten (potential informant supply).
- Doe de 30 bewijsfiches (evidence tokens) in de zak en leg die binnen handbereik.

Spelverloop
Een potje bestaat uit een aantal rondes, tot een van jullie wint. Elke ronde heeft drie fasen. In de beginfase trek je kaarten en komen er nieuwe bewijsfiches op het onderzoeksspoor. In de kaartfase spelen jullie om de beurt een kaart. In de evaluatiefase krijgt elke speler de fiches die aan zijn kant van het onderzoeksspoor liggen.
Fase A: beginfase (Initial phase)
Kijk allebei naar de kant van de initiatiefkaart die naar jou wijst. De speler met het initiatief trekt vijf kaarten, de andere speler vier. Houd je kaarten verborgen voor je tegenspeler. Is je trekstapel op, dan schud je je aflegstapel en leg je die als nieuwe trekstapel neer.
Daarna trekt Nixon drie bewijsfiches uit de zak. Nixon bekijkt ze in het geheim en legt ze gesloten op het 0-vak van het onderzoeksspoor. Nixon mag gesloten bewijsfiches op het onderzoeksspoor altijd bekijken. De hoofdredacteur mag dat niet.
Fase B: kaartfase (Card phase)
De speler met het initiatief begint. Jullie spelen om de beurt één kaart, tot jullie allebei geen kaarten meer in je hand hebben. Tijdens je beurt ben je verplicht een kaart te spelen. Elke kaart heeft twee delen. Linksboven staat het waardedeel (value part) met een getal en een kleur, onderaan staat het actiedeel (action part) met een tekst. Als je een kaart speelt, kies je welk van de twee delen je gebruikt.
Onderaan elke kaart staat ook een citaat. Dat heeft geen invloed op het spel.
Het waardedeel gebruiken
Kies je voor het waardedeel, dan verschuif je één fiche op het onderzoeksspoor zoveel vakken naar jouw kant als het getal op de kaart aangeeft. Dat getal ligt tussen 1 en 4. Je mag de initiatieffiche, de momentumfiche of een bewijsfiche verschuiven. Na het spelen leg je de kaart open op je aflegstapel.
Verschuif je een bewijsfiche, dan moet die dezelfde kleur hebben als de kleur op je kaart. Er zijn drie kleuren bewijs. Blauwe fiches staan voor cheques voor Nixons herverkiezingscampagne, gele voor plattegronden van het Watergate-complex en groene voor uitgeschreven gesprekken van de geluidsbanden uit het Witte Huis. Er zijn ook tweekleurige fiches, die tellen als elk van hun twee kleuren. Staan op je kaart alle drie de kleuren tegelijk, dan is het een joker en mag je een bewijsfiche van elke kleur verschuiven.
Voor gesloten bewijsfiches op het onderzoeksspoor gelden voor elke speler andere regels. Als Nixon draai je een gesloten fiche in de kleur van je kaart gewoon open en verschuif je die. Je weet immers welke kleur hij heeft. Als hoofdredacteur vraag je Nixon of er een gesloten fiche ligt in de kleur van je kaart. Speel je een joker, dan noem je zelf een kleur. Ligt er zo’n fiche, dan moet Nixon die opendraaien en het aantal vakken naar jouw kant verschuiven. Liggen er meerdere, dan kiest Nixon welke. Zegt Nixon dat er geen gesloten fiche in die kleur ligt, dan verschuif je in plaats daarvan de initiatieffiche, de momentumfiche of een open bewijsfiche in die kleur. Bij een joker mag dat een open fiche van elke kleur zijn.
Een fiche naar vak 5 brengen
Breng je een fiche tot op vak 5 aan jouw kant, dan vervallen de stappen die je nog over had en krijg je die fiche meteen. Wat je daarna met de fiche doet, hangt af van het soort fiche en staat beschreven bij de evaluatiefase. Een fiche die je zo krijgt, verdwijnt van het onderzoeksspoor en kan dus niet meer verschoven worden.
Het actiedeel gebruiken
Kies je voor het actiedeel, dan voer je de tekst op de kaart uit. Alles wat mogelijk is, moet je ook uitvoeren. Een deel dat niet kan, bijvoorbeeld omdat een fiche die je zou moeten verschuiven er niet ligt, sla je over. Er zijn drie soorten kaarten.
- Gebeurtenissen (Events) heb je allebei. Na het gebruik van het actiedeel haal je de kaart uit het spel. Alleen de kaart Gambiet (Gambit) biedt daar een alternatief voor.
- Samenzweerders (Conspirators) heeft alleen Nixon. Na het gebruik van het actiedeel gaat de kaart naar Nixons aflegstapel.
- Journalisten (Journalists) heeft alleen de hoofdredacteur. Na het gebruik van het actiedeel gaat de kaart naar de aflegstapel van de hoofdredacteur.
Sommige kaarten hebben een voorwaarde (requirement). Het actiedeel mag je alleen gebruiken als je aan die voorwaarde voldoet. Andere kaarten zijn reactiekaarten (reaction cards). Het actiedeel daarvan gebruik je alleen als direct antwoord op een bepaalde kaart van je tegenspeler. Bij het kaartoverzicht verderop lees je welke kaarten dat zijn.
Veelvoorkomende opdrachten
De meeste kaartteksten spreken voor zich. Deze afspraken helpen je bij het lezen ervan.
- Moet je een fiche een aantal stappen verschuiven, dan verschuif je die altijd naar jouw kant van het onderzoeksspoor.
- Noemt een kaart een bepaald vak, dan zet je de fiche direct op dat vak.
- Zegt een kaart dat je bewijsfiches mag verschuiven, dan kies je uit alle bewijsfiches op het onderzoeksspoor, open en gesloten. Alleen als de kaart uitdrukkelijk open of gesloten fiches noemt, is je keuze beperkt. Een gesloten fiche die je verschuift, draai je altijd open.
- Moet je een foto vastprikken op het bewijsbord, dan neem je de fototegel van die persoon uit de voorraad mogelijke informanten. Die leg je op het informantenvak met de achternaam van die persoon. Als hoofdredacteur leg je de tegel open neer, zodat die persoon een informant wordt. Als Nixon leg je de tegel gesloten neer, waardoor het vak bezet is.
- Moet je een bewijsfiche vastprikken op het bewijsbord, dan volg je de regels uit het onderdeel Bewijsfiches vastprikken hieronder.
Jullie mogen allebei op elk moment de gesloten bewijsfiches op het bewijsbord bekijken. Hetzelfde geldt voor beide aflegstapels en voor alle kaarten die al uit het spel zijn. In de trekstapels kijken mag niet.
Fase C: evaluatiefase (Evaluation phase)
Hebben jullie allebei geen kaarten meer in je hand, dan volgt de evaluatiefase. Daarin voer je deze vijf stappen in volgorde uit.
- Neutrale bewijsfiches terugleggen. Alle bewijsfiches die nog op het 0-vak liggen, open of gesloten, gaan terug in de zak.
- Initiatief toekennen. De speler aan wiens kant de initiatieffiche ligt, krijgt die. Leg de fiche op de initiatiefkaart en draai de kaart zo dat de pijlen naar jou wijzen. Je hebt dan het initiatief. Ligt de fiche op het 0-vak, dan gaat het initiatief naar de speler die het deze ronde niet had. Heeft iemand de initiatieffiche deze ronde al gekregen door hem op vak 5 te brengen, dan sla je deze stap over.
- Momentum toekennen. De speler aan wiens kant de momentumfiche ligt, krijgt die. Leg de fiche op het lege vak met het laagste getal op je momentumkaart. Staat er naast dat vak een tekst, dan voer je die nu uit. Ligt de fiche op het 0-vak, dan krijgt niemand hem en gaat hij terug naar de voorraad. Krijgt de hoofdredacteur een momentumfiche terwijl er geen vrij vak meer is op zijn momentumkaart, dan gaat die fiche uit het spel. Is de momentumfiche deze ronde al gewonnen door hem op vak 5 te brengen, dan sla je deze stap over.
- Nieuwe fiches op het 0-vak. Neem de initiatieffiche van de initiatiefkaart en zet hem op het 0-vak. Zet er ook een nieuwe momentumfiche uit de voorraad bij. Is de voorraad leeg, dan wint Nixon meteen.
- Bewijsfiches toekennen. Elke speler krijgt de bewijsfiches die aan zijn kant van het onderzoeksspoor liggen. De speler met het initiatief prikt eerst al zijn fiches vast, daarna doet de andere speler hetzelfde.
Heeft nog niemand gewonnen, dan begint een nieuwe ronde.
Bewijsfiches vastprikken
Krijg je een bewijsfiche, of zegt een kaart dat je er een moet vastprikken, dan leg je die op een leeg bewijsvak op het bewijsbord. Dat vak moet een papiertje in de kleur van de fiche hebben. Bij een tweekleurige fiche mag dat een van de twee kleuren zijn. Als hoofdredacteur leg je de fiche open neer, zodat je verbindingen maakt. Als Nixon leg je hem gesloten neer, zodat je verbindingen onderbreekt.
Op sommige bewijsfiches staat een rood speldje met het cijfer 1. Prik je zo’n fiche vast, dan verschuif je ook de momentumfiche op het onderzoeksspoor één vak naar jouw kant.
De momentumkaarten
Op Nixons momentumkaart staat bij het vijfde vak dat Nixon het einde van de termijn haalt. Legt Nixon daar een fiche op, dan wint Nixon.
Op de momentumkaart van de hoofdredacteur staat bij de vakken 3, 4 en 5 een opdracht die je uitvoert zodra je daar een fiche neerlegt.
- Vak 3, het Watergate-proces (Watergate Trial). Trek 1 bewijsfiche uit de zak en prik die open vast op het bewijsbord.
- Vak 4, de Watergate-hoorzittingen (Watergate Hearings). Haal 1 gesloten bewijsfiche van het bewijsbord en doe die terug in de zak.
- Vak 5, afzettingsprocedure (Impeachment). Draai 1 bewijsfiche op het bewijsbord open.
Kaartoverzicht
De informanten
Op het bewijsbord staan zeven informantenvakken, elk met de achternaam van een persoon. Het gaat om Rose Mary Woods, Alexander Butterfield, Hugh Sloan, Martha Mitchell, John Dean, Alfred Baldwin en James McCord. Voor elk van hen hebben jullie allebei een gebeurteniskaart.
- Nixon speelt een kaart als De steun van … verzekeren (Secure the support of …). De voorwaarde is dat de foto van die persoon nog in de voorraad ligt. Nixon prikt de foto gesloten vast, waardoor de hoofdredacteur die persoon niet meer als informant kan gebruiken. Daarna verschuift Nixon de initiatieffiche of de momentumfiche. Hoeveel stappen dat zijn, staat op de kaart.
- De hoofdredacteur speelt een kaart als … rekruteren als informant (Recruit … as an informant). De voorwaarde is ook hier dat de foto nog in de voorraad ligt. De hoofdredacteur prikt de foto open vast, waardoor die persoon een informant wordt. Daarna verschuift de hoofdredacteur de initiatieffiche of de momentumfiche het aantal stappen dat op de kaart staat.
Samenzweerders van Nixon
- Howard Hunt. Verschuif de momentumfiche 2 stappen. Trek daarna 1 kaart van je trekstapel en speel die meteen, met het waardedeel of het actiedeel. Verschuif de momentumfiche altijd eerst. Is de momentumfiche deze ronde al gewonnen, dan trek en speel je toch een kaart.
- Gordon Liddy. Haal 1 open bewijsfiche van het onderzoeksspoor en doe die terug in de zak.
- Chuck Colson. De hoofdredacteur legt 1 willekeurige kaart uit zijn hand op zijn aflegstapel. Daarna ben je opnieuw aan de beurt.
- Bob Haldeman. Verschuif elke bewijsfiche op het onderzoeksspoor 1 stap.
- John Ehrlichman. Verschuif de initiatieffiche en de momentumfiche elk 2 stappen. Haal daarna 1 gesloten bewijsfiche van het onderzoeksspoor en doe die terug in de zak.
- John Mitchell (reactiekaart). Je speelt deze kaart alleen als de hoofdredacteur het actiedeel van een gebeurteniskaart gebruikt. Je annuleert die actie dan volledig en de hoofdredacteur legt de kaart ongebruikt op zijn aflegstapel. Daarna is de hoofdredacteur weer aan de beurt, want je reactie telt als je beurt. Je mag John Mitchell ook als reactie op een reactie spelen, namelijk op Massademonstratie (Mass demonstration). Je voert dan de actie uit die door Massademonstratie geblokkeerd werd. Op de journalist Ben Bradlee mag je niet reageren.
Gebeurtenissen van Nixon
- Een derderangs inbraakpoging (A third-rate burglary attempt). Zet 1 bewijsfiche terug op het 0-vak en zet de momentumfiche op vak 1 aan jouw kant.
- Kanker aan het presidentschap (Cancer on the presidency). Verschuif 1 bewijsfiche 3 stappen. Daarna eindigt de kaartfase meteen. Jullie leggen allebei de kaarten die je nog in je hand hebt op je aflegstapel.
- De president spreekt (The President speaks). Trek 1 bewijsfiche uit de zak en zet die open op vak 3 aan jouw kant.
- Presidentsverkiezingen 1972 (Presidential Election 1972). Verschuif een of meer bewijsfiches samen in totaal 4 stappen.
- Operatie Gemstone (Operation Gemstone). Verschuif de momentumfiche en 2 bewijsfiches elk 2 stappen.
- Gambiet (Gambit). Zet de momentumfiche op vak 5 aan jouw kant, waardoor je die meteen krijgt. Normaal gaat deze kaart daarna uit het spel. Heb je op dat moment een samenzweerder in je hand, dan mag je in plaats daarvan die samenzweerder uit het spel halen en Gambiet op je aflegstapel leggen. Je hebt deze ronde dan wel een kaart minder om te spelen.
- Een uitstekend humeur (A brilliant mood). Het actiedeel van deze kaart mag je niet gebruiken tijdens je eerste beurt van een ronde. Speel je het later in de ronde, dan mag de hoofdredacteur tot het einde van die ronde zijn gebeurteniskaarten alleen nog voor het waardedeel gebruiken. Journalisten mag hij wel gewoon voor hun actiedeel spelen.
Journalisten van de hoofdredacteur
- Bob Woodward. Trek 1 bewijsfiche uit de zak en zet die open op vak 2 aan jouw kant. Verschuif daarna de initiatieffiche of de momentumfiche 2 stappen.
- Carl Bernstein. Neem 1 open of gesloten bewijsfiche van het bewijsbord en zet die open op het 0-vak van het onderzoeksspoor.
- Ben Bradlee (reactiekaart). Je speelt deze kaart alleen als Nixon het actiedeel van een samenzweerder gebruikt. Je annuleert die actie volledig en Nixon haalt de samenzweerder uit het spel. Daarna is Nixon weer aan de beurt, want je reactie telt als je beurt. Je mag Ben Bradlee ook als reactie spelen op John Mitchell. Je voert dan de gebeurtenis uit die door Mitchell geblokkeerd werd.
Gebeurtenissen van de hoofdredacteur
- Deep Throat. Haal 1 gesloten fototegel van zijn informantenvak en leg die terug in de voorraad mogelijke informanten. Verschuif daarna de initiatieffiche 3 stappen.
- De Pentagon Papers (The Pentagon Papers). Trek 1 bewijsfiche uit de zak en prik die open vast op het bewijsbord.
- Het Watergate-complex (The Watergate complex). Verschuif de initiatieffiche 3 stappen, 1 open bewijsfiche 2 stappen en 1 gesloten bewijsfiche 1 stap.
- Het bloedbad van zaterdagavond (The Saturday Night Massacre). Zet de initiatieffiche en alle bewijsfiches op het onderzoeksspoor terug op het 0-vak. Verschuif daarna 1 bewijsfiche 1 stap.
- Wie betaalt de advocaten? (Who is paying the lawyers?). Verschuif de initiatieffiche 2 stappen, de momentumfiche 1 stap en maximaal 2 open bewijsfiches elk 1 stap.
- De ‘Smoking Gun’-band (The “Smoking Gun” tape). Verschuif de initiatieffiche 2 stappen, de momentumfiche 2 stappen en 1 gesloten bewijsfiche 1 stap.
- De Rose Mary Stretch (The Rose Mary Stretch). Neem 1 open groene bewijsfiche van het onderzoeksspoor en prik die vast op het bewijsbord.
- Het systeem werkt (The system works). Kies een van je eigen kaarten die al uit het spel zijn en voer het actiedeel daarvan uit alsof je die kaart gewoon speelde. Een reactiekaart kun je zo niet kiezen. Daarna gaan zowel die kaart als Het systeem werkt uit het spel.
- Massademonstratie (Mass demonstration, reactiekaart). Je speelt deze kaart alleen als Nixon het actiedeel van een samenzweerder gebruikt. Je annuleert die actie volledig en Nixon haalt de samenzweerder uit het spel. Je mag Massademonstratie ook als reactie spelen op John Mitchell. Je voert dan de gebeurtenis uit die door Mitchell geblokkeerd werd.
- Volg het geld! (Follow the money!, reactiekaart). Je speelt deze kaart alleen als Nixon het waardedeel van een kaart gebruikt om een bewijsfiche te verschuiven. Je annuleert die verplaatsing. Daarna verschuif je dezelfde bewijsfiche vanaf zijn oorspronkelijke plek evenveel vakken naar jouw kant als de waarde op Nixons kaart. Nixon legt zijn kaart ongebruikt op zijn aflegstapel en is daarna weer aan de beurt.
Einde van het spel
Watergate kent geen puntentelling. Het spel eindigt meteen zodra een van jullie aan zijn overwinningsvoorwaarde voldoet, ook als dat midden in een ronde gebeurt.
Nixon wint zodra er een vijfde momentumfiche op zijn momentumkaart komt te liggen. Nixon wint ook als er in stap 4 van de evaluatiefase geen momentumfiche meer in de voorraad ligt om op het 0-vak te zetten. Dat komt zelden voor.
De hoofdredacteur wint zodra minstens twee informanten met Nixon verbonden zijn. Een informant is verbonden als je vanaf zijn open fototegel een draad kunt volgen die over alleen open bewijsfiches helemaal tot de foto van Nixon in het midden loopt. Een leeg vak of een gesloten bewijsfiche onderbreekt de verbinding.