Hieronder lees je hoe je De Taveernen van de Oude Stad speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van Schmidt Spiele. De Nederlandse editie is van 999 Games. In dit spel van Wolfgang Warsch run je met twee tot vier spelers elk een eigen herberg in het dorpje Tiefenthal. Je combineert het kiezen van dobbelstenen met het opbouwen van een eigen kaartenstapel, zodat je herberg elk potje meer gasten, meer bier en meer geld oplevert. De uitleg is gebaseerd op de Engelstalige spelregels en kan daardoor andere benamingen bevatten dan de officiële Nederlandse regels. Bij spelonderdelen staat daarom de Engelse naam tussen haakjes.
De uitgever biedt de officiële Nederlandse spelregels niet online aan. Daarom leggen we hieronder uit hoe je De Taveernen van de Oude Stad speelt. Wil je toch de officiële regels erbij, dan vind je de Duitse versie als PDF onderaan deze pagina. Of bekijk hierboven de video met de speluitleg.
Doel van het spel
Je probeert je herberg zo winstgevend mogelijk te maken. Met de dukaten en het bier dat je verdient, neem je personeel aan, koop je extra tafels, werf je nieuwe gasten en bouw je je herberg uit. Hoe beter je herberg draait, hoe meer voorname edelen er langskomen. Na acht rondes telt iedereen de overwinningspunten op al zijn kaarten. De speler met de meeste punten wint.
Het spel bestaat uit vijf modules die op elkaar voortbouwen. Bij een eerste potje speel je alleen met module 1, het basisspel. Ervaren spelers kunnen meteen modules 2 en 3 toevoegen. Speel je met een hogere module, dan gebruik je altijd ook alle modules ervoor. Wil je module 4 spelen, dan speel je dus ook met modules 1, 2 en 3.
Voorbereiding (module 1)
- Leg het kloosterbord (Monastery Board) in het midden met de zomerkant boven, de kant zonder sneeuw. Leg de drie schnapstegels (Schnapps Tiles) in de uitsparingen van het bord, met de schnaps naar beneden. Houd in het midden van de tafel genoeg ruimte vrij, want tijdens het spel schuif je de dobbelsteenonderzetters door.
- Zet de rondemarker (Round Marker), de maan, in elkaar en plaats hem boven het eerste vak van het rondespoor bovenaan het kloosterbord. Leg per speler drie toogasten (Counter Guests) naast het bord. De overige toogasten gaan terug in de doos.
- Haal de barden (Bards) uit de herbergkaarten (Tavern Cards) en leg ze terug in de doos. Die heb je pas vanaf module 3 nodig. Sorteer de rest van de herbergkaarten per soort: bierhandelaars (Beer Merchants), afwassers (Dishwashers), serveersters (Waitresses), tafels (Tables) en bierleveranciers (Beer Suppliers). Leg ze open op tafel, oplopend in prijs. De prijs in dukaten (Doubloons) staat linksboven op de kaart.
- Sorteer de gastenkaarten (Guest Cards). Linksboven staat hoeveel bier een gast kost. Zoek de acht gasten van 3 bier en leg ze als open stapel neer. Haal daarna de tien gasten met een witte dobbelsteen bovenaan de kaart eruit. Die heb je pas vanaf module 3 nodig. Schud de overige gasten en leg ze als gesloten trekstapel links van de gasten van 3 bier. Trek er vier kaarten van en leg die open rechts van de gasten van 3 bier.
- Leg de edelen (Noble Cards) als open stapel rechts naast de andere gasten.
- Iedere speler krijgt een herbergbord (Tavern Board) en tien uitrustingstegels (Equipment Tiles): tafels, serveerster, kassa (Cashbox), monnik (Monk), afwasruimte (Dishwasher), kluis (Safe), waard (Host), vat (Barrel), bierleverancier en bieropslag (Beer Storage). Leg ze op de juiste plek op je herbergbord met het dukatensymbool linksboven. De waard leg je zo dat de overwinningspunten bij de toog niet zichtbaar zijn.
- Iedere speler zet een gele kluismarker (Safe Marker) op het vak 0 van de kluis en een bruine bieropslagmarker (Beer Storage Marker) op het vak 0 van de bieropslag.
- Iedere speler krijgt een dobbelsteenonderzetter (Dice Coaster) en vier witte dobbelstenen. De gekleurde dobbelstenen leg je als algemene voorraad op tafel.
- Iedere speler neemt de zeven vaste klanten (Regulars) in zijn kleur. Je herkent ze aan de kleur van het tafelkleed. Voeg daar één serveerster, één tafel en één bierleverancier uit de algemene voorraad aan toe. Schud deze tien kaarten en leg ze als gesloten trekstapel links van de tafels op je herbergbord.
- Iedere speler zet zijn kloostermarker (Monastery Marker) op het vak 0 van het spoor op het kloosterbord.
- Zet de bierpul (Beer Mug) in elkaar. De speler die als laatste in een café was, wordt startspeler en zet de bierpul voor zich neer.
- Alle overige onderdelen gaan terug in de doos.

Spelverloop
Een potje duurt acht rondes. Elke ronde bestaat uit zeven fases die je altijd in dezelfde volgorde speelt. In fase B, C, E en G speelt iedereen tegelijk. Fase D en F speel je in beurtvolgorde, te beginnen bij de startspeler en daarna met de klok mee. Fase A voert de startspeler uit.
Fase A: een nieuwe avond in de herberg
De startspeler schuift de maan één vak verder op het rondespoor. In de eerste ronde zet hij de maan op het eerste vak. Staat er op dat vak een bonus, dan krijgen alle spelers die meteen. Welke bonussen er zijn, lees je verderop bij de bonussen van het rondespoor.
Fase B: de herberg loopt vol
Iedereen draait tegelijk de bovenste kaart van zijn trekstapel om en legt hem op de juiste plek in zijn herberg. Daarna draai je de volgende kaart om. Zo ga je door tot al je tafels bezet zijn. Daarbij tellen ook de tafels die je in deze fase hebt getrokken. Zodra alle tafels vol zitten, stop je met trekken. Het is normaal dat niet iedereen tegelijk klaar is.
Waar een kaart terechtkomt, hangt af van het soort kaart:
- Vaste klanten, gewone gasten en edelen zet je van links naar rechts aan een vrije tafel.
- Getrokken tafels leg je rechts naast de tafels die op je herbergbord zijn gedrukt.
- Serveersters leg je in een rij links van de hond, of links van je vaste serveerster als je die al hebt aangenomen.
- Afwassers leg je in een rij links van de afwasruimte.
- Bierleveranciers leg je in een rij rechts van de gedrukte bierleverancier.
- Bierhandelaars leg je rechts van de bieropslag.
Edelen zitten graag bij elkaar. De eerste edele die je in een ronde trekt, zet je aan een vrije tafel zoals gewoonlijk. Elke volgende edele leg je bovenop de edelen die al aan die tafel zitten. Ze bezetten samen dus maar één tafel.
Is je trekstapel op en moet je nog een kaart trekken, dan schud je je aflegstapel en vorm je daarmee een nieuwe trekstapel.
Fase C: daar is de serveerster
Voor elke serveerster die je in fase B hebt getrokken, neem je een dobbelsteen in je eigen kleur uit de voorraad. Je gooit hem meteen en legt hem onder je herbergbord. Heb je eerder een vaste serveerster aangenomen, dan levert die je ook elke ronde een dobbelsteen in je kleur op. Je kunt nooit meer dan drie dobbelstenen in je eigen kleur hebben. Extra serveersters leveren dan niets meer op.
Fase D: wat mag het zijn?
Alle spelers gooien tegelijk de vier witte dobbelstenen op hun onderzetter en leggen ze met de geworpen ogen naar boven terug. Daarna kiest de startspeler één dobbelsteen van zijn onderzetter en legt die onder zijn herbergbord. De andere spelers doen hetzelfde, in beurtvolgorde.
Heeft iedereen gekozen, dan schuift elke speler zijn onderzetter met de drie overgebleven dobbelstenen door naar zijn linkerbuur. Opnieuw kies je één dobbelsteen van de onderzetter die je hebt gekregen. Zo schuif je nog drie keer door, tot alle onderzetters leeg zijn en iedereen vier witte dobbelstenen onder zijn herbergbord heeft liggen. Je kiest dus steeds met een oog op wat je zelf nodig hebt, maar ook op wat je je buurman nog laat liggen.
Fase E: acties plannen
Iedereen legt tegelijk al zijn dobbelstenen op actievakken in zijn herberg. Dat zijn zowel je witte dobbelstenen als die in je eigen kleur. Deze planning is vooral een geheugensteun, want je mag haar later in de ronde nog aanpassen.
De symbolen op een actievak vertellen welke dobbelstenen er mogen liggen:
- Op een vak met een vraagteken mag een dobbelsteen met elke waarde.
- Op een vak met een bepaald aantal ogen moet een dobbelsteen met precies die waarde.
- Op een vak met een groene pijl en “1x” mag maar één dobbelsteen.
- Op een vak met een groene pijl en drie puntjes mogen zoveel dobbelstenen als je wilt.
Zitten er meerdere edelen aan dezelfde tafel, dan mag je alleen op de bovenste edele een dobbelsteen leggen.
Afwassers maken je dobbelstenen sterker. Voor elke afwasser in je herberg mag je één dobbelsteen op een actievak leggen alsof hij één oog hoger is. Je draait de dobbelsteen daarbij niet, zodat je later nog ziet hoeveel afwassers je hebt gebruikt. Je mag meerdere afwassers op dezelfde dobbelsteen inzetten om hem meer dan één oog te verhogen. Een zes wordt nooit een één, want de waarde loopt niet rond.
Fase F: de gasten bedienen
Nu voert iedere speler in beurtvolgorde al zijn acties uit. De startspeler begint en doet al zijn acties in één keer, daarna is de volgende speler aan de beurt. Je haalt je dobbelstenen een voor een van de actievakken af, zodat je goed bijhoudt wat je al hebt gedaan. Witte dobbelstenen gaan terug op je onderzetter en gekleurde dobbelstenen gaan terug naar de voorraad. Zolang een dobbelsteen nog op een vak ligt, mag je hem verplaatsen naar een ander, nog ongebruikt vak.
Door dobbelstenen weg te halen verdien je dukaten en bier. Die zijn er niet als speelmateriaal, je houdt ze in je hoofd bij. Je mag de verdiensten van meerdere dobbelstenen samen gebruiken om een actie te betalen. Haal je meer weg dan je nodig hebt, dan mag je het overschot voor een latere actie in dezelfde beurt gebruiken. De volgorde is helemaal vrij. Je kunt bijvoorbeeld eerst met dukaten een uitbreiding betalen die je daarna meer bier oplevert.
De actievakken
Een gast bedienen. Haal je een dobbelsteen weg van een vaste klant, een gast of een edele, dan krijg je het aantal dukaten dat rechtsonder op die kaart staat.
Geld uit de kassa. Haal je een dobbelsteen van de kassa weg, dan krijg je 1 dukaat, ongeacht de waarde van de dobbelsteen. Na een verbetering van de kassa krijg je 3 dukaten.
Bier laten leveren. Op de bierleverancier mogen alleen dobbelstenen met een één of een zes. Voor elke dobbelsteen die je daar weghaalt, krijg je 1 bier plus 1 extra bier per bierleverancierskaart die naast de gedrukte bierleverancier ligt. Leg je bijvoorbeeld drie dobbelstenen op de bierleverancier terwijl er twee bierleverancierskaarten naast liggen, dan levert dat drie keer 3 bier op, samen 9 bier. Na een verbetering krijg je per dobbelsteen 2 bier in plaats van 1, nog steeds plus 1 per kaart.
De bierhandelaar. Elke bierhandelaar die je in fase B hebt getrokken, levert je precies 1 bier op. Hij verhoogt de opbrengst van je bierleverancier niet.
Het huisbier. Haal je een dobbelsteen van het vat weg, dan krijg je 1 bier, ongeacht de waarde. Na een verbetering van het vat krijg je 2 bier.
De monnik. Voor elke vijf die je van de monnik weghaalt, zet je je kloostermarker één vak vooruit op het kloosterspoor. Na een verbetering van de monnik zet je hem twee vakken vooruit. Kom je op of langs een vak met een bonus, dan krijg je die bonus meteen. Ga je voorbij vak 22, dan begin je opnieuw bij het startvak en loop je vanaf daar verder.
Wat je met dukaten doet
Herbergkaarten kopen. Je koopt een of meer herbergkaarten uit de open voorraad: een bierhandelaar, afwasser, serveerster, tafel of bierleverancier. Per ronde mag je van elke soort maar één kaart kopen.
Je herberg verbeteren of personeel aannemen. Elk onderdeel van je herberg kun je één keer verbeteren door de tegel om te draaien. Dat geldt voor alle tegels behalve de waard, die alleen in module 3 een rol speelt. De basisprijs staat in de grote munt linksboven op het onderdeel. Rechts daarvan zie je wat de verbetering je oplevert. Liggen er dobbelstenen op de tegel die je omdraait, dan leg je die er daarna gewoon weer op. Wat een verbetering precies doet en vanaf wanneer ze werkt, lees je verderop.
Elke keer dat je een tegel verbetert, krijg je meteen een edele uit de voorraad. Spelers vergeten dit vaak, daarom staat er boven de toog een geheugensteuntje.
Met de korting kun je een verbetering goedkoper maken. Heb je deze ronde in fase B een herbergkaart getrokken die naast het onderdeel ligt dat je wilt verbeteren, dan mag je die kaart teruggeven aan de algemene voorraad. Per teruggegeven kaart gaat de prijs omlaag met het bedrag in de kleine munt naast de basisprijs. Je mag zoveel passende kaarten teruggeven als je wilt, maar de prijs wordt nooit lager dan 0 en je verdient er nooit geld mee.
- Een afwasser teruggeven levert 3 dukaten korting op voor de afwasruimte.
- Een serveerster teruggeven levert 4 dukaten korting op voor een vaste serveerster.
- Een tafel teruggeven levert 5 dukaten korting op voor een extra vaste tafel. Gasten die op een teruggegeven tafel zaten, blijven tot het einde van de ronde in je herberg.
- Een bierleverancier teruggeven levert 6 dukaten korting op voor de verbetering van de bierleverancier.
Heb je bijvoorbeeld twee afwassers naast je afwasruimte liggen, dan kost die verbetering met één teruggegeven afwasser nog 9 min 3, dus 6 dukaten. Geef je ze allebei terug, dan betaal je er nog 3.
Wat je met bier doet
Een gast werven. Je neemt een gast uit de open rij of van de stapel gasten van 3 bier. De prijs in bier staat linksboven op de kaart. Per ronde mag je maar één gast werven. Vul de lege plek meteen aan met de bovenste kaart van de gesloten gastenstapel. Pak je de laatste gast van 3 bier, dan leg je een vijfde kaart van de gesloten stapel in de rij.
Sommige gasten hebben een bonus die midden op de tafel van de kaart staat. Die krijg je eenmalig op het moment dat je de gast werft. Je krijgt hem niet opnieuw als hij later aan je tafel komt zitten.
Edelen werven. Op elk moment in je beurt kun je edelen met bier binnenhalen. Voor 9 bier krijg je één edele, voor 14 bier twee en voor 18 bier drie. Het kloosterbord geeft een geheugensteuntje voor deze prijzen.
Nieuwe kaarten
Alle kaarten die je koopt, wervt of als bonus krijgt, leg je gesloten bovenop je trekstapel. Daardoor komen ze de volgende ronde al op tafel.
Einde van je beurt
Wil of kun je niets meer doen, dan eindigt je beurt. Van je overgebleven dukaten mag je er maximaal twee in je kluis bewaren en van je overgebleven bier maximaal twee in je bieropslag. Zet de markers op het juiste vak. Na een verbetering van de kluis of de bieropslag mag je er vijf bewaren. Wat je daarboven overhoudt, gaat verloren. Dobbelstenen die je niet hebt gebruikt, gaan terug naar je onderzetter of naar de voorraad. Daarna is de volgende speler aan de beurt.
Fase G: sluitingstijd
Iedereen pakt alle kaarten die hij in fase B in en naast zijn herberg heeft gelegd en legt ze open op zijn aflegstapel, links van de trekstapel. Dat geldt dus niet alleen voor de gasten, maar voor alle getrokken kaarten. Staat de maan op het laatste vak van het rondespoor, dan is het spel afgelopen. Anders gaat de bierpul met de klok mee naar de volgende startspeler en begint een nieuwe ronde.
De verbeteringen
Sommige verbeteringen werken pas vanaf de volgende ronde:
- Serveerster. Je draait de hond om en hebt nu een vaste serveerster. Vanaf de volgende ronde gooi je daardoor in fase C een extra dobbelsteen in je eigen kleur.
- Afwasruimte. Je hebt nu een vaste afwasser. Vanaf de volgende ronde mag je in fase E één keer per ronde een witte of gekleurde dobbelsteen op een actievak leggen alsof hij één oog hoger is.
- Tafel. Vanaf de volgende ronde heb je minstens vier tafels voor je gasten. Je trekt niet meteen een kaart om de nieuwe tafel te vullen.
Andere verbeteringen werken meteen:
- Bierleverancier. Per dobbelsteen die je van de bierleverancier haalt, krijg je 2 bier plus 1 bier per bierleverancierskaart.
- Kassa. Een dobbelsteen op de kassa levert 3 dukaten op.
- Vat. Een dobbelsteen op het vat levert 2 bier op.
- Kluis. Je mag tot 5 dukaten bewaren.
- Bieropslag. Je mag tot 5 bier bewaren.
- Monnik. Elke dobbelsteen op de monnik zet je kloostermarker twee vakken vooruit.
De bonussen van het rondespoor
Zodra de maan op een nieuw vak komt, krijgt iedereen de bonus van dat vak.
Ronde 1, 4 en 6. Iedereen krijgt een toogast en zet die op een barkruk aan de toog. Een toogast kun je één keer gebruiken. Daarna gaat hij terug in de doos. Je kiest dan een van de twee acties op de toogast. De eerste mag je gebruiken in fase B, nadat al je tafels vol zitten. Je legt dan de toogast en alle kaarten die je in deze fase hebt getrokken op je aflegstapel en begint fase B opnieuw. De tweede mag je in fase F gebruiken om je kloostermarker één vak vooruit te zetten. Je mag in dezelfde fase meerdere toogasten na elkaar inzetten.
Ronde 2. Je kiest een gast van 3 bier of een bierhandelaar.
Ronde 3. Je kiest een dobbelsteen in je eigen kleur, die je meteen gooit en deze ronde gebruikt, of een afwasser.
Ronde 5. Je kiest een tafel of een bierleverancier.
Ronde 7. Je kiest een dobbelsteen in je eigen kleur, die je meteen gooit en deze ronde gebruikt, of een bierhandelaar.
Ronde 8. Je mag meteen gratis één onderdeel van je herberg verbeteren. Je krijgt daar geen edele voor. De verbetering werkt meteen in deze ronde.
Kaarten die je als bonus krijgt, leg je gesloten bovenop je trekstapel.
Bonussen op het kloosterspoor en op gastenkaarten
Bonussen van het kloosterspoor en van geworven gasten moet je meteen gebruiken, anders vervallen ze.
- Een herbergkaart. Je neemt de afgebeelde kaart uit de open voorraad: een bierhandelaar, afwasser, serveerster, tafel of bierleverancier.
- Dukaten. Je krijgt meteen 2, 3 of 4 dukaten.
- Stappen op het kloosterspoor. Je zet je kloostermarker 1 of 2 vakken vooruit. Kom je daarbij op of langs een bonus, dan krijg je die ook.
- Geen bediening meer (Service Denied). Je haalt een vaste klant of gewone gast die aan een van je tafels zit voorgoed uit het spel. Er mag geen dobbelsteen op die kaart liggen. Je mag de gast wel eerst bedienen en daarna verwijderen. Gasten in je trekstapel of aflegstapel kun je zo niet weghalen. De lege tafel wordt deze ronde niet opnieuw gevuld.
- Edele. Je neemt een edele en legt die gesloten bovenop je trekstapel.
Module 2: schnaps
In deze module verdien je schnaps waarmee je artiesten een extra actie laat uitvoeren.
Extra materiaal
- 20 schnapsfiches (Schnapps Tokens)
- 12 dubbelzijdige artiestentegels (Entertainer Tiles), drie verschillende artiesten van elk vier
- 3 schnapstegels voor het kloosterbord
Voorbereiding
Leg het kloosterbord met de winterkant boven, de kant met sneeuw. Leg de schnapstegels nu met de schnaps zichtbaar in de uitsparingen. De tegels met twee schnaps komen tussen ronde 2 en 3 en tussen ronde 5 en 6. De tegel met één schnaps komt tussen ronde 4 en 5. Bereid de rest voor zoals bij module 1. Leg de schnapsfiches naast het kloosterbord, samen met één set van de drie artiesten per speler. De overige artiestentegels gaan terug in de doos.
Wat er verandert
Komt de maan langs een schnapssymbool, dan krijgt iedereen schnapsfiches uit de voorraad. In ronde 2, 5 en 8 krijg je er één en in ronde 3 en 6 krijg je er twee. Je legt ze op de toog van je herbergbord.
In ronde 2, 3 en 5 komt er een artiest langs. Iedereen neemt de afgebeelde artiestentegel, kiest een van de twee kanten en legt de tegel met die kant boven in zijn herberg. Daarna kun je de tegel niet meer omdraaien, dus kies goed. Het leggen levert nog niets op. De actie gebruik je later door schnaps te betalen.
Schnapsacties
Wil je een artiest inzetten, dan leg je het aantal schnapsfiches dat op de tegel staat terug in de voorraad en voer je de actie uit. Je mag de acties zo vaak gebruiken als je schnaps hebt, met uitzondering van de actie die maar één keer per ronde mag. Elke artiest heeft twee kanten:
- Eerste artiest. De ene kant geeft je in fase F 2 dukaten voor 1 schnaps. De andere kant geeft je in fase F 3 bier voor 2 schnaps.
- Tweede artiest. De ene kant laat je in fase F voor 5 schnaps gratis een onderdeel van je herberg verbeteren. Je krijgt daar gewoon een edele bij. De andere kant laat je in fase F voor 2 schnaps een vaste klant of gewone gast zonder dobbelsteen voorgoed van een van je tafels verwijderen.
- Derde artiest. De ene kant werkt in fase G. Voor 1 schnaps mag je, voordat je je kaarten aflegt, een van je gespeelde kaarten gesloten bovenop je trekstapel leggen. Dat mag maar één keer per ronde. De andere kant werkt in fase E. Voor 1 schnaps mag je een van je dobbelstenen naar een zijde naar keuze draaien voordat je hem op een actievak legt.
Aan het einde van je beurt mag je maximaal vier schnapsfiches hebben. Wat je meer hebt, gaat terug naar de voorraad.
Einde van het spel
Elk schnapsfiche dat je aan het einde nog hebt, is 1 overwinningspunt waard.
Module 3: reputatie
In deze module bouw je een reputatie op door evenwichtig dukaten en bier te verdienen.
Extra materiaal
- 4 reputatiemarkers (Reputation Markers)
- 16 bardenkaarten (Bard Cards)
- 10 nieuwe gastenkaarten met een witte dobbelsteen bovenaan
- De achterkant van de waardtegel met het reputatiespoor (Reputation Track)
Voorbereiding
Schud de tien gasten met een witte dobbelsteen door de gastenkaarten van module 1. Leg het kloosterbord met de winterkant boven en leg de schnapstegels in de uitsparingen met de schnaps niet zichtbaar. Leg de zestien barden als open stapel naast de bierhandelaars in de open voorraad. Draai de waardtegel van je herbergbord om, zodat het reputatiespoor boven ligt. Het kleine uitsparinkje onderaan het spoor leg je met de handtekeningkant naar beneden. Iedere speler zet een reputatiemarker op de waard. De overige reputatiemarkers gaan terug in de doos. Bereid de rest voor zoals bij module 1 en 2.
Het reputatiespoor
Het reputatiespoor heeft elf vakken, of twaalf als je met module 5 speelt. Stijgt je reputatie, dan zet je je marker met de klok mee vooruit. Bereik je het kroonvak, dan zet je hem terug op het vak met 1 overwinningspunt en ga je vanaf daar verder. Kom je op of langs een van deze vakken, dan krijg je meteen de bonus:
- Een schnapsfiche.
- Een schnapsfiche of het verwijderen van een gast uit je herberg, zoals bij de bonus Geen bediening meer.
- Een edele, die je gesloten bovenop je trekstapel legt.
De reputatiefase
Deze module voegt een korte fase toe. Heb je in fase E al je dobbelstenen gelegd, dan doe je in jouw beurt van fase F eerst de reputatiefase en pas daarna je eerste actie. Je telt dan twee dingen op.
Eerst tel je hoeveel dukaten je dobbelstenen opleveren. Dat zijn de dukaten van de gasten waar een dobbelsteen op ligt, plus 1 of 3 dukaten als er een dobbelsteen op je kassa ligt.
Daarna tel je hoeveel bier je dobbelstenen opleveren. Dat is het bier van de dobbelstenen op je bierleverancier, inclusief de bierleverancierskaarten, plus 1 of 2 bier als er een dobbelsteen op je vat ligt, plus 1 bier per bierhandelaar naast je bieropslag.
Je zet je reputatiemarker evenveel vakken vooruit als het laagste van die twee totalen. Tel alleen de actievakken met een dobbelsteen en de bierhandelaars mee. Dukaten in je kluis, bier in je bieropslag en wat je via artiesten, het kloosterspoor of bonussen van gasten krijgt, tellen niet mee. Ook een verbetering die je later in fase F doet, telt niet mee, omdat de reputatiefase daarvoor al is gespeeld. Verschuif je in fase F toch dobbelstenen naar andere vakken, dan pas je je reputatiemarker achteraf aan.
Elke speler speelt zijn reputatiefase en direct daarna zijn fase F. Pas als hij helemaal klaar is, doet de volgende speler zijn reputatiefase.
De barden
Barden zijn artiesten die je voor 1 dukaat aanneemt in fase F. Net als andere herbergkaarten leg je ze gesloten bovenop je trekstapel. Trek je in fase B een bard, dan leg je hem rechts van je bieropslag, in dezelfde rij als de bierhandelaars. Voor elke bard die je in fase B hebt getrokken, mag je je reputatiemarker in fase F één vak vooruit zetten.
De nieuwe gasten
Werf je een gast met een reputatiesymbool, dan zet je je reputatiemarker meteen het aangegeven aantal vakken vooruit. Werf je een gast met een schnapssymbool, dan krijg je meteen een schnapsfiche. Net als bij andere gastbonussen krijg je die niet opnieuw als de gast later aan je tafel zit.
Einde van het spel
Je krijgt de overwinningspunten van het vak waarop je reputatiemarker staat. Staat hij op een van de twee schnapsvakken, dan krijg je de punten van het hoogste vak dat je al bent gepasseerd. Op het kroonvak krijg je geen extra punten, want daar heb je al een edele van 10 punten voor gekregen.
Module 4: startkaarten
In deze module begint niet iedereen met dezelfde herberg.
Extra materiaal
- 7 startkaarten (Start Cards)
Voorbereiding
Je voegt geen serveerster, tafel en bierleverancier aan je startstapel toe. Je schudt de zeven startkaarten en legt er willekeurig drie open neer. Iedere speler kiest een van die drie en neemt wat erop staat. Meerdere spelers mogen dezelfde kaart kiezen. Vergeet daarna niet je trekstapel te schudden. Bij verbeteringen via een startkaart krijg je nooit een edele.
- Je neemt een serveerster, een tafel en een bierleverancier, net als in module 1.
- Je neemt een bard, een bierhandelaar, een bierleverancier en een serveerster.
- Je zet je kloostermarker drie vakken vooruit, waardoor je meteen een bierhandelaar krijgt. Je moet wel twee vaste klanten uit je trekstapel terug in de doos leggen.
- Je neemt een schnapsfiche en verbetert meteen gratis je tafels.
- Je neemt een bard en een tafel en verbetert meteen gratis je bieropslag. Zet je bieropslagmarker op 5, zodat je het spel met 5 bier begint.
- Je neemt een serveerster en neemt meteen gratis een vaste serveerster aan door de hond om te draaien.
- Je neemt een afwasser en verbetert meteen gratis je kassa. Je moet wel één vaste klant uit je trekstapel terug in de doos leggen.
Alle andere regels van module 1, 2 en 3 blijven hetzelfde.
Module 5: het gastenboek
In deze module verzamel je handtekeningen van tevreden gasten.
Extra materiaal
- 4 gastenboeken (Guest Books)
- 40 handtekeningtegels (Signature Tiles)
Voorbereiding
Bereid het spel voor zoals bij module 1 tot en met 4. Draai het kleine uitsparinkje onderaan het reputatiespoor om, zodat de handtekeningkant boven ligt. Iedere speler legt een gastenboek boven zijn herbergbord. Leg de handtekeningtegels als voorraad naast de gasten. Leg op elk van de vier open gasten een handtekeningtegel en ook één op de bovenste kaart van de stapel gasten van 3 bier.
Het gastenboek invullen
Je gastenboek heeft vier kolommen die je van boven naar beneden vult. Dat gaat op twee manieren.
Werf je een gast met bier, dan neem je de handtekeningtegel die op die kaart ligt en leg je hem in je gastenboek. De kolom hangt af van de prijs van de gast: 3 of 4 bier, 5 bier, 6 bier of 7 of 8 bier. Vul je de open rij aan, dan leg je meteen een nieuwe handtekeningtegel op de nieuwe kaart. Pak je een gast van 3 bier, dan leg je een nieuwe tegel op de volgende gast van die stapel.
Komt je reputatiemarker op of langs het handtekeningsymbool op het reputatiespoor, dan neem je een tegel uit de voorraad en leg je die in een kolom naar keuze.
Is de kolom waarin de tegel moet al vol, dan neem je de tegel niet en krijg je niets. Er zijn maar veertig tegels. Werf je een gast waar geen tegel meer op ligt, dan kun je zijn handtekening niet in je gastenboek zetten.
Bonussen in het gastenboek
Leg je een tegel op een vak met een bonus, dan krijg je die meteen. Kaarten leg je gesloten bovenop je trekstapel.
- Een bierhandelaar.
- Een afwasser.
- Een serveerster.
- Een tafel.
- Je reputatiemarker 1 of 3 vakken vooruit.
- Een edele.
- Een schnapsfiche.
Leg je een tegel op het laatste lege vak van een horizontale rij, dan krijg je bovendien een edele.
Ook met deze module mag je maar één gast per ronde werven. Alle andere regels van module 1 tot en met 4 blijven hetzelfde.
Einde van het spel en puntentelling
Het spel eindigt na de achtste ronde. Iedere speler telt de overwinningspunten op al zijn kaarten, zowel in zijn trekstapel als in zijn aflegstapel. De punten staan rechtsboven op de kaarten. Speel je met module 2 of 3, dan tel je daar de punten voor schnaps en reputatie bij op. De speler met de meeste punten wint.
Bij een gelijkspel wint de speler die samen de meeste dukaten en het meeste bier heeft bewaard. Is het dan nog gelijk, dan delen de spelers de overwinning.