Hieronder lees je hoe je Wie Weet Wat: Kaartspel speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van White Goblin Games. Het spel is een snelle kaartvariant op het originele Wie Weet Wat voor 3 tot 6 spelers en werd ontworpen door Felix Holzkämper en Marc Grimmer. In plaats van woorden op te schrijven, speel je letterkaarten uit en roep je zo snel mogelijk een woord dat bij de voorgelezen categorie past.
Doel van het spel
Je probeert in een ronde als eerste al je letterkaarten kwijt te raken. Dat lukt alleen als je bij een categorie sneller dan de anderen een passend woord noemt. De speler die als eerste drie rondes wint, wint het spel.
Voorbereiding
Het spel bestaat uit 60 letterkaarten en 60 categoriekaarten. Tussen de letterkaarten zitten 4 Wie Weet Wat-kaarten en tussen de categoriekaarten zitten 10 actiekaarten. Op elke gewone categoriekaart staan vier categorieën.
- Schud de letterkaarten en de categoriekaarten, elk als aparte stapel.
- Geef iedere speler 8 letterkaarten. Je neemt ze op hand zonder dat de anderen ze zien.
- Leg de categoriekaarten en de overgebleven letterkaarten als twee gedekte stapels in het midden van de tafel.
- De jongste speler is als eerste de voorlezer.
Spelverloop
Een categorie voorlezen
De voorlezer pakt de bovenste kaart van de stapel categoriekaarten. Uit de vier categorieën op die kaart kiest hij er één, die hij hardop voorleest. Vanaf dat moment reageren alle andere spelers tegelijk. De voorlezer zelf speelt bij deze categorie geen letterkaart.
Letterkaarten spelen
Zodra de categorie bekend is, zoek je in je hand een letter waarmee je een passend woord kunt bedenken. Je legt die letterkaart op tafel en noemt meteen je antwoord, dat moet beginnen met de letter op je kaart. Is de categorie bijvoorbeeld ‘dier’, dan speel je een A en roep je “aap”.
Heb je nog meer kaarten met dezelfde letter, dan mag je die er snel achteraan spelen. Voor elke extra kaart noem je dan een ander juist antwoord, zoals “alpaca” bij je tweede A.
De snelste speler wint de categorie
Alleen de snelste speler met een goed antwoord mag zijn gespeelde letterkaart of letterkaarten afleggen. Hebben andere spelers ook een letterkaart gespeeld, dan nemen zij die weer terug op hand. De winnaar van de categorie wordt de nieuwe voorlezer. Hij pakt de volgende categoriekaart, kiest een categorie en leest die voor.
Een fout antwoord
Noem je een woord dat niet bij de categorie past, dan krijg je een straf. Je neemt de fout gespeelde letterkaart terug op hand en pakt daarbij een nieuwe letterkaart van de stapel. Daarna ben jij de voorlezer van de volgende categorie.
Remise
Spelen meerdere spelers tegelijk een kaart en geven ze allemaal een juist antwoord, dan is er een remise. Alleen de spelers die bij die remise betrokken zijn, spelen dan nog een keer. Ze houden dezelfde letterkaart en zoeken een juist antwoord bij een nieuwe categorie. De snelste van hen met een goed antwoord wint de remise en legt zijn kaart af.
De Wie Weet Wat-kaart
Tussen de letterkaarten zitten vier Wie Weet Wat-kaarten. Je kunt zo’n kaart op twee manieren gebruiken.
Als joker
Kun je met je letterkaarten geen juist antwoord bedenken, dan speel je de Wie Weet Wat-kaart. Je kiest zelf een beginletter en noemt een woord dat met die letter begint en bij de categorie past.
Als tegenaanval
Met de Wie Weet Wat-kaart kun je ook een andere speler aanvallen. Speelt iemand bij de categorie ‘dier’ een A en roept hij “aap”, dan speel jij je Wie Weet Wat-kaart en noem je een ander dier met dezelfde beginletter, bijvoorbeeld “adder”. De speler die je zo aanvalt, moet als straf een letterkaart pakken.
Dat werkt op dezelfde manier als de andere speler zelf een Wie Weet Wat-kaart als joker heeft gespeeld. Je noemt dan een juist antwoord dat begint met de letter die hij koos.
Actiekaarten
Tussen de categoriekaarten zitten tien actiekaarten. Pakt de voorlezer een actiekaart, dan voert hij eerst de actie uit die erop staat. Daarna is dezelfde speler weer aan de beurt en gaat het spel verder met een categoriekaart.
Grote Kans
Na deze kaart pak je meteen een nieuwe categoriekaart en kies je een van de vier categorieën. De speler die als snelste een letterkaart speelt, mag daarna binnen 10 seconden nog 2 extra letterkaarten spelen. Dat mogen ook andere letters zijn, zolang hij bij elke kaart een juist woord noemt dat bij de categorie past.
Vicieuze cirkel
Voor deze actie heb je geen letterkaarten nodig. Je pakt een nieuwe categoriekaart, kiest een categorie en leest die voor. Daarna noem jij als eerste een antwoord dat bij de categorie past, waarna iedere speler met de klok mee een nieuw antwoord noemt. De beginletter maakt in deze ronde niet uit. De speler die niets meer kan bedenken of een antwoord herhaalt, pakt als straf een letterkaart.
Rotonde
Iedere speler geeft al zijn letterkaarten met de klok mee door aan de volgende speler.
Verkiezingspartij
Alle spelers pakken tegelijk een letterkaart van de speler links van zich.
Verloren geluk
Je pakt een letterkaart van de speler links van je.
Te veel keuze
Je pakt een letterkaart van een andere speler naar keuze.
Pechvogel
Je ruilt al je letterkaarten met de speler die de meeste letterkaarten op hand heeft.
Meerdere actiekaarten na elkaar
Pak je na een actiekaart meteen nog een actiekaart, dan blijf je kaarten pakken tot je een gewone categoriekaart hebt. De actiekaarten die je zo gepakt hebt, voer je een voor een uit in de volgorde waarin je ze pakte. Pas daarna lees je een categorie voor.
Einde van het spel
Een ronde eindigt zodra een speler geen letterkaarten meer op hand heeft. Die speler wint de ronde, waarna je aan een nieuwe ronde begint. Het spel gaat door tot een van de spelers drie rondes heeft gewonnen en daarmee het spel wint. Punten tel je in dit spel niet, want alleen het aantal gewonnen rondes telt.