Hieronder lees je hoe je 30 Seconds Everyday Life speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. 30 Seconds Everyday Life is een editie van het partyspel 30 Seconds van Calie Esterhuyse. In plaats van bekende namen omschrijf je hier alledaagse woorden. Je speelt het vanaf drie spelers en twaalf jaar.
De uitgever biedt de officiële Nederlandse spelregels niet online aan. Daarom leggen we hieronder uit hoe je 30 Seconds Everyday Life speelt. Liever kijken dan lezen? Bekijk dan hierboven de video met de speluitleg van de gewonde editie, deze spelregels zijn hetzelfde.
Spelmateriaal
- 240 kaarten met 2400 woorden
- 1 kaartenhouder
- 1 spelbord
- 1 zandloper
- 1 dobbelsteen met de cijfers 0, 0, 1, 1, 2 en 2
- 4 pionnen
Doel van het spel
Je speelt in teams en probeert als eerste met je pion de finish te bereiken. Je komt vooruit door woorden te raden die een teamgenoot binnen 30 seconden omschrijft. Hoe meer van de vijf woorden op een kaart je team raadt, hoe verder je pion vooruitgaat.
Voorbereiding
- Leg het spelbord in het midden van de tafel.
- Zet de kaarten in de kaartenhouder. Je pakt kaarten altijd aan de kant met UIT en stopt gespeelde kaarten terug aan de kant met IN.
- Verdeel de spelers in teams. Grotere teams maken het spel leuker. Speel je met zes personen, maak dan liever twee teams van drie dan drie teams van twee. Speel je met drie personen, kijk dan bij “Spelen met drie spelers”.
- Elk team kiest een pion en zet die op het startveld.
- Elk team spreekt af in welke volgorde de spelers omschrijven. Iedereen omschrijft even vaak en die volgorde blijft het hele spel gelijk.
- Spreek samen af hoe streng jullie de regels toepassen (zie “Hoe streng speel je?”).
- Bepaal welk team begint.

Spelverloop
Je speelt om de beurt. De beurt van een team bestaat uit drie stappen.
- De dobbelsteen gooien
- Woorden omschrijven en raden
- De pion verplaatsen
Daarna is het volgende team aan de beurt.
Stap 1: de dobbelsteen gooien
Voordat je een kaart pakt, gooit je team de dobbelsteen. Die toont een 0, een 1 of een 2. Onthoud de uitkomst, want die trek je aan het einde van de beurt af van het aantal goed geraden woorden.
Stap 2: woorden omschrijven en raden
De speler die aan de beurt is om te omschrijven, pakt een kaart aan de UIT-kant van de kaartenhouder. Kijk nog niet naar de woorden. Elke kaart heeft een paarse en een groene kant met elk vijf woorden. Je omschrijft de kant met dezelfde kleur als het vak waarop de pion van je team staat. Staat je pion op een groen vak, dan omschrijf je de groene kant. Het startveld is paars, dus in de eerste beurt omschrijft elk team de paarse kant.
Een speler van een ander team draait de zandloper om en roept “START!”. Pas op dat moment mag je de kaart omdraaien en beginnen. Je kiest zelf in welke volgorde je de vijf woorden omschrijft. Je teamgenoten roepen ondertussen hun antwoorden.
De andere teams houden de zandloper in de gaten. Zodra die leeg is, roepen ze “STOP” en is de beurt voorbij.
Wat mag je wel en niet bij het omschrijven?
Dit mag je wel:
- Een woord omschrijven op elke manier die je wilt. Zingen, neuriën en gebaren maken mag ook.
- De woordjes “en”, “de”, “het”, “and” en “the” gebruiken als ze in een woord op de kaart voorkomen.
Dit mag je niet:
- De woorden op de kaart zelf noemen.
- Woorden of vervoegingen noemen die van een woord op de kaart zijn afgeleid. Staat automatisch op de kaart, dan zeg je dus ook geen “automaat”.
- Hints geven met “het klinkt als” of “het rijmt op”.
- Verwijzen naar een of meer letters van het alfabet.
- Naar iets wijzen.
- Een woord vertalen. Staat er underdog op de kaart, dan mag je dus niet “onderliggende hond” zeggen.
Voor de spelers die raden gelden die beperkingen niet. Zij mogen wel letters noemen, wat handig is als het woord een afkorting is.
Stap 3: de pion verplaatsen
Tel hoeveel woorden je team goed heeft geraden en trek daar het getal van de dobbelsteen van af. De uitkomst is het aantal vakjes dat je pion vooruitgaat. Is de uitkomst 0 of lager, dan blijft je pion staan.
Twee voorbeelden:
- Je team gooide een 2 en raadde drie woorden. Je pion gaat één vakje vooruit.
- Je team gooide een 1 en raadde één woord. Je pion blijft staan.
Stop de kaart daarna terug aan de IN-kant van de kaartenhouder. Het volgende team is aan de beurt.
Hoe streng speel je?
Spreek aan het begin van het spel af hoe streng jullie de regels toepassen. Daarmee voorkom je discussies tijdens het spel. Denk bijvoorbeeld aan deze vragen:
- Is het genoeg om “blind” te zeggen als het woord op de kaart blinddoek is?
- Telt het antwoord als iemand “blind” roept voordat de tijd om is en “doek” pas daarna?
Strafpunt
Breekt de speler die omschrijft of het team een van de regels, dan is de beurt direct voorbij. De pion van dat team gaat dan één vakje terug.
Spelen met drie spelers
Speel je met z’n drieën, dan omschrijft één speler het hele spel de woorden voor de andere twee. Deze speler is een soort spelleider. Hij of zij heeft geen pion en kan het spel dus niet winnen. Alle andere regels blijven hetzelfde.
Variant zonder dobbelsteen
Je kunt 30 Seconds Everyday Life ook zonder dobbelsteen spelen. Je pion gaat dan voor elk goed geraden woord één vakje vooruit.
Einde van het spel
Het spel is voorbij zodra de pion van een team de FINISH bereikt. Dat team wint.