Hieronder lees je hoe je Project Skyline speelt. Deze uitleg is gebaseerd op de officiële spelregels van 999 Games. Project Skyline is een tactisch deckbuildingspel voor 2 tot 4 spelers, ontworpen door Florian Maas. Je verbetert tijdens het spel je eigen stapel kaarten en bouwt daarmee wolkenkrabbers in New York City of Tokyo.
De uitgever biedt de officiële Nederlandse spelregels niet online aan. Daarom leggen we hieronder uit hoe je Project Skyline speelt. Wil je toch de officiële regels erbij, dan vind je de Duitse versie als PDF onderaan deze pagina.
Doel van het spel
Je probeert aan het einde van het spel het meeste geld te hebben. Geld is in Project Skyline zowel je betaalmiddel als je score. Je verdient het door slim te bouwen in de gebieden van de stad en bij de monumenten. Je geeft het uit om nieuwe en betere kaarten aan je stapel toe te voegen. Je geldstand houd je bij met je geldsteen op het geldspoor langs de rand van het speelbord.
Spelmateriaal
- 120 lagen (30 per kleur, in vier kleuren)
- 94 kaarten: 32 startkaarten (4 sets van 8), 28 basiskaarten en 34 opwaardeerkaarten
- 4 dubbelzijdige karaktertableaus
- 4 geldstenen en 4 opwaardeerstenen in vier kleuren
- 3 bouwplaatsfiches
- 6 blokkadefiches
- 1 basismarkt
- 1 opwaardeermarkt
- 1 startpion (bestaande uit 4 delen)
- 1 dubbelzijdig speelbord (New York City en Tokyo)
- Spelregels
Voorbereiding
- Leg het speelbord met de gewenste kant naar boven in het midden van de tafel. Speel je voor het eerst, kies dan de kant met New York City.
- Speel je met 2 of 3 spelers, leg dan op elk veld met het blokkadesymbool een blokkadefiche. Op die velden mag niemand bouwen.
- Leg de basismarkt en de opwaardeermarkt naast het speelbord.
- Sorteer de basiskaarten op kleur en leg ze open op de bijbehorende plekken van de basismarkt.
- Schud de opwaardeerkaarten en leg er 4 open op de plekken van de opwaardeermarkt. De rest leg je als gedekte stapel ernaast.
- Spreek af wie de startpion krijgt. Die speler begint.
- Iedere speler kiest een karaktertableau en legt het met de gewenste kant naar boven voor zich neer.
- Neem de 30 lagen, de geldsteen en de opwaardeersteen in de kleur van je tableau. De lagen vormen je persoonlijke voorraad.
- Leg je opwaardeersteen op het onderste veld van het opwaardeerspoor op je tableau.
- Zet de geldstenen op het geldspoor. De speler met de startpion zet zijn steen op het veld met markering I. De volgende speler met de klok mee gebruikt markering II, enzovoort.
- Iedere speler neemt een set van 8 startkaarten, schudt die en legt ze als gedekte trekstapel links naast het eigen tableau. Trek daarna de bovenste 4 kaarten op hand.
- De 3 bouwplaatsfiches gebruik je alleen met 2 spelers (zie Het spel met 2 spelers).
- Leg al het materiaal dat je niet gebruikt terug in de doos.

Het speelbord
De stad in het midden van het speelbord bestaat uit gebieden in vier kleuren. Elk gebied is opgebouwd uit een aantal zeshoekige velden.
- Groen: recreatiegebieden
- Wit: woongebieden
- Grijs: kantoorgebieden
- Rood: industriegebieden
Op de kant met New York City staat in het midden een centrale bezienswaardigheid met daaromheen 8 monumenten. Een aantal velden is via een veerboot met elkaar verbonden. Die velden gelden in alle opzichten als aangrenzend. De kant met Tokyo heeft geen centrale bezienswaardigheid, maar wel 9 monumenten.
Sommige velden tonen een eenmalige bonus. Dat kan een geldbedrag zijn of een pijl omlaag voor je opwaardeerspoor.
Het karaktertableau
Links naast je tableau ligt je trekstapel en rechts ervan ontstaat je aflegstapel met gespeelde kaarten. Links op het tableau zit het opwaardeerspoor van 5 ronde velden. Je opwaardeersteen begint onderaan en de bedragen erboven geven aan wat het kost om een kaart op te waarderen. Onderaan het tableau staan de 5 stappen van een beurt als geheugensteun.
De kaarten
Er zijn drie soorten kaarten. Je herkent ze aan de letter in het kengetal linksonder op de kaart.
- Startkaarten (S): iedere speler begint met dezelfde set van 8.
- Basiskaarten (B): die koop je in de basismarkt.
- Opwaardeerkaarten (O): die neem je uit de opwaardeermarkt wanneer je een kaart opwaardeert.
Linksboven op een kaart staan tot 4 gebiedssymbolen, die overeenkomen met de kleuren op het speelbord. In het midden staat het effect van de kaart met een korte uitleg. Rechtsonder staat de geldwaarde die de kaart aan het einde van het spel oplevert. Bij sommige kaarten is die waarde negatief en kost de kaart je dan geld.
De startkaarten
Elke startset bevat dezelfde 8 kaarten (S-01 tot en met S-08):
- 1 kaart waarmee je 1 laag bouwt in een recreatiegebied
- 1 kaart waarmee je 1 laag bouwt in een woongebied
- 1 kaart waarmee je 2 lagen op hetzelfde veld bouwt in een kantoorgebied
- 1 kaart waarmee je 1 laag bouwt in een industriegebied en 1 geld krijgt
- 4 kaarten waarmee je 1 geld krijgt, in elke gebiedskleur één
Spelverloop
Jullie spelen met de klok mee, te beginnen bij de speler met de startpion. In je beurt voer je deze 5 stappen uit in deze volgorde.
- Kopen of opwaarderen
- Kaarten spelen
- Monumenten scoren
- Gebieden scoren
- Trekken
Daarna is de volgende speler aan de beurt.
Stap 1: Kopen of opwaarderen
Deze stap is niet verplicht. Je mag er één van de twee acties uitvoeren, maar alleen als je genoeg geld hebt om ervoor te betalen.
Een kaart kopen. Je betaalt het bedrag dat boven de gekozen stapel in de basismarkt staat en neemt de kaart in je hand. Is een kleur in de basismarkt op, dan koop je uit de kleuren die er nog liggen.
Een handkaart opwaarderen. Je betaalt het bedrag op het veld direct boven je opwaardeersteen en schuift de steen een veld omhoog. Kies dan een kaart uit je hand en haal die uit het spel. Dat mag een start-, basis- of opwaardeerkaart zijn. Neem daarna een kaart uit de opwaardeermarkt in je hand. Die nieuwe kaart moet minstens één symbool hebben dat ook op de verwijderde kaart stond. Vul de markt weer aan tot 4 kaarten. Schuif hiervoor alle kaarten links van de lege plek een plek naar rechts en leg een nieuwe kaart van de gedekte stapel open op de plek helemaal links. Staat je opwaardeersteen al op het bovenste veld, dan kun je niet meer opwaarderen.
Stap 2: Kaarten spelen
Kies een van de vier gebiedssymbolen. Je speelt zoveel kaarten uit je hand met dat symbool als je wilt. Voer daarna de effecten van die kaarten in een volgorde naar keuze uit, steeds één kaart tegelijk. Elke kaart die je hebt afgehandeld, leg je open op je aflegstapel. Kun je een effect niet helemaal uitvoeren, dan voer je zoveel mogelijk ervan uit.
Lagen bouwen. Laat een kaart je lagen bouwen, dan plaats je dat aantal lagen uit je voorraad op het speelbord. De kaart geeft aan in welk gebied of op welk soort veld dat mag. Je bouwt op een leeg veld of bovenop lagen die er al liggen, van welke kleur ook. Op monumenten en water mag je nooit bouwen. Een stapel van een of meer lagen is een gebouw en de hoogte van een gebouw is het aantal lagen erin. Een gebouw mag hoogstens 7 lagen hoog zijn. Zou je met een kaart over die grens gaan, dan plaats je alleen lagen tot de hoogte van 7 is bereikt. De rest vervalt.
Eenmalige bonus. Bouw je de eerste laag op een leeg veld met een bonus, dan krijg je die bonus meteen. Daarna is de bonus voor niemand meer beschikbaar.
- Geldbonus: je krijgt het afgebeelde bedrag.
- Opwaardeerbonus: je schuift je opwaardeersteen een veld omlaag, waardoor opwaarderen weer goedkoper wordt.
Stap 3: Monumenten scoren
Voldoe je aan de voorwaarde van een monument, dan krijg je de bonus ervan. Dat gebeurt elke beurt opnieuw, zolang je aan de voorwaarde voldoet. Bij alle monumenten telt per gebouw alleen de bovenste laag mee.
New York City. Je krijgt de bonus van elk monument dat je met de centrale bezienswaardigheid hebt verbonden. Een monument is verbonden als er een ononderbroken keten van gebouwen met jouw laag bovenaan loopt van de centrale bezienswaardigheid naar dat monument. Monumenten zelf tellen nooit mee als deel van een keten. Je kunt dus niet via een monument een ander monument verbinden. Bouwt een andere speler een laag op een gebouw in jouw keten, dan ben je die verbinding kwijt.
Tokyo. Bij elk monument staat een getal. Grenzen minstens zoveel gebouwen met jouw laag bovenaan aan het monument, dan krijg je de bonus ervan.
Er zijn drie soorten monumentenbonussen.
- Je krijgt het afgebeelde bedrag.
- Je schuift je opwaardeersteen een veld omlaag.
- Je neemt gratis een kaart naar keuze uit de basismarkt in je hand. Deze bonus bestaat alleen op de kant met Tokyo.
Stap 4: Gebieden scoren
Heb je in deze beurt minstens één laag op het laatste lege veld van een gebied gebouwd, dan volgt een gebiedstelling. Die verloopt in drie stappen.
- Waarde bepalen. Tel alle lagen in het gebied, van alle kleuren en ook de lagen die overbouwd zijn. In de waardetabel op het speelbord zie je hoeveel geld het gebied waard is.
- Geld uitdelen. De speler met de meeste gebouwen waarvan de bovenste laag van hem is, krijgt de volledige waarde. Bij een gelijke stand krijgen al die spelers de volledige waarde. De speler op de tweede plaats krijgt de helft, naar boven afgerond. Bij een gelijke stand op de tweede plaats krijgen al die spelers de helft. Heeft maar één speler bovenste lagen in het gebied, dan is er geen tweede plaats.
- Markt verversen. Haal de kaart die helemaal rechts in de opwaardeermarkt ligt uit het spel. Vul de markt daarna aan zoals bij het opwaarderen.
| Aantal lagen in het gebied | New York City | Tokyo |
|---|---|---|
| 1 of meer | 3 | 2 |
| 5 of meer | 6 | 6 |
| 9 of meer | 12 | 13 |
Elk gebied scoor je maar één keer per spel. Je mag daarna wel gewoon verder bouwen in dat gebied. Veroorzaak je in één beurt meerdere gebiedstellingen, dan bepaal je zelf in welke volgorde je ze afhandelt.
Stap 5: Trekken
Je mag eerst zoveel kaarten uit je hand afleggen als je wilt. Leg ze open op je aflegstapel. Trek daarna kaarten van je trekstapel tot je weer 4 kaarten in je hand hebt. Heb je aan het begin van deze stap meer dan 4 kaarten, dan leg je af tot je er nog maar 4 hebt. Is je trekstapel leeg terwijl je nog moet trekken, schud dan je aflegstapel en leg die als nieuwe gedekte trekstapel links van je tableau. Daarna trek je verder.
Overzicht van de kaarteffecten
Achter in de spelregels staat bij elk kengetal een uitgebreide uitleg. Dit zijn de effecten in het kort.
- S-03 en B-03: bouw 2 lagen op hetzelfde veld. Zou het gebouw daarmee hoger worden dan 7, dan bouw je er maar 1.
- O-10: bouw 1 laag op een bestaand gebouw naar keuze, in welk gebied dan ook. Op een leeg veld mag dat niet.
- O-11: bouw 1 laag op een veld naar keuze dat aan water grenst, in welk gebied dan ook.
- O-12: bouw 1 laag op een veld naar keuze dat aan een monument grenst, in welk gebied dan ook. De centrale bezienswaardigheid van New York City telt hier niet als monument.
- O-13: speel 1 extra kaart naar keuze uit je hand. Die kaart hoeft het gekozen symbool niet te hebben. Voer het effect gewoon uit.
- O-14: verkoop 1 kaart uit je hand of uit je aflegstapel. Haal die kaart uit het spel en krijg 2 geld.
- O-15: bouw 2 lagen op hetzelfde veld in een woongebied. Zou het gebouw daarmee hoger worden dan 7, dan bouw je er maar 1.
- O-16: neem gratis een kaart naar keuze uit de basismarkt in je hand. Heeft die kaart het symbool dat je deze beurt koos, dan mag je hem meteen spelen.
- O-17: trek 2 kaarten van je trekstapel. Kaarten met het gekozen symbool mag je meteen spelen. Sta je op dat moment het laatst op het geldspoor, eventueel samen met een andere speler, dan trek je er 3. Je mag dit effect maar één keer per beurt gebruiken, ook als je de kaart vaker in handen krijgt.
- O-18: kies een van je lagen die bovenaan een gebouw van minstens 2 lagen ligt en verplaats die naar een ander veld naar keuze. De gewone bouwregels gelden. Je krijgt daarnaast 2 geld.
- O-19: krijg 1 geld voor elke laag van jou in alle kantoorgebieden, ook voor overbouwde lagen.
- O-20: bouw 2 lagen op 2 lege velden met dezelfde gebiedskleur. Die velden mogen in verschillende gebieden liggen, zolang de kleur gelijk is.
- O-21: bouw 3 lagen op één veld naar keuze naast een laag van jou, in welk gebied dan ook. Ook een overbouwde laag van jou telt. Bouw nooit hoger dan 7.
- O-22: krijg 3 geld voor elke laag van jou op de vierde verdieping van een gebouw.
- O-23: in New York City krijg je de bonus van hoogstens 2 monumenten die je met de centrale bezienswaardigheid hebt verbonden. In Tokyo krijg je de bonus van hoogstens 2 monumenten waaraan genoeg lagen van jou grenzen. Krijg je daardoor een kaart, dan mag je die meteen spelen als hij het gekozen symbool heeft. Alleen de bovenste laag van elk gebouw telt.
- O-24: krijg 3 geld voor elk veld dat aan het begin van deze beurt leeg was en waarop je deze beurt minstens 1 laag hebt gebouwd. Dat geldt ook als je met O-18 een laag naar een leeg veld verplaatst.
- O-25: krijg 1 geld voor elk gebied waarin je minstens 1 laag hebt, ook als die laag overbouwd is.
- O-26: krijg 3 geld voor elk gebouw van minstens 3 lagen hoog waarvan jij nu de bovenste laag hebt.
- O-27: waardeer gratis 1 kaart uit je aflegstapel op. Haal die kaart uit het spel en leg een kaart naar keuze uit de opwaardeermarkt op je aflegstapel. Je opwaardeersteen schuift niet omhoog. De nieuwe kaart moet wel minstens één symbool met de verwijderde kaart delen.
Einde van het spel en puntentelling
Het einde komt in zicht zodra een speler met zijn geldsteen het goudkleurige veld op het geldspoor bereikt of passeert. Jullie spelen de lopende ronde uit, zodat iedereen even vaak aan de beurt is geweest. Daarna volgt nog één extra laatste ronde. Plaatst een speler zijn laatste laag uit zijn voorraad op het speelbord, dan eindigt het spel na de lopende ronde en is er geen extra ronde meer.
Daarna volgt de eindtelling.
- Kaarten tellen. Zoek in je hand, je trekstapel en je aflegstapel alle kaarten met een geldwaarde. Tel die waarden bij elkaar op. Je krijgt het totaal, of je verliest het als het negatief is.
- Eindvoorwaarde van het speelbord. Op de kant met New York City krijg je 5 geld voor elk gebouw van 7 lagen hoog waarvan jij de bovenste laag hebt. Op de kant met Tokyo krijg je geld voor het aantal verschillende gebieden waarin je minstens 1 laag hebt liggen. Die laag hoeft niet bovenaan te liggen.
| Aantal gebieden met een laag van jou (Tokyo) | Geld |
|---|---|
| 6 of meer | 4 |
| 8 of meer | 9 |
| 10 of meer | 15 |
| 12 of meer | 22 |
De speler wiens geldsteen het verst op het geldspoor staat, wint. Bij een gelijke stand wint van die spelers degene met de meeste kaarten in hand, trekstapel en aflegstapel samen. Is het dan nog gelijk, dan delen zij de overwinning.
Het spel met 2 spelers
Met 2 spelers gelden drie extra regels.
Voorbereiding. Leg aan het einde van de voorbereiding een bouwplaatsfiche op het gebied met het bouwplaatssymbool, zo dat geen enkel veld bedekt raakt. Daarna leggen jullie om de beurt nog een bouwplaatsfiche op een gebied naar keuze, te beginnen bij de speler met de startpion. In elk gebied mag hoogstens één bouwplaatsfiche liggen.
Lagen bouwen. Een nieuw gebouw mag je alleen beginnen in een gebied met een bouwplaatsfiche. Voor de volgende lagen op een gebouw geldt die beperking niet. Je mag dus ook verder bouwen op bestaande gebouwen in gebieden zonder bouwplaatsfiche.
Bouwplaatsfiches verplaatsen. Na elke gebiedstelling verplaatst de speler die de telling veroorzaakte het bouwplaatsfiche van het gescoorde gebied naar een ander gebied dat nog helemaal leeg is. Is er geen leeg gebied meer, dan gaat het fiche terug in de doos.